ECLI:NL:RBLIM:2026:5627
Rezumatul Cauzei
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Uitspraak
Roermond
RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11930140 \ CV EXPL 25-4478
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
de vereniging [V.v.E.],
statutair gevestigd te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CASA B.V.,
statutair gevestigd te Roermond,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Casa,
gemachtigde: mr. T.G.M. Scheers.
1. De procedure
1.1..
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 maart 2026, - de akte van Casa met producties, - de antwoordakte van de VvE tevens houdende wijziging van eis met één productie.
1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
Het tussenvonnis van 18 maart 2026
2.1.. De kantonrechter heeft Casa bij tussenvonnis van 18 maart 2026 in de gelegenheid gesteld haar stelling dat zij de voorschotten over de maanden november en december 2025 en januari 2026 heeft betaald, te bewijzen.
De akten naar aanleiding van het tussenvonnis
2.2.. Casa heeft vervolgens de volgende producties overgelegd:
productie C-004: betalingsbewijs factuur november 2025 ( [factuurnummer 1] ) d.d. 09-02-2026;
productie C-005: factuur december 2025 ( [factuurnummer 2] ) en betalingsbewijs d.d. 09-02-2026;
productie C-006: factuur januari 2026 ( [factuurnummer 3] ) en betalingsbewijs d.d. 09-02-2026.
2.3.. De VvE erkent dat het voorschot over de maand januari 2026 is betaald. Zij blijft echter erbij dat de voorschotten over november en december 2025 niet zijn betaald. De VvE heeft hiernaast haar vordering opnieuw vermeerderd, omdat volgens haar de voorschotbijdragen over de maanden maart, april en mei 2026 wederom onbetaald zijn gebleven door Casa. Zij vordert thans veroordeling van Casa tot betaling van een hoofdsom van € 6.207,36 en handhaaft daarnaast de bij dagvaarding gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
De tweede vermeerdering van eis en de incassokosten
2.4.. Zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen, is de eiser bevoegd zijn eis of de gronden daarvan te wijzigen (artikel 130 Rv). De gedaagde is bevoegd hiertegen bezwaar te maken, op grond dat de verandering of vermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde. De rechter kan op dezelfde grond ook ambtshalve een verandering of vermeerdering van eis buiten beschouwing laten.
2.5.. Casa heeft geen bezwaar gemaakt tegen de wijziging van eis. De kantonrechter zal de wijziging van eis evenwel buiten beschouwing laten, omdat deze in strijd is met de eisen van een goede procesorde. In deze zaak heeft de VvE bij conclusie van repliek voor de eerste keer haar eis gewijzigd. De tweede eiswijziging ligt in het verlengde van de eerste eiswijziging. Het lijkt erop dat de VvE telkens in het geval gaandeweg de procedure betalingstermijnen verstrijken, haar eis vermeerdert. In het geval de kantonrechter dat toe staat, komt deze procedure nooit tot een einde. Casa moet in het kader van hoor en wederhoor immers telkens in de gelegenheid worden gesteld op de eisvermeerdering te reageren, waarna mogelijk weer nieuwe betalingstermijnen verstrijken en weer een eisvermeerdering wordt ingesteld, waarop Casa weer moet kunnen reageren. Deze wijze van procederen is in strijd met de eisen van een goede procesorde. Het ligt op de weg van de VvE als eisende partij om haar vordering zo te formuleren dat in het geval tijdens de procedure opnieuw betalingstermijnen verstrijken, Casa kan worden veroordeeld tot betaling van de opeisbaar geworden bedragen. Dit heeft de VvE niet gedaan. Dit komt voor haar rekening en risico.
2.6.. Over de gevorderde incassokosten heeft de kantonrechter bij tussenvonnis al een bindende eindbeslissing genomen, inhoudend dat dit onderdeel van de vordering wordt afgewezen. De kantonrechter ziet in de stelling van de VvE dat zij haar vordering ten aanzien van de incassokosten handhaaft, geen aanleiding om van dit oordeel terug te komen.
De bij antwoordakte in het geding gebrachte productie
2.7.. De VvE heeft bij antwoordakte nog een productie in het geding gebracht. De kantonrechter laat deze bij de beoordeling buiten beschouwing aangezien Casa daarop niet heeft kunnen reageren.
De voorschotten over november en december 2025 en januari 2026
2.8.. Allereerst stelt de kantonrechter vast dat de VvE erkent dat de voorschotbijdrage over de maand januari 2026 is voldaan. Dat brengt mee dat de vordering van de VvE ook op dit punt wordt afgewezen.
2.9.. Voor zover de vordering ertoe strekt dat Casa wordt veroordeeld tot betaling van de voorschotten over de maanden november en december 2025, ligt deze eveneens voor afwijzing gereed. Hiervoor is het volgende redengevend. Casa heeft als productie C-004 en C-005 gegevens in het geding gebracht. Deze heeft zij evenals de productie die ziet op de erkende betaling van het voorschot over de maand januari 2026, aangeduid als ‘betalingsbewijzen’. Hierop is telkens (op een verschillend tijdstip) een afboeking zichtbaar op 9 februari 2026, de datum waarop ook de erkende betaling over de maand januari 2026 is verricht. Het afgeboekte bedrag is gelijk aan verschuldigde voorschot van € 775,92 en de VvE is als begunstigde partij vermeld. Daar komt bij dat het op deze stukken vermelde bankrekeningnummer overeenkomt met het door de VvE op haar facturen vermelde rekeningnummer bij de Rabobank. Daarmee heeft Casa afdoende bewezen dat (ook) deze bedragen aan de VvE zijn voldaan.
Proceskosten
2.10.. Op grond van artikel 12 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) wordt het griffierecht verhoogd tot het griffierecht dat verschuldigd zou zijn geweest indien de vermeerderde eis reeds in de dagvaarding was opgenomen. Het verschuldigde griffierecht bedraagt daarom thans € 559,00. Nu de VvE bij het aanbrengen van de dagvaarding reeds een bedrag van € 514,00 aan griffierecht heeft voldaan, wordt het griffierecht verhoogd met € 45,00, welk bedrag de VvE alsnog dient te voldoen.
2.11.. De VvE is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Casa worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
864,00
2.11.1.. Gelet op de inhoud van de akte van Casa ziet de kantonrechter geen aanleiding daarvoor een 0,5 salarispunt toe te kennen.
2.12.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen op de manier zoals vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De kantonrechter:
3.1.. wijst de vordering af,
3.2.. veroordeelt de VvE in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de VvE niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.. veroordeelt de VvE tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Lafghani en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.