Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2026:3283

Instanță

Utrecht

Data

6 March 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; BestuursprocesrechtType: uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/7290

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

Stichting Amaris Zorggroep, gevestigd te Laren, verzoekster

(gemachtigde: B. van der Plas),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder,

(gemachtigde: mr. R.M.H. Rokebrand).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Verzoekster heeft op 27 oktober 2023 bezwaar ingediend tegen de beslissing van verweerder van 29 september 2023. Bij de brief van 5 december 2024 heeft verweerder een besluit genomen waarbij aan de ex-werknemer een IVA-uitkering is toegekend per 23 oktober 2023.

Op 30 juni 2025 heeft verzoekster een verzoek om herbeoordeling ingediend. Op 12 december 2025 heeft verzoekster een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Bij de brief van 23 december 2025 heeft verweerder aangegeven dat de aanvraag niet verder in behandeling wordt genomen, omdat per 23 oktober 2023 aan de ex-werknemer al een IVA-uitkering is toegekend. Verzoekster heeft vervolgens het beroep niet tijdig ingetrokken en een vergoeding gevraagd van de proceskosten.

Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig

is.

2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de

indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. In dit geval is er geen sprake van dat het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) is tegemoetgekomen. Voordat verzoekster het beroep niet tijdig had ingediend, had verweerder de IVA-uitkering namelijk al toegekend aan de ex-werknemer. Er is daarom geen sprake van formeel of materieel tegemoetkomen vanwege het ingediende beroep. Hierdoor oordeelt de rechtbank dat het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van

J.B. Overtoom, griffier.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Mai Multe Decizii