ECLI:NL:RBMNE:2023:7825
Rezumatul Cauzei
Strafrecht
Uitspraak
Utrecht
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/700145-12 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
gedetineerd te P.I. [plaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde,
bijgestaan door mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
De vordering is behandeld op de terechtzitting van 12 januari 2023. Veroordeelde en zijn raadsman zijn – zoals zij de rechtbank voorafgaande aan de zitting hadden laten weten – niet verschenen.
Voorafgaand aan de behandeling is de rechtbank gebleken dat veroordeelde en het Openbaar Ministerie een schikking zijn overeengekomen. Ter zitting heeft de officier van justitie verzocht het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.2. BEOORDELING VAN DE VORDERING
De rechtbank overweegt dat veroordeelde er, na het treffen van een schikkingsovereenkomst met het Openbaar Ministerie, op mag vertrouwen dat de officier van justitie de rechtbank zal verzoeken om af te zien van een verdere behandeling van de ontnemingsvordering, indien hij aan de voorwaarden van de schikking zal voldoen.
De rechtbank zal het Openbaar Ministerie conform het standpunt van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.3. BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Spee, voorzitter, mr. L.M.M. Heppe en
mr. J.P. Verboom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Stekkel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 januari 2023.
Mr. L.M.M. Heppe is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.