ECLI:NL:RBLIM:2026:4408
Rezumatul Cauzei
Civiel recht
Uitspraak
Maastricht
RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12158671 \ CV EXPL 26-1564
Vonnis in kort geding van 4 mei 2026
in de zaak van
[eisende partij],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. W.J.F. Geertsen,
tegen
[gedaagde partij] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] B.V.,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 t/m 6, - de mondelinge behandeling van 30 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
het tegen [gedaagde partij] B.V. verleende verstek.
Daarna is vonnis bepaald.
2. Het geschil
2.1..
[eisende partij] vordert dat [gedaagde partij] B.V., bij wijze van voorlopige voorziening en voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot:
betaling van achterstallig loon van € 2.850,00 bruto per maand over de periode november 2025 tot en met april 2026, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,
afgifte van loonspecificaties op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag, met een maximum van € 10.000,00,
betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
2.2..
[eisende partij] legt aan de vordering ten grondslag dat hij met [gedaagde partij] B.V. een arbeidsovereenkomst heeft gesloten en dat [gedaagde partij] B.V. heeft nagelaten om het (volledige) loon over de maanden november 2025 tot en met april 2026 aan [eisende partij] te betalen. Vanwege het niet (tijdig) betalen van het loon, maakt [eisende partij] ook aanspraak op de wettelijke verhogingen de wettelijke rente. Verder heeft [gedaagde partij] B.V. nagelaten loonspecificaties over november 2025 tot en met april 2026 aan [eisende partij] te verstrekken.
3. De beoordeling
Verstekverlening
3.1.. Uit het originele dagvaardingsexploot blijkt dat [gedaagde partij] B.V. op correcte wijze is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. [gedaagde partij] B.V. heeft geen verweerschrift ingediend en is niet op de mondelinge behandeling verschenen. De kantonrechter heeft ook geen ander bericht van [gedaagde partij] B.V. ontvangen. Nu de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, heeft de kantonrechter tegen [gedaagde partij] B.V. verstek verleend.
Spoedeisend belang
3.2.. Een eis in kort geding kan worden behandeld als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Uit de aard van de vordering van [eisende partij] blijkt voldoende dat er sprake is van een spoedeisend belang. [eisende partij] is dan ook ontvankelijk in zijn vordering.
Achterstallig loon
3.3.. De kantonrechter zal de vordering van [eisende partij] inzake het achterstallig loon toewijzen, nu deze haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, behoudens het navolgende. De inmiddels door [gedaagde partij] B.V. betaalde bedragen dienen op het te betalen bedrag in mindering te worden gebracht.
3.4.. De door [eisende partij] verzochte wettelijke rente over het achterstallig loon over de maanden november 2025 tot en met april 2026 zal worden toegewezen met ingang van de tijdstippen waarop [gedaagde partij] B.V. met de betaling van dit loon in verzuim verkeert.
Wettelijke verhoging
3.5.. De wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW zal als gevorderd worden toegewezen over de achterstallige bedragen (november 2025 tot en met april 2026). Ingevolge artikel 7:625 BW kan de verhoging worden beperkt als dat, gelet op de omstandigheden, billijk voorkomt. Daarvan is hier geen sprake. Het doel van de wettelijke verhoging is immers om de werkgever te prikkelen tot (tijdige) betaling van het overeengekomen loon. Zonder uitleg van [gedaagde partij] B.V., die hier ontbreekt, valt niet in te zien dat er omstandigheden zijn waarmee rekening gehouden dient te worden en die zouden moeten leiden tot matiging.
Loonspecificaties
3.6.. Ook de vordering tot afgifte van de loonspecificaties over de maanden november 2025 tot en met april 2026 zal worden toegewezen, omdat zij niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde dwangsom van € 500,00 per dag zal worden toegewezen, met een maximum van € 10.000,00. De termijn voor verstrekking van de specificaties wordt gesteld op 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.7..
[eisende partij] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eisende partij] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zijn gemachtigde heeft op 12 maart 206 een brief aan [gedaagde partij] B.V. gestuurd waarin hij namens [eisende partij] aanspraak heeft gemaakt op betaling van het achterstallig loon. [eisende partij] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Om die reden zal een bedrag van € 889,00 worden toegewezen. Daarnaast zal ook de gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
Proces- en nakosten
3.8..
[gedaagde partij] B.V. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde partij] B.V. niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten.De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- griffierecht
€
93,00
- salaris gemachtigde
€
577,00
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
814,00
3.9.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.10.. De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4. De beslissing
De kantonrechter
4.1.. veroordeelt [gedaagde partij] B.V. om aan [eisende partij] te voldoen het achterstallig loon van € 2.850,00 bruto per maand over de periode november 2025 tot en met april 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de tijdstippen waarop [gedaagde partij] B.V. met de betaling van dit loon in verzuim verkeert tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat het geld dat [gedaagde partij] B.V. al als loon aan [eisende partij] heeft betaald, daarop in mindering strekt,
4.2.. veroordeelt [gedaagde partij] B.V. om aan [eisende partij] te betalen de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW over het bij 4.1. genoemde achterstallig loon,
4.3.. veroordeelt [gedaagde partij] B.V. om aan [eisende partij] te betalen € 889,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.4.. veroordeelt [gedaagde partij] B.V. tot verstrekking van specificaties van het loon over de maanden november 2025 tot en met april 2026 binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [gedaagde partij] B.V. hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 10.000,00;
4.5.. veroordeelt [gedaagde partij] B.V. in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
4.6.. veroordeelt [gedaagde partij] B.V. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.7.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.8.. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026.
Artikel 7:625 BW.