Skip to main content

ECLI:NL:RBGEL:2025:9472

Instanță

Arnhem

Data

7 November 2025

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Arnhem

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtType: uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/8055
uitspraak van de enkelvoudige kamer
[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. E. Düsünceli),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, het college

(gemachtigde: F. de Gama).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van twee aanvragen van eiser om bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de Participatiewet (Pw). Eiser is het niet eens met deze afwijzingen. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvragen van eiser voor bijzondere bijstand terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de betaling van de maandelijkse kosten van een parkeerplaats voor zijn auto. Het college heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 10 juni 2024 afgewezen. Daarnaast heeft eiser een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van de APKvan de auto. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 21 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 25 september 2024 op de bezwaren van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.

2.1.. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

2.2.. De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

De omvang van het geschil

3. Nu eiser het beroep, voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van een APK, tijdens de zitting heeft ingetrokken zal de rechtbank daar niet over oordelen. Daarom zal de rechtbank alleen het beroep, voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van een parkeerplaats, ten behoeve van eiser beoordelen.

Het bestreden besluit3.1.. In de Pw wordt onderscheid gemaakt tussen algemene bijstand en bijzondere bijstand. Algemene bijstand is bedoeld om te voorzien in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, dat wil zeggen kosten die kunnen worden gerekend tot het op minimumniveau algemeen gangbare bestedingspatroon. Bijzondere bijstand is bedoeld om te voorzien in de kosten van bestaan die in het individuele geval noodzakelijk zijn en die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

3.2.. Bijzondere bijstand kan worden verstrekt op grond van artikel 35, eerste lid, van van de Pw. Uit vaste rechtspraak volgt dat bij de toepassing van deze bepaling eerst beoordeeld moet worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen. Vervolgens moet beoordeeld worden of die kosten in het individuele geval noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte moet de vraag worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.Op dit punt heeft het college een zekere beoordelingsvrijheid.

3.3.. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) moet degene die een aanvraag doet voor bijzondere bijstand aannemelijk maken dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van die bijstand.

Zijn de kosten noodzakelijk?

Wat vindt eiser?3.4.. Eiser stelt dat de maandelijkse kosten voor de parkeerplaats noodzakelijke kosten zijn. De noodzaak is gelegen in zijn medische gezondheid. Met name zijn loopbeperking, maar ook zijn hartklachten maken het gebruik van de auto noodzakelijk. Om zijn standpunt te onderbouwen heeft hij verklaringen van zijn huisarts gedateerd 9 augustus 2023, 19 maart 2024 en 17 april 2024 ingebracht. Eiser had op zijn vorig woonadres een gehandicaptenparkeerplaats. Sinds zijn verhuizing beschikt hij enkel nog over de gehandicaptenparkeerkaart. Eiser stelt dat de gehandicaptenparkeerplaatsen in de buurt van zijn woning bestemd zijn voor bezoekers van het gezondheidscentrum en stelt dat hij die niet kan gebruiken. Daarom is hij genoodzaakt gebruik te maken van een parkeerplaats in de ondergrondse parkeergarage onder zijn appartement. Eiser voert aan dat hij de kosten daarvan niet zelf kan voldoen, omdat hij onvoldoende middelen heeft en hiervoor niet kan reserveren. Hij heeft schulden en staat aangemeld bij schuldhulpverlening Verdergroep.

Wat vindt het college?3.5.. Het college wijst de bijzondere bijstand voor de kosten voor een parkeerplaats in de ondergrondse parkeergarage af, omdat het college zich op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze kosten voor hem noodzakelijk zijn. Het college stelt dat eiser in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart op kenteken, omdat hij een loopbeperking heeft en dat deze parkeerkaart juist bedoeld is om eiser in staat te stellen vlakbij de woning te parkeren. Het college stelt zich op het standpunt dat eiser in overleg kan treden met de Afdeling Vergunningen Openbare Ruimte om weer gebruik te maken van deze voorziening op zijn huidige adres. Ook, zo stelt het college, kan eiser gebruik maken van een loophulpmiddel zoals een loopstok of een rollator. Daarnaast kan eiser gebruik maken van een boodschappenservice voor de boodschappen en voor vervoer naar bijvoorbeeld het ziekenhuis kan hij gebruik maken van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Wat vindt de rechtbank?3.6.. Zoals hierboven ook al is overwogen, moet degene die een aanvraag doet om bijzondere bijstand aannemelijk maken dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van die bijstand. De rechtbank is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de parkeerplaats in de ondergrondse parkeergarage onder zijn woning noodzakelijk is voor hem. De rechtbank legt hierna uit waarom zij tot die conclusie komt.

3.7.. Uit de medische stukken die zijn ingebracht volgt dat eiser een loopbeperking heeft. Dit wordt niet betwist door het college. Uit hetgeen ter zitting is aangevoerd en ook uit de stukken volgt niet dat eiser niet of vrijwel niet kan lopen en dat zijn gehandicaptenparkeerkaart onvoldoende tegemoet komt aan zijn loopbeperking. Het college heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld, dat er andere mogelijkheden zijn waar eiser gebruik van kan maken. Zo kan eiser een gehandicaptenparkeerplaats aanvragen nu hij deze in het verleden ook had. Ook heeft eiser niet, of onvoldoende, betwist dat hij gebruik kan maken van een loophulpmiddel zoals een loopstok of een rollator. Ook heeft eiser niet betwist dat hij voor de boodschappen gebruik kan maken van een boodschappenservice en voor vervoer gebruik kan maken van een voorziening op grond van de Wmo 2015.

Is sprake van zeer dringende redenen in de zin van artikel 16 Pw?3.8.. Eiser betoogt dat in zijn geval sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van de Pw, zodat ook om die reden toch tot bijstandsverlening overgegaan had moeten worden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit artikel 16 Pw volgt dat deze bepaling alleen van toepassing is op personen die geen algemene bijstand ontvangen. Eiser ontvangt wel een Pw-uitkering. Daarom is deze bepaling in de situatie van eiser niet van toepassing.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur3.9.. Eiser stelt dat het besluit tot stand is gekomen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel althans het algemene beginsel van behoorlijk bestuur en beroept zich op artikelen 3:2, 3:4 en 3:46 Awb.

Is het besluit voldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd?3.10.. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestreden besluit voldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. De rechtbank overweegt daarbij als volgt. Eiser is in zijn bezwaar is ontvangen en op de hoorzitting van 26 augustus 2024 gehoord. De door eiser ingebrachte stukken zijn meegenomen in de beoordeling van de aanvraag en in bezwaar. Het college gaat in bestreden besluit gemotiveerd in op de stellingen van eiser. Nu eiser niet nader heeft onderbouwd waar de onzorgvuldigheid in zit, is onvoldoende aanknoping voor het standpunt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd zou zijn.

Is het bestreden besluit strijdig met het evenredigheidsbeginsel?3.11.. Eiser heeft zijn beroepsgrond, dat de afwijzing van de aanvraag in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, niet nader toegelicht of onderbouwd in het licht van de rechtspraak over dit beginsel.Er is niet gesteld door eiser welke bijzondere omstandigheden zich voordeden bij hem, die de wetgever niet of niet ten volle heeft verdisconteerd en die de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Pw zozeer in strijd doen zijn met het evenredigheidsbeginsel, dat die toepassing achterwege moet blijven.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.D.Z.R. Mohamed Hoesein, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. van Kouwen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier is verhinderd te tekenen

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Algemene Periodieke Keuring.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 5 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:850.

Zie de uitspraak van de CRvB van 21 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:988.

Zie de uitspraak van de CRvB 8 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3059 en van 7 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:94.

Vergelijk de uitspraken van de CRvB van 20 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:942 en 7 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:94.

Zie de uitspraak van de CRvB van 15 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:700.

Mai Multe Decizii