Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:18675

Instanță

Groningen

Data

7 July 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Groningen

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; VreemdelingenrechtType: uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.5904
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser, geboren op [geboortedatum],van Marokkaanse nationaliteit,V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. D. de Vries),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer heeft met zijn gemachtigde. Daarom heeft eiser geen procesbelang meer bij het beroep. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

2.1.. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

3. De rechtbank beoordeelt eerst of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft de rechtbank namelijk op 17 februari 2026 laten weten dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken.3.1.. De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd op 9 juni 2026 aangegeven dat hij op dit moment geen contact heeft met eiser en dat hem niet bekend is waar eiser verblijft.3.2.. De rechtbank overweegt als volgt. Volgens rechtspraak van de Afdelingmoet er in beginsel vanuit worden gegaan dat een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd daarop geen prijs meer stelt als die vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder de minister te laten weten waar bij verblijft. Dit is anders als een vreemdeling na die melding nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt over de procedure, tenzij er andere concrete aanknopingspunten zijn dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland of dat hij anderszins geen actueel en reëel belang meer heeft.3.3.. Gelet op deze rechtspraak en de informatie van de gemachtigde van eiser is de rechtbank van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep.Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiser geen procesbelang meer heeft. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Veenstra - van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Op grond van artikel 8:57 Algemene wet bestuursrecht.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Zie de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.

Mai Multe Decizii