ECLI:NL:RBDHA:2026:18656
Rezumatul Cauzei
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Uitspraak
Den Haag
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.20082
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker
V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Procesverloop
1. Bij besluit van 9 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
2. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
3. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
4. De rechtspraak heeft vandaag uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Dit beroep is geregistreerd onder kenmerk NL26.20081.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.