ECLI:NL:RBDHA:2026:17924
Rezumatul Cauzei
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Uitspraak
Amsterdam
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.43368
V-nummer: [V-nummer]uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
geboren op [geboortedag] 2001, van Belarussische nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. A.H.A. Kessels),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 3 september 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2.. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.3.. De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn partner en zijn gemachtigde, S. Jochijms als tolk in de taal Russisch en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Asielrelaas
4. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende relaas ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat hij in 2021 Belarus is ontvlucht om in rust te komen in Nederland. Eiser heeft van 9 augustus 2020 tot 15/16 augustus 2020 deelgenomen aan meerdere protesten tegen de overheid omdat hij het niet eens was met de verkiezingsresultaten. Eiser heeft zich na twee jaar gemeld voor asiel, omdat de situatie in Belarus niet is veranderd en omdat hij te horen kreeg dat zijn vriendin [persoon 1] is opgepakt. Hij vreest bij terugkeer vanwege zijn politieke mening. Ook vreest eiser bij terugkeer voor de autoriteiten omdat hij op dit moment de dienstplicht ontduikt. Eiser heeft een nieuwe oproep gekregen.
4.1.. Eiser heeft de volgende documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn asielrelaas:
1. Paspoort;
2. Militair boekje;
3. Oproep medische keuring;
4. Geboorteakte;
5. Vonnis [persoon 1] van 18 februari 2022;
6. Foto van ticket Warschau – Amsterdam;
7. Foto van ticket treinkaartje Minsk – Sint Petersburg – Vitebsk;
8. Foto van de Echtscheidingsakte.
Besluitvorming
5. Volgens de minister bevat het relaas de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Gestelde politieke overtuiging en problemen vanwege politieke activiteiten;
Problemen vanwege het ontduiken van de dienstplicht.
5.1.. De minister heeft alle asielmotieven geloofwaardig geacht. Volgens de minister zijn de geloofwaardig bevonden asielmotieven echter onvoldoende zwaarwegend. Daarbij is volgens de minister van belang dat eiser niet onder het risicoprofiel ‘politieke activisten’ valt. Eiser heeft met het bijwonen van enkele demonstraties in Belarus, en geen in Nederland, geen sterke politieke overtuiging. Bovendien is uit eisers verklaringen niet gebleken dat eiser in de negatieve aandacht van de Belarussische autoriteiten staat. Eiser heeft geruime tijd zonder problemen in zijn land kunnen wonen. Daarnaast werpt de minister aan eiser tegen dat hij zich pas jaren na zijn inreis in Nederland heeft gemeld voor een asielverzoek. De minister ziet niet in waarom de vrees pas is ontstaan toen een kennis van eiser werd opgepakt. Eiser heeft zijn vrees wegens het ontduiken van de dienstplicht niet aannemelijk gemaakt, nu hij niet voldoet aan één van de criteria van paragraaf C2/3.2 van de Vc. De minister heeft bij zijn beoordeling betrokken dat eiser Belarus op legale wijze heeft kunnen verlaten.
5.2.. De minister heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was.
Beroepsgronden
6. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister ten onrechte de aanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser in de zienswijze een verschoonbare reden heeft gegeven waarom hij niet onverwijld zijn asielaanvraag heeft ingediend. Zijn gevoel om bescherming aan te vragen ontstond pas toen zijn vriendin met wie hij gedemonstreerd heeft werd opgepakt en er een oproep voor de militaire dienst kwam. De minister heeft deze informatie ten onrechte niet betrokken in het bestreden besluit.
6.1..
Voorts betoogt eiser dat hij wel degelijk dient te worden beschouwd als ‘politiek activist’ en onder het risicoprofiel valt. Hij heeft onder verwijzing naar de landeninformatiebrief van Vluchtelingenwerk van 17 januari 2025 gesteld en onderbouwd dat iemand die deelneemt aan de protesten tegen de overheid van Belarus, door die overheid wordt beschouwd als ‘politiek activist’. Ook wie geen demonstraties organiseerde maar
er slechts in meeliep of kritische posts schreef op social media wordt door het regime als activist beschouwd. De minister is hier ten onrechte niet op ingegaan. Door als voorwaarde te stellen dat eiser reeds in de persoonlijke aandacht van de autoriteiten van Belarus moet hebben gestaan, wordt een verkeerd beoordelingskader door de minister gehanteerd. Uit het Algemeen Ambtsbericht 2021 blijkt dat politie beeldopnames heeft gemaakt van demonstranten en hen met behulp van gezichtstechnologie op een later moment, mogelijk jaren later, oppakt. Uit informatie van Human Rights Watch blijkt dat autoriteiten routinematig telefoons van terugkeerders controleerden en vaker mensen vast hielden omdat ze onafhankelijke media volgden. Ook blijkt uit landeninformatie dat veel Belarussen die naar huis terugkeren aan de grens zijn gearresteerd. Personen die de Belarussische taal
spreken of mensen zoals eiser met lang haar of die tatoeages hebben worden vaak geassocieerd met de oppositiebeweging en als doelwit gekozen.
6.2.. Allerlaatst voert eiser aan dat sprake is van schending van artikel 8 van het EVRMbij weigering van verblijf. Dat eiser zijn partner [persoon 2] hier verblijft op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, doet niet af aan dat de minister eerst had moeten vaststellen of er sprake is van familieleven.
6.3.. In beroep heeft eiser de volgende stukken overgelegd:
Verklaring van [persoon 2] van 19 mei 2025;
Persoonlijke verklaring eiser van 10 december 2025;
Screenshots donaties;
Abonnementen onafhankelijke media;
Officiële oproep;
Getuigenverklaring [persoon 1] .
Oordeel van de rechtbank
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Belarus geen gegronde vrees voor vervolging heeft dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt.
7.1.. Eiser heeft terecht aangevoerd dat de minister een verkeerd beoordelingskader heeft gehanteerd. De minister had conform het arrest S.A.uitputtend en grondig onderzoek moeten doen naar de algemene situatie in Belarus en hoe potentiële actoren van vervolging in Belarus tegen deze opvattingen, gedachten of mening aankijken en welke consequenties daaraan kunnen worden verbonden bij mogelijke ontdekking. Eiser heeft gedurende zijn procedure gewezen op een grote hoeveelheid landeninformatie. Zo volgt uit het Algemeen Ambtsbericht 2021 dat het voor kwam dat mensen niet onmiddellijk na een demonstratie, maar pas op een later moment werden aangehouden. De politie zou beeldopnames hebben gemaakt van demonstranten en hen vervolgens in een database hebben gezet. Met behulp van gezichtsherkenningstechnologie kunnen deze mensen op een later moment opgepakt worden wegens deelname aan de protesten.Volgens het ambtsbericht blijkt dat de mogelijkheid van vervolging ook jaren later nog mensen boven het hoofd hangt. Ook volgt uit het ‘2023 Country Reports on Human Rights Practices: Belarus’ van het US Department of State dat in dat jaar de mogelijkheden van terugkeer naar Belarus vanuit het buitenland aanzienlijk verder zijn beperkt dan al sinds 2020 was gebeurd, met name voor oppositieleiders in ballingschap en activisten. Human Rights Watch meldt in het jaarrapport over 2024 dat het harde optreden van de regering tegen vreedzame betogers en critici nieuwe hoogten hebben bereikt. De autoriteiten controleerden routinematig de telefoons van Belarussen die terugkeerden uit het buitenland en hielden steeds vaker mensen vast omdat ze onafhankelijke media volgden die als "extremistisch" werden bestempeld, foto's hadden van de protesten van 2020 of doneerden aan fondsen die als "extremistisch" werden beschouwd. Volgens het jaarrapport over 2024 van Human Rights Watch van 16 januari 2025 controleerden de autoriteiten in dat jaar routinematig de telefoons van Belarussen die terugkeerden uit het buitenland.
7.2.. De minister heeft zich daarom ten onrechte in het bestreden besluit en ter zitting op het standpunt gesteld dat omdat niet gebleken is dat eiser tot op heden niet in de negatieve aandacht van de Belarussische autoriteiten is komen te staan, eisers problemen onvoldoende zwaarwegend zijn. De minister miskent voorts dat eiser voldoende omstandigheden heeft aangevoerd om ervan uit te gaan dat eiser mogelijk in de bijzondere aandacht komt te staan van de Belarussische autoriteiten als hij terugkeert. Zo is door eiser ter zitting aangevoerd dat hij aan minimaal twintig demonstraties heeft deelgenomen. Bovendien heeft eiser erop gewezen dat uit landeninformatie blijkt dat de enkele deelname aan een demonstratie voldoende kan zijn voor arrestatie, en de Belarussische autoriteiten gebruik maken van gezichtsherkenningstechnologie. Ook heeft eiser verklaard dat pas later na de demonstraties bekend werd hoe snel je kon worden opgepakt, eiser is gaan schuilen,dat er daarna meerdere malen op zijn deur is geklopt en hij deze niet open heeft gedaan. De minister heeft deze verklaringen ten onrechte niet in het licht van de bekende landeninformatie beoordeeld. Niet kan worden uitgesloten dat eiser in een database is opgenomen. Eiser heeft daarbij in beroep een verklaring van zijn tante overgelegd en scans van twee oproepen van de autoriteiten van Belarus aan het adres van eiser om zich te melden. Het standpunt van de minister ter zitting dat uit het ambtsbericht alleen voorbeelden worden gegegeven van prominente personen die op grond van artikel 342 van het Wetboek van Strafrecht in Belarus worden vervolgd, gaat niet op. Uit de door eiser overgelegde landeninformatieblijkt dat de meeste demonstranten die in 2020 en 2022 hebben deelgenomen aan protesten op grond van dit wetsartikel worden vervolgd. Bovendien zou eiser terugkeren na een verblijf van vijf jaar in de Europese Unie. Eiser heeft hierover op de zitting verklaard dat toen hij vanuit Nederland bezig was zijn echtscheidingsakte te verkrijgen, hij werd gevraagd waar hij is en waarom hij zich niet in Belarus bevindt.
7.3.. Bovendien heeft eiser in beroep naar voren gebracht dat hij zich ook in Nederland politiek heeft geuit. Eiser heeft verklaard dat er geen open demonstraties zijn in Nederland, maar hij wel aanwezig is bij events waar geld wordt ingezameld voor de oppositie. Ook heeft eiser in beroep screenshots overgelegd waarmee eiser wil aantonen dat hij op sociale media “onafhankelijke media” volgt en actief hun content deelt. Daarnaast heeft eiser screenshots overgelegd om aan te tonen dat hij doneert aan organisaties die de oppositie steunen en in Belarus als extremistisch worden beschouwd. De motivering in het bestreden besluit dat eiser met het bijwonen van enkele demonstraties in Belarus, en geen in Nederland, geen sterke politieke overtuiging heeft, houdt gelet op het voorgaande geen stand. Dit betekent dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser niet onder het risicoprofiel “politieke activist” valt.
7.4.. De rechtbank constateert dat de minister op de zitting niet gemotiveerd is ingegaan op de aanvullende stukken in beroep en eisers verklaringen ter zitting. De rechtbank wijst de minister erop dat bij asielzaken conform de ex-nunc-toetsing het gaat om een actuele beoordeling van de gevaren bij terugkeer. De verwerping van de minister ter zitting dat de screenshots dateren van niet lang geleden en eiser niets over zijn sociale media activiteiten naar voren heeft gebracht tijdens het nader gehoor in februari 2025, houdt daarom geen stand. Deze activiteiten zorgen er namelijk voor dat eiser bij terugkeer kan opvallen bij de Belarussische autoriteiten.
7.5.. De minister zal, met inachtneming van deze uitspraak, opnieuw het asielmotief ‘politieke overtuiging en problemen vanwege politieke activiteiten’ moeten beoordelen en deugdelijk moeten motiveren waarom eiser gelet op zijn deelname aan meer dan twintig demonstraties, dat hij geen gevolg heeft gegeven aan de oproep voor de medische keuring van de dienstplicht, zijn verblijf van vijf jaar in Nederland, de (sociale media) activiteiten in Nederland en zijn alternatieve uiterlijk, geen gevaar loopt bij terugkeer naar Belarus. Daarbij dient de minister alle omstandigheden kenbaar en in onderlinge samenhang te betrekken, in het licht van de door eiser aangedragen landeninformatie. Eiser heeft overigens in de aanvullende gronden van beroep aangegeven dat de originelen van de oproepen onderweg zijn naar Nederland.
Conclusie en gevolgen
8. Concluderend oordeelt de rechtbank dat de minister, gelet op het voorgaande, het bestreden besluit op onvoldoende zorgvuldige wijze heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De overige beroepsgronden behoeven gelet hierop geen bespreking meer. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank acht daarbij een termijn van zes weken passend.
8.1.. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- bij een wegingsfactor 1).Beslissing
De rechtbank,
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
-veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr. I.I. Mooij, griffier.
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.
Vreemdelingencirculaire 2000.
Op grond van artikel 30b, eerste lid en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Richtlijn 2001/55/EG.
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 september 2023, ECLI:EU:C:2023:688.
Algemeen ambtsbericht Belarus (december 2021), pagina 32.
Human Rights Council, Report of the Group of Independent Experts on the Situation
of Human Rights in Belarus, 24 februari-4 april 2025, A/HRC/58/68.