Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:18530

Instanță

Utrecht

Data

19 June 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; VreemdelingenrechtType: uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.36355
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

[eiseres] ,V-nummer: [V-nummer] , eiseres (tezamen; eisers)

(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: H.H.M. van Dooren).

Waar gaat deze zaak over?

In het besluit van 1 juli 2024 heeft de minister de aanvraag van [referent] (referent) tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor ‘verblijf als familie- of gezinslid’ op grond van artikel 8 van het Verdrag voor de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM) voor zijn ouders (eisers) afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 juli 2025 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, referent, [eiser] , de broer van referent, R. Najjar als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

1. Het beroep is ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister de aanvraag van eisers voor een mvv terecht heeft afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Aanvraag

2. Eisers hebben allebei de Syrische nationaliteit. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1965 en eiseres is geboren op [geboortedatum 2] 1975. Eiser is de vader van referent en eiseres is de moeder van eiser. Referent heeft op 26 januari 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv voor eisers.

Wat heeft de minister geoordeeld?

3. De minister heeft de aanvraag eerst afgewezen omdat de familierechtelijke relatie tussen eisers en referent niet aannemelijk was gemaakt. Tijdens de bezwaarprocedure heeft de minister de familierechtelijke relatie tussen eisers en referent wel aangenomen. Ook heeft de minister familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM aangenomen omdat referent valt onder het bereik van het jongvolwassenenbeleid. De minister heeft de belangenafweging echter in het nadeel laten uitvallen en zich op het standpunt gesteld dat het belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van eisers om het familieleven met referent in Nederland uit te oefenen.

Wat voeren eisers aan?

4. Eisers voeren aan dat de minister de belangen niet goed heeft afgewogen. Over de aard en intensiteit van het gezinsleven heeft referent aangevoerd dat de minister de medische verklaringen uit de Dublinprocedure, de asielprocedure en deze procedure, ten onrechte tegenover elkaar heeft gezet. Toen referent naar Europa kwam, wilde hij bij zijn broer verblijven. Dat was ook logisch omdat zijn broer de in Europa verblijvende persoon was. Uit de medische verklaringen volgt dat er een directe link is tussen de zorgen van referent over de veiligheid van zijn ouders en de mogelijkheid dat hun aanwezigheid stabiliserend en ondersteunend kan zijn. De minister heeft gesteld dat de medische feiten tegenstrijdig zijn, zonder dat rekening is gehouden met de psychische gesteldheid van referent. Verder voeren eisers aan dat de binding van eisers met Turkije ten onrechte wordt meegewogen. Kennelijk is het voor referent onvoldoende veilig om het gezinsleven daar uit te oefenen, omdat referent een verblijfsvergunning heeft gekregen.

Ten aanzien van de belangen van de staat hebben eisers aangevoerd dat het restrictief toelatingsbeleid niet als belang kan worden meegewogen. Over het economisch belang heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat de woning van referent niet toereikend zou zijn. Daarnaast is het de verwachting dat sprake zal zijn van een verbetering in de gezondheidssituatie van referent als eisers naar Nederland komen. Verder is de aanname dat eisers voor langere tijd gebruik moeten maken van publieke voorzieningen te algemeen.

Wat is het toetsingskader?

5. De rechtbank stelt voorop dat uit vaste jurisprudentie volgt dat de rechter zonder terughoudendheid moet toetsen of de minister alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken en, als dit het geval is, of hij zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een 'fair balance' tussen het belang bij de uitoefening van het familie- en gezinsleven van een vreemdeling in Nederland en het Nederlands algemeen belang dat is gediend bij het uitvoeren van een restrictief toelatingsbeleid. De vraag of de minister alle feiten en omstandigheden in de belangenafweging heeft betrokken, moet de rechtbank vol toetsen dus zonder terughoudendheid. De uitkomst van de belangenafweging dient de rechtbank enigszins terughoudend te toetsen. Dit betekent dat de rechtbank moet beoordelen of de minister in de belangenafweging in redelijkheid de nadelige punten voor eisers zwaarder mocht laten wegen dan de voordelige punten. Daarbij is nog van belang dat bij de toepasselijkheid van het jongvolwassenbeleid ook een belangenafweging moet plaatsvinden. Er is namelijk sprake van twee verschillende beoordelingskaders waarbij de weging van feiten kan verschillen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Aard en intensiteit familieleven

7. De minister heeft in het nadeel mogen meewegen dat de aard en intensiteit van het gezinsleven van referent met eisers sterk is verminderd. Daarbij heeft minister kunnen betrekken dat referent doelbewust naar Nederland is gekomen om bij zijn broer te kunnen zijn. Dat volgt onder andere uit de zittingsaantekeningen van de Dublinzitting van 23 september 2021. Toen heeft referent verklaard:

‘Ik beschouw mijn broer als mijn vader voor het leven dat ik in Nederland graag wilde leiden. Sinds ik in [plaats] ben heb ik nooit een bloemrijke dag gezien, mijn leven is heel zwart. We hebben moeilijke omstandigheden gehad in Syrië. Toen ik uit elkaar moest gaan met mijn broer was mijn leven een grote puinhoop. Als ik weer uit elkaar wordt gehaald van mijn broer dan wil ik dit leven niet meer.’

8. Ook volgt uit de medische verklaring van GZ-psycholoog [naam] van 2 april 2021 dat referent doelbewust naar Nederland is gekomen voor zijn broer. Daarin staat het volgende opgenomen:

‘Zijn reden om te vluchten naar Nederland was om bij zijn broer te zijn. Volgens [referent] is zijn broer de enigste persoon die hem kan helpen met zijn psychisch welzijn. [referent] gaf aan dat andere familieleden hem niet steunen en begrijpen. [referent] is vanaf zijn 15de alleen achtergebleven bij zijn ouders en zus. Het feit dat zijn broer plotseling naar het buitenland is gegaan heeft veel impact gehad op de sociale-emotionele ontwikkeling van [referent] .

[referent] heeft vanaf kind af aan altijd van zijn ouders moeten horen dat hij het nooit goed doet. De ouders van [referent] zijn analfabeet en leunden veel op de oudste broer van [referent] . Zijn broer was de enige die hem rust, liefde en regelmaat gaf zoals een kind deze zou moeten krijgen. Hij is een vader voor [referent] en zijn maatje met wie hij alles kan delen.’

9. Tijdens de hoorzitting in bezwaar zijn de hiervoor weergegeven verklaringen aan referent voorgehouden en daarop heeft referent verklaard: ‘Toen ik naar Nederland vertrok zocht ik liefde. Niemand is liever dan vader en moeder. Ik kan niet zonder mijn ouders leven. Ik ben altijd bij hen geweest. Ik kan mij niet voorstellen zonder hen te leven. Ze houden veel van mij en zorgden goed voor mij. Ik kan niet zonder hen leven.’

10. Over de verklaringen die referent tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft gegeven, heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat die moeilijk te rijmen zijn met de hiervoor weergegeven verklaringen. Eerst was de broer van referent het belangrijkst voor referent, en tijdens deze procedure zijn ouders. Referent heeft niet duidelijk kunnen uitleggen waarom zijn beeld zo is veranderd. De minister heeft niet ten onrechte gesteld dat uit de verklaring van referent dat zijn ouders hem niet begrijpen en dat zijn broer de enige die rust en liefde gaf, al volgt dat de aard en intensiteit van het gezinsleven verminderd is.

11. Daarnaast volgt uit de medische verklaringen van 8 april 2021, 12 januari 2022 en 4 juni 2025 dat referent kampt met traumaklachten en depressieve symptomen. Ook maakt referent zich zorgen over het welzijn van eisers. Uit de verklaring van 4 juni 2025 volgt de verwachting dat de overkomst van eisers een positieve invloed zou kunnen vormen op de klachten van referent. Uit die verklaring volgt echter niet dat de overkomst van eisers de oplossing is van alle problemen van referent. Voor deze conclusie had de minister geen medisch deskundige hoeven in te schakelen. In de medische verklaring van 4 juni 2025 staat namelijk; ‘De prognose is op dit moment matig tot ongunstig, gezien de ernst van de klachten, de beperkte behandelrespons tot nu toe en de blijvend psychosociale stressoren. De aanwezigheid van zijn ouders in Nederland zou een beschermende factor kunnen vormen en mogelijk bijdragen aan stabilisering van het ziektebeeld.’ Daaruit volgt – naar het oordeel van de rechtbank - dat het slechts een verwachting is dat de overkomst van de ouders van referent een beschermende factor zou kunnen zijn.

12. Verder heeft de minister van belang kunnen vinden dat referent inmiddels meer dan vier jaar zonder zijn ouders woont en dat referent het merendeel van de tijd bij zijn broer verblijft. Over de aard en intensiteit van het familieleven heeft de minister zich dus op terecht op het standpunt gesteld dat die sterk verminderd is. Dit heeft de minister in het nadeel van eisers kunnen meewegen in de belangenafweging.

Turkije

13. De minister heeft verder licht in het voordeel kunnen meewegen dat referent afkomstig is uit Syrië. Daarnaast wonen eisers sinds 2014/2015 in Turkije. De minister heeft daarom kunnen stellen dat eisers een band hebben opgebouwd met Turkije. De minister heeft dat niet ten onrechte in het nadeel kunnen meewegen. Overigens is niet gebleken dat referent eisers niet kan opzoeken in Turkije, en op die manier zijn gezinsleven met eisers kan uitoefenen.

Restrictief toelatingsbeleid – economisch belang

14. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister het restrictief toelatingsbeleid als belang heeft kunnen laten meewegen. Het belang van het voeren van een restrictief toelatingsbeleid is onderdeel van het algemeen belang van de Nederlandse samenleving, in de zin van het economisch welzijn in bredere zin, en ziet dus op meer dan alleen het belang van de Nederlandse economie in de vorm van uitkeringen vanuit de openbare kas. Naast de vraag in hoeverre de komst van de vreemdelingen naar Nederland ten laste van de openbare middelen zal komen, kan dus ook relevant zijn in hoeverre zij in Nederland aanspraak zullen maken op al dan niet schaarse andere onderdelen van de maatschappelijke infrastructuur, zoals woningen of zorg.

15. De minister heeft gelet op het voorgaande ook niet ten onrechte betrokken dat referent en eisers onvoldoende middelen van bestaan hebben. De minister verwacht niet onrechte dat referent niet financieel voor eisers kan zorgen, omdat hij geen inkomen heeft uit loondienst. De verwachting van referent dat de kansen op de arbeidsmarkt voor referent worden vergroot als eisers in Nederland zijn, hebben eisers niet onderbouwd. Eisers hebben in beroep geen stukken overgelegd waaruit volgt dat referent bezig is met een opleiding of met het vinden van werk.

16. Verder heeft de minister in het nadeel kunnen meewegen dat eisers voor een langere tijd een beroep moeten doen op de openbare kas. Eisers spreken immers de Nederlandse taal en cultuur niet, dus zouden niet op korte termijn kunnen gaan werken als zij in Nederland zijn aangekomen.

17. Tot slot heeft de minister niet ten onrechte meegewogen dat referent niet beschikt over een geschikte woonruimte voor eisers. Tijdens de bezwaarprocedure heeft referent verklaard dat de woning niet geschikt is voor eisers, omdat het klein is. De minister heeft hierbij de opmerking kunnen plaatsen dat het voorzienbaar is dat eisers een eigen woning zullen aanvragen, en dat dit extra druk oplevert op de woonvoorzieningen in Nederland.

18. De rechtbank komt tot de conclusie dat de minister heeft het economisch belang van de staat in het nadeel van eisers heeft mogen laten meewegen.

Conclusie en gevolgen

19. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zie de uitspraak van de Afdeling van 14 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2449, r.o. 3.4.

Zie pagina 6 van het verslag van de hoorzitting in bezwaar d.d. 26 mei 2025.

Zie de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:876, r.o. 2.

Mai Multe Decizii