Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2026:4048

Instanță

Lelystad

Data

8 July 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Strafrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Lelystad

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 16/164779-25; 09/203218-25 (t.t.z. gevoegd);

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 8 juli 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2006] in [geboorteplaats] ,

verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,

(hierna: de verdachte).1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 24 juni 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

de verdachte;

de officier van justitie: mr. N. Schipper;

de advocaat van de verdachte: mr. S.J. Jansen (hierna: de advocaat);

de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde] : mr. A.J.W.F. Segeren, waarnemend voor mr. J.L. L’Homme;

de gemachtigde van de benadeelde partij Univé Dichtbij Brandverzekering N.V..2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

16/164779-25

feit 1

op 16 januari 2025 te Almere in vereniging, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een bedrijfspand, gelegen aan de [adres] , door met een steen een ruit van dat pand in te gooien en een explosief aan te steken, waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

feit 2

op 16 januari 2025 te Almere in vereniging een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een IED (Improviced Explosieve Device) voorhanden heeft gehad;

feit 3

op 8 juli 2025 te Amsterdam een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een schietpen van kaliber 6.35Btr, een onderdeel van een pistool van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonhouder van het merk FN, kaliber 40 S&W en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten, 50 scherpe patronen 44REM MAG (S&B), 2 scherpe patronen 9x19mm (Norma) en 1 scherp patroon 6.35Br (Geco), voorhanden heeft gehad;

feit 4

op 8 juli 2025 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van ongeveer 332,6 gram MDMA en een hoeveelheid van ongeveer 2.000 zegels bevattende LSD;

feit 5

op 8 juli 2025 te Amsterdam opzettelijk zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 465,4 gram Ketamine in voorraad heeft gehad;

09/203218-25

feit 1

op 1 februari 2025 te Stolwijk in vereniging [slachtoffer] heeft geprobeerd op te lichten door haar te bewegen een tas met waardevolle spullen aan verdachte af te geven.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.3. Bewijs

3.1..

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

3.2..

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 3, 4 en 5 onder de zaak met parketnummer 16/164779-25. Ten aanzien van de overige feiten refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.

3.3.. Oordeel van de rechtbank

3.3.1.. Bewijsmiddelen

16/164779-25

Ten aanzien van feit 1 en 2

De verdachte bekent dat hij de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert. De bewijsmiddelen staan in bijlage II van dit vonnis.

Ten aanzien van feit 3, 4 en 5

De rechtbank oordeelt dat ook feiten 3, 4, en 5 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

09/203218-25

De rechtbank oordeelt dat het ook onder dit parketnummer ten laste gelegde feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

3.3.2..

Bewijsoverwegingen

16/164779-25

Inleiding

Op 16 januari 2025 heeft er in Almere bij de sportschool [benadeelde] een ontploffing plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze ontploffing heeft de politie een onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek kwam de verdachte naar voren. Op 8 juli 2025 is de verdachte in zijn woning aangehouden door de politie. Op dezelfde dag is zijn woning ook doorzocht. Tijdens deze doorzoeking is in de slaapkamer van de verdachte een Basic Fit rugtas aangetroffen, waarin o.a. (onderdelen van) wapens, munitie, LSD-vellen, MDMA-pillen en ketamine is aangetroffen.

Wetenschap aanwezigheid drugs en wapens

De advocaat heeft aangevoerd dat de verdachte niet de eigenaar was van de rugtas en ook niet heeft geweten wat er in de tas zat. De verdachte zou de rugtas voor een vriend van een vriend in bewaring hebben genomen. Wie dat (precies) is, weet hij niet. Hij zou niet hebben gevraagd wat er in de tas heeft gezeten en hij zou ook niet in de tas hebben gekeken.

Voor “opzettelijk aanwezig hebben” (van harddrugs), voor “opzettelijk voorhanden hebben” (van (onderdelen van) wapens) en voor “opzettelijk in voorraad hebben” (van ketamine) is steeds vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van die spullen. Daarbij geldt dat ook de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat die goederen aanwezig zijn onder deze wetenschap kan worden geschaard. De verdachte heeft verklaard dat hij de tas voor een ander moest bewaren, maar dat hij ook niet wist wie dat was, slechts dat het om een vriend van een vriend ging. Die onbekende derde zou de tas ongeveer twee weken eerder bij de verdachte hebben gebracht en hij zou nog aan de verdachte laten weten wanneer hij de tas weer zou komen ophalen. Onder deze omstandigheden had de verdachte naar het oordeel van de rechtbank een onderzoeksplicht. Hij zegt dat hij geen vragen heeft gesteld over de inhoud van de tas en dat hij niet heeft gevraagd waarom het nodig was dat die tas nou juist op de slaapkamer van de verdachte werd ondergebracht. De tas is vervolgens twee weken bij hem gebleven, tot de politie deze heeft gevonden. De rechtbank is daarom van oordeel dat er ten minste sprake is van een bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat in de tas illegale waren zaten. De rechtbank oordeelt dat in dit geval sprake is geweest van het opzettelijk aanwezig (respectievelijk voorhanden hebben en in voorraad hebben) hebben van drugs, wapens en munitie en ketamine.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank met betrekking tot de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 onder parketnummer 16/164779-25 van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.

16/164779-25

De verdachte stelt dat hij op 1 februari 2025 wel iets wilde ophalen, maar dat hij niet wist dat het een oplichting betrof. De verdachte heeft verklaard dat hij via snapchat benaderd is om met een aantal personen ergens wat op te halen en dat hij hiervoor ook een geldbedrag zou krijgen. De verdachte geeft aan dat hij deze personen niet kende en dat hij de persoon die hem benaderd had ook niet kende. De verdachte zou enkel een code moeten doorgeven en een tas op moeten halen.

De rechtbank oordeelt het op basis van deze omstandigheden niet geloofwaardig dat de verdachte niet zou hebben geweten dat het een oplichting betrof. Het is ongeloofwaardig dat hij een dergelijke cruciale rol bij de oplichting zou vervullen, zonder precies te weten hoe hij zich moest gedragen en wat hij moest zeggen en doen, waaruit volgt dat hij wist dat het om oplichting ging.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank met betrekking tot het feit onder parketnummer 09/203218-25 van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen.

3.4..

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

Ten aanzien van 16/164779-25

feit 1

op 16 januari 2025 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en brand heeft gesticht in een bedrijfspand (sportschool [benadeelde] ), gelegen aan de [adres] , door- met een steen een ruit van het pand in te gooien en- (vervolgens) een explosief tot ontbranding te brengen

ten gevolge waarvan dat pand gedeeltelijk is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor- dat pand en de inboedel van dat pand en- ( nabijgelegen bedrijfspanden en inboedel van die nabijgelegen bedrijfspanden,in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

feit 2

op 16 januari 2025 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een geïmproviseerde explosieve constructie (improvised explosive device (IED)), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing,voorhanden heeft gehad;

feit 3

op 8 juli 2025 te Amsterdam,- een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een schietpen van kaliber 6.35Br, zijnde een vuurwapen dat uiterlijk geleek op een ander voorwerp dan een wapen en- een onderdeel van een pistool van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonhouder van het merk FN, kaliber 40 S&W en- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten• 50 scherpe patronen 44REM MAG (S&B) en• 2 scherpe patronen 9x19mm (Norma) en• 1 scherp patroon 6.35Br (Geco),voorhanden heeft gehad;

feit 4

op 8 juli 2025 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 880,5 pillen / 332,6 gram, zijnde een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en- ongeveer 4 vellen / 2.000 zegels, zijnde een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD,zijnde MDMA en LSD (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 5

op 8 juli 2025 te Amsterdam, opzettelijk zonder registratie een werkzame stof, te weten (ongeveer) 465,4 gram Ketamine in voorraad heeft gehad;

Ten aanzien van 09/203218-25

feit 1

op 1 februari 2025 te Stolwijk, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer] , te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een tas met (waardevolle) spullen, - naar de vaste telefoonlijn van die [slachtoffer] heeft gebeld en zich telefonisch (tegenover [valse naam 1] ) heeft voorgedaan als politiemedewerker en- telefonisch heeft verteld dat er sprake is van een verdachte situatie in de omgeving van de woning van die [slachtoffer] en dat die [slachtoffer] en [valse naam 1] hun waardevolle spullen en sieraden en geld en creditcard en pinpassen in een tas moesten doen en dat politiemedewerker [valse naam 2] , die tas vervolgens zou komen ophalen en- die [slachtoffer] en [valse naam 1] een zogenaamde code heeft gegeven ter verificatie van de persoon die voornoemde goederen op zou komen halen en- (vervolgens) zich naar de woning van die [slachtoffer] heeft begeven en- zich aldaar als politiemedewerker [valse naam 2] , heeft voorgedaan en voornoemde code met die [slachtoffer] heeft geverifieerd en heeft gezegd dat hij voor de tas kwam en- heeft geprobeerd een tas van die [slachtoffer] aan te pakken,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.4. Kwalificatie en strafbaarheid

4.1..

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

16/164779-25

de eendaadse samenloop van:

feit 1

in vereniging opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en

feit 2

in vereniging handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 3

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 4

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 5

overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan;

09/203218-25

feit 1

poging oplichting in vereniging.

4.2..

Strafbaarheid feit en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.5. Straf

5.1..

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

  • een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden kort gezegd:

o meewerken aan reclasseringstoezicht;

o ambulante begeleiding;

o het meewerken aan het vinden en behouden van dagbesteding;

o het meewerken aan het aflossen van schulden;

o een contactverbod met het slachtoffer en de medeverdachten.

5.2..

Standpunt van de verdediging

De advocaat voert aan dat het jeugdsanctierecht toegepast moet worden. De verdachte was op het moment van het plegen van de feiten nog een jonge verdachte. De verdachte woonde op dat moment nog bij zijn moeder thuis. Hij ging niet meer naar school, maar zijn opleiding had hij nog niet afgerond. Hij was een zoekende jongvolwassene. Zijn jeugdigheid en beïnvloedbaarheid hebben een grote rol gespeeld bij het betrokken raken bij het ten laste gelegde. De advocaat verzoekt om in ieder geval geen langere vrijheidsstraf op te leggen dan de dagen die de verdachte al in voorarrest heeft gezeten. De advocaat verzoekt om daarnaast een voorwaardelijke straf op te leggen onder voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De advocaat verzoekt om rekening te houden met het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

5.3..

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere ernstige strafbare feiten en neemt daar nauwelijks verantwoordelijkheid voor. De verdachte heeft een ontploffing teweeg gebracht bij een sportschool, waardoor grote schade is ontstaan, maar waarmee de verdachte ook heeft bijgedragen aan gevoelens van angst en onveiligheid. In de eerste plaats bij de sportschoolhouder en zijn naasten, maar ook breder in de maatschappij. De verdachte

zegt dat hij onder druk is gezet om dit feit te plegen. Daar gaat de rechtbank niet in mee. Uit het dossier blijkt niet van enige dreiging. Sterker nog, de verdachte meldt zich bij de opdrachtgever en vraagt hoeveel pap (de rechtbank begrijpt: geld) hij ervoor krijgt. De verdachte heeft – een kleine twee weken later – geprobeerd een vrouw op leeftijd op te lichten door zich met een valse naam en een verificatiecode, die even daarvoor telefonisch door zijn handlangers aan het slachtoffer waren doorgegeven, bij haar te melden. De enige reden dat het bij een poging is gebleven is dat het slachtoffer en haar kleinzoon zo alert waren om direct de politie in te schakelen, zodat de verdachte op heterdaad kon worden aangehouden toen hij de tas van het slachtoffer wilde aannemen. De verdachte zegt dat hij enkel mee zou gaan om iets op te halen, maar dat hij niet wist dat het om een oplichting ging. Ook daar gaat de rechtbank niet in mee. Het is algemeen bekend dat deze werkwijze gebruikt wordt om mensen geld en spullen afhandig te maken. Dat moet ook de verdachte hebben geweten, al was het maar omdat hij in september 2024, slechts enkele maanden eerder, door de politie is aangehouden en verhoord in een soortgelijke oplichtingszaak. Ook ten aanzien van de aangetroffen drugs, wapens en munitie ontloopt de verdachte zijn verantwoordelijkheid. Hij zegt dat hij niet wist wat er in de tas zat en dat hij het gewoon voor iemand bewaarde zonder daarbij zelf verkeerde bedoelingen te hebben gehad. De verdachte noemt dit zelf achteraf dom, maar de rechtbank is van oordeel dat er meer aan de hand is en dat de verdachte zijn eigen rol in al deze feiten kleiner maakt dan deze in werkelijkheid is. De feiten zijn kort achter elkaar gepleegd en de verdachte lijkt zijn les niet geleerd te hebben. De houding van de verdachte baart de rechtbank dan ook zorgen.

Eendaadse samenloop

De rechtbank betrekt in de strafmaat verder dat ten aanzien van de feiten 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop voor wat betreft het voorhanden hebben van het explosief.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte kennis genomen van:

  • het strafblad van 3 maart 2026;

  • een rapport van Reclassering Nederland van 20 mei 2026;

  • een rapport van Reclassering Nederland van 9 september 2025;

  • een Pro Justitia-rapport van 19 september 2025.

De advocaat heeft verzocht om toepassing van het jeugdsanctierecht. De rechtbank is – anders dan de raadsman – van oordeel dat er geen aanwijzingen in het dossier zijn voor toepassing van het jeugdsanctierecht. De ondersteuning van de reclassering lijkt van praktische aard en niet van pedagogische aard. De rechtbank volgt daarom ook het advies van de reclassering en de psycholoog om het volwassenstrafrecht toe te passen.

Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat de verdachte voor soortgelijke feiten is veroordeeld na de pleegdata van onderhavige zaak. De rechtbank zal daarom toepassing geven aan artikel 63 van het Wetboek van strafrecht.

De op te leggen straf

Gezien de aard en ernst van de strafbare feiten, zoals hiervoor uitvoerig is toelicht, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. De rechtbank oordeelt dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime duur passend en geboden is. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het voorwaardelijk strafdeel dient als stok achter de deur om herhaling te voorkomen.

De rechtbank wijkt af van de strafeis van de officier van justitie, omdat de rechtbank in strafverminderende zin rekening houdt met de jeugdige leeftijd van de verdachte. De rechtbank houdt ook rekening met wat er in vergelijkbare zaken is opgelegd.

Tenuitvoerlegging van de straf

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend6. In beslag genomen voorwerpen

6.1..

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de onder verdachte in beslag genomen telefoon, simkaart, koffer en rugzak verbeurd te verklaren. Verder vordert de officier van justitie de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen drugs, wapens en munitie.

6.2..

Standpunt van de verdediging

De advocaat refereert zich ten aanzien van het beslag aan het oordeel van de rechtbank.

6.3..

Oordeel van de rechtbank

Beslag met betrekking tot 16/164779-25

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • een telefoontoestel;

  • een simkaart

  • een koffer en

  • een rugzak,

verbeurd verklaren.

Met behulp van deze voorwerpen zijn de bewezen verklaarde feiten voorbereid dan wel begaan.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

4 stuks LSD;

een wapen;

50 stuks munitie;

poeder;

880 pillen;

2 stuks munitie;

1 stuk munitie en

een patroonhouder;

onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit aangetroffen. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven.7. Vordering benadeelde partij

7.1.. Vordering van de benadeelde partijen

Vordering benadeelde partij [benadeelde]

heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 45.453,14 voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 42.953,14 voor vergoeding van materiële schade en € 2.500,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).

De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

werkzaamheden tot het ontruimen van het pand en reinigen: € 3.938,90;

de aanschaf van nieuwe bokszakken en matten: € 29.887,-;

gederfde winst: € 9.127,24.

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De benadeelde partij vraagt ook een vergoeding van € 500,- voor gemaakte proceskosten.

Vordering benadeelde partij Univé Dichtbij brandverzekering N.V.

Univé Dichtbij brandverzekering N.V. heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 79.807,03 voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van materiële schade.

De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

bedrijfsschade door bedrijfsstilstand: € 25.000,-;

huurdersbelang: € 10,760,-

roerende zaken: €44.047,03.

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.2..

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] volledig toe te wijzen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente. De officier van justitie verzoekt op deze vordering hoofdelijk toe te wijzen.

De officier van justitie verzoekt om de benadeelde partij Univé Dichtbij brandverzekering N.V. niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

7.3..

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt om de post ten aanzien van de BTW af te wijzen, nu deze betaald is door de onderneming en er de mogelijkheid bestaat om deze BTW terug te vragen aan de belastingdienst dan wel te verrekenen in de kwartaalaangifte. De advocaat verzoekt om ook de post met betrekking tot de bokszakken en matten primair af te wijzen, omdat niet uit de stukken blijkt dat de schadepost het rechtstreekse gevolg is van het handelen van de verdachte. Subsidiair verzoek de advocaat deze post te matigen en in ieder geval toe te wijzen exclusief BTW. Ten aanzien van de gederfde winst verzoekt de advocaat om deze post niet-ontvankelijk te verklaren, nu niet blijkt hoe deze post zich verhoudt tot de al door de verzekering vergoede gederfde winst. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de advocaat geen opmerkingen.

De advocaat verzoekt om de benadeelde partij Univé Dichtbij brandverzekering N.V. niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

7.4..

Oordeel van de rechtbank

Vordering benadeelde partij [benadeelde]

De rechtbank kan de vordering van de benadeelde partij niet beoordelen in deze strafzaak. Het gaat om een complexe vordering, die een uitgebreide (schriftelijke) behandeling vereist. Daarvoor is in de strafprocedure geen plaats, omdat dit leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank overweegt daarbij als volgt. Niet alleen betreft dit een complexe vordering, maar er zijn ook een aantal vragen die onbeantwoord zijn gebleven met betrekking tot de btw en de aanschaf van (zoveel) bokszakken en matten. In de vordering is ook geen onderbouwing ten aanzien van het geestelijke letsel opgenomen en slechts in algemene termen iets opgemerkt over de gevolgen voor het slachtoffer, terwijl de jurisprudentie een meer substantiële onderbouwing vraagt. Ten aanzien van de proceskosten is onduidelijk of de juridische bijstand is verleend in onderhavige zaak of een andere zaak. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Vordering benadeelde partij Univé Dichtbij brandverzekering N.V.

Alleen schade die rechtstreeks is geleden door het bewezen verklaarde feit, komt voor vergoeding in aanmerking. In dit geval is geen sprake van rechtstreekste schade. De rechtbank volgt hierbij het oordeel van de Hoge Raad dat een verzekeraar in beginsel geen rechtstreekse schade lijdt door het misdrijf. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

Artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 55, 57, 63 en 157 van het Wetboek van Strafrecht;

artikel 26 van de Wet wapens en munitie;

artikelen 2 en 10 van de Opiumwet;

artikel 38 van de Geneesmiddelenwet.9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder 16/164779-25 1, 2, 3, 4 en 5 en het feit onder 09/203218-25 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

  • verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;

  • bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 12 (twaalf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

  • stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jarenvast;

  • als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd:

o meldplicht

zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak.

o ambulante behandeling

zich laat behandelen door de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zodra er plek is. De zorgverlener bepaalt de wijze van de behandeling. De behandeling is gericht op cognitieve en sociale vaardigheden.

o dagbesteding

Zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

o aflossing schulden

meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering

Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

o contactverbod

op geen enkele wijze – direct of indirect – contact op zal nemen, zal zoeken of hebben met de volgende personen:

 [A] (geboren [1981] );

 [B] (geboren [2003] );

 [C] (geboren [2007] )

  • waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

beslag

  • verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

1 STK telefoontoestel (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555787, Zwart,

merk: Apple);

1 STK Simkaart van zaktelefoon (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555755,

vodafone);

1 STK koffer (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555725);

1 STK rugzak (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555732));

  • verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

4 STK LSD (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555718);

1 STK wapen (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555721);

50 STK munitie (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555724, S&B);

1 STK poeder (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555729, Wit);

880 STK pillen (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555740, Roze);

2 STK munitie (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555742);

1 STK munitie (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555825, FN);

1 STK patroonhouder (omschrijving: PL0900-2025015788-G3555737);

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde]

  • verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij Univé Dichtbij brandverzekeraar N.V.

  • verklaart Univé Dichtbij brandverzekeraar N.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Koorevaar, voorzitter, mr. V.A. Groeneveld en mr. A.J. Reitsma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.D. Brenker als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Mr. V.A. Groeneveld en mr. A.J. Reitsma zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

in de zaak met parketnummer 16/164779-25

Feit 1hij op of omstreeks 16 januari 2025 te Almere,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht bij/in een bedrijfspand (sportschool [benadeelde] ), gelegen aan de [adres] , door- met een steen een ruit van het pand in te gooien en/of- (vervolgens) een explosief/vuurwerkbom, althans brandbaar en/of explosief voorwerp/materiaal aan te steken en/of tot ontbranding te brengen, in elk geval met open vuur in aanraking te brengen,ten gevolge waarvan dat pand geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand en/of een ontploffing is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor- dat pand en/of de inboedel/huisraad van dat pand en/of- (een) nabijgelegen bedrijfspand(en) en/of inboedel/huisraad van die/dat nabijgelegen bedrijfspand(en),in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

Feit 2hij op of omstreeks 16 januari 2025 te Almere,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie,te weten een geïmproviseerde explosieve constructie (improvised explosive device (IED)), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing,voorhanden heeft gehad;

Feit 3hij op of omstreeks 8 juli 2025 te Amsterdam,- een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een schietpen van kaliber 6.35Br, zijnde een vuurwapen dat uiterlijk geleek op een ander voorwerp dan een wapen en/of- een onderdeel van een pistool van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een patroonhouder van het merk FN, kaliber 40 S&W en/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten• 50 scherpe patronen 44REM MAG (S&B en/of• 2 scherpe patronen 9x19mm (Norma) en/of• 1 scherp patroon 6.35Br (Geco),voorhanden heeft gehad;

Feit 4hij op of omstreeks 8 juli 2025 te Amsterdam,opzettelijkaanwezig heeft gehad- ongeveer 880,5 pillen / 332,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of- ongeveer 4 vellen / 2.000 zegels, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD,zijnde MDMA en/of LSD (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 5hij op of omstreeks 8 juli 2025 te Amsterdam,opzettelijk zonder registratie een werkzame stof, te weten (ongeveer) 465,4 gram Ketamine in voorraad heeft gehad;

in de zaak met parketnummer 09/203218-25

Feit 1

hij, op of omstreeks 1 februari 2025 te Stolwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer] , althans een ander, te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een tas met (waardevolle) spullen, - naar de vaste telefoonlijn van die [slachtoffer] heeft gebeld en/of zich telefonisch (tegenover [valse naam 1] ) heeft voorgedaan als politiemedewerker en/of- telefonisch heeft verteld dat er sprake is van een verdachte situatie in de omgeving van de woning van die [slachtoffer] en/of dat die [slachtoffer] en/of [valse naam 1] zijn/haar/hun waardevolle spullen en/of sieraden en/of geld en/of creditcard en/of pinpassen in een tas moest/moesten doen en/of dat politiemedewerker [valse naam 2] ,althans een persoon, die tas vervolgens zou komen ophalen en/of- die [slachtoffer] en/of [valse naam 1] een zogenaamde code heeft gegeven ter verificatie van de persoon die voornoemde goederen op zou komen halen en/of- (vervolgens) zich naar de woning van die [slachtoffer] heeft begeven en/of- zich aldaar als politiemedewerker [valse naam 2] , althans als een ander, heeftvoorgedaan en/of voornoemde code met die [slachtoffer] heeft geverifieerd en/of heeftgezegd dat hij voor de tas kwam en/of- heeft geprobeerd een tas van die [slachtoffer] aan te pakken,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

16/164779-25

Feit 1 en 2

de bekennende verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 juni 2026;

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf, inclusief bijlagen, van verbalisant [verbalisant 1] van 4 februari 2025, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland;

  • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingenvan verbalisant [verbalisant 2] van 13 juni 2025, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland;

Feit 3, 4 en 5

De verklaring van de verdachte ter terechtzittingvan 24 juni 2026, zakelijk weergegeven:

Ik had de basic fit tas in bewaring voor een vriend van een vriend en het lag er ongeveer twee weken.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft in een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagnamevan 8 juli 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:1x basic fit rugtas, gevonden op de slaapkamer van verdachte naast het bed;1x patroon houder, gevonden in de basic fit tas op de slaapkamer van de verdachte2x losse patroon, scherp, gevonden in de basic fit tas op de slaapkamer van de verdachte1x doos met 50 STKs scherpe patronen .44 REMMINGTON, gevonden in de basic fit tas op de slaapkamer van de verdachte1x zwarte koffer, handformaat, gevonden in de basic fit tas op de slaapkamer van de verdachte1x plastic houder voor patronen, gevonden in de basic fit tas op de slaapkamer van de verdachte1x simkaart van Vodafone, aangetroffen in de zwarte koffer op de slaapkamer van de verdachte1x zwarte iPhone, aangetroffen op de slaapkamer van de verdachte, op het bureau

In de woning, in de slaapkamer van verdachte [verdachte] , werden tevens ook vermoedelijk drugs aangetroffen. Dit betrof:880,5 roze pillen, gevonden in de basic fit tas op de slaapkamer van de verdachte4 vellen, grijs van kleur, met daar in 2000 zegels, vermoedelijk een bepaald soort drug wat op deze vellen wordt gemaakt, gevonden in de basic fit tas op de slaapkamer van de verdachte.

Verbalisant [verbalisant 3] heeft in een proces-verbaal van bevindingenvan 31 juli 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Deze schietpen is een voorwerp bestemd om projectielen of stoffen door een loop af te schieten. De werking van deze schietpen berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Dit vuurwapen gelijkt qua uiterlijk op een ander voorwerp dan een wapen, namelijk een pen. Derhalve is dit wapen een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie.

Bovenvermeld voorwerp is een patroonmagazijn, merk FN, kaliber .40 S&W - .357 SIG, zijnde een wezenlijk en specifiek onderdeel van een wapen als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie. Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie worden onderdelen van en hulpSTKken voor wapens beschouwd als complete wapens in die zin dat daarop dezelfde regels van toepassing zijn. Dit voorkomt onder andere dat de wettelijke verboden kunnen worden ontdoken door wapens te demonteren, (toelichting Wet wapens en munitie) . Derhalve is een patroonmagazijn een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie III onder 1e van de wet wapens en munitie, mede gelet op het gestelde in artikel 1 onder 3e en artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie. Gelet op bovenstaande worden onderdelen, een patroonmagazijn, in de Wet wapens en munitie, gelijk gesteld met een vuurwapen. Het voorhanden hebben is strafbaar gesteldin artikel 26 lid 1 en 55 lid 3 onder a van het Wet wapens en munitie. Dit patroonmagazijn behoort tot een vuurwapen, pistool, merk FN, model FNP, beschikbaar in zowel kaliber .40 S&W als .357 SIG.

(a) 50 scherpe kogelpatronen , kaliber .44 magnum (foto's 7 t/m 10)Bovengenoemde 50 scherpe kogelpatronen kaliber .44 magnum, merk Sellier & Bellot, zijn munitie bestemd of geschikt om een projectiel door middel van een scherpschietend vuurwapen kaliber .44 magnum af te schieten.(b) 2 scherpe kogelpatronen, kaliber 9xl9mm (foto's 11 & 12)Bovengenoemde 2 scherpe kogelpatronen, kaliber 9xl9mm, merk norma, zijn munitie bestemd of geschikt om een projectiel door middel van een scherpschietend vuurwapen kaliber 9xl9mm af te schieten.(c) 1 scherp kogelpatroon , kaliber 6.35mm Br (foto's 13 & 14)Bovengenoemd scherp kogelpatroon, kaliber 6.35Br, merk Geco, is munitie bestemd of geschikt om een projectiel door middel van het onder 1 genoemde vuurwapen en elk ander scherpschietend vuurwapen kaliber 6.35Br af te schieten.Derhalve zijn deze patronen munitie in de zin van artikel 1 aanhef onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben in een proces-verbaal van bevindingenvan 10 juli 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Onderzoek aan '4x blottervellen met elk 500 zegels' (AARM3363NL)

Nettogewicht: 32,6 gram,Uniek voorwerp nummer: AASU7098NL

Resultaat: indicatie LSD

Onderzoek aan 'sealbag met roze tabletten "Punisher"' (AARM3362NL)

Netto gewicht 332,6 gramUniek voorwerp nummer: AASU7097NLResultaat: identificatie MDMA

Onderzoek aan 'lx plastic zak (gevacuumeerd) met wit kristalachtig poeder (AARM3364NL)Nettogewicht: 2,34 gram,

Uniek voorwerp nummer: AASU7099NL

Resultaat: indicatie Ketamine

De kennisgeving van inbeslagneming, datum registratie 8 juli 2025:

Inbeslagneming

Plaats : [adres] , [woonplaats]

Datum en tijd : 8 juli 2025

Omstandigheden : Aangetroffen in een rugzak, in de slaapkamer van de verdachte

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornamen]

Volgnummer 1

Goednummer : PL0900-2025015788-3555718

Categorie omschrijving : Medicamenten/hulpmiddelen

Object : Verdovende mid (LSD)

Aantal : 4 STKs

Inhoud/sepcificaties : 4 x een vel met daarop 500 kleine lsd zegels, dus 2000

zegeltjes in totaal.

De kennisgeving van inbeslagneming, datum registratie 8 juli 2025:

Inbeslagneming

Plaats : [adres] , [woonplaats]

Datum en tijd : 8 juli 2025

Omstandigheden : Aangetroffen in een rugzak, in de slaapkamer van de verdachte

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornamen]

Volgnummer 1

Goednummer : PL0900-2025015788-3555721

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Vuurwapen (Loop)

Inhoud/sepcificaties : Losse loop, mogelijk een zelfstandig wapen

De kennisgeving van inbeslagneming, datum registratie 8 juli 2025:

Inbeslagneming

Plaats : [adres] , [woonplaats]

Datum en tijd : 8 juli 2025

Omstandigheden : Aangetroffen in een rugzak, in de slaapkamer van de verdachte

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornamen]

Volgnummer 1

Goednummer : PL0900-2025015788-3555724

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Aantal : 50 STKs

Inhoud/sepcificaties : 50x .44 patronen in doos.

De kennisgeving van inbeslagneming, datum registratie 8 juli 2025:

Inbeslagneming

Plaats : [adres] , [woonplaats]

Datum en tijd : 8 juli 2025

Omstandigheden : Aangetroffen in een rugzak, in de slaapkamer van de verdachte

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornamen]

Volgnummer 1

Goednummer : PL0900-2025015788-3555729

Categorie omschrijving : Medicamenten/hulpmiddelen

Object : Poeders

Inhoud/sepcificaties : Zak met wit poeder / kristal.

De kennisgeving van inbeslagneming, datum registratie 8 juli 2025:

Inbeslagneming

Plaats : [adres] , [woonplaats]

Datum en tijd : 8 juli 2025

Omstandigheden : Aangetroffen in een rugzak, in de slaapkamer van de verdachte

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornamen]

Volgnummer 1

Goednummer : PL0900-2025015788-3555740

Categorie omschrijving : Medicamenten/hulpmiddelen

Object : Pillen

Aantal : 880 STKs

Inhoud/sepcificaties : 880 roze, driehoekige pillen.

De kennisgeving van inbeslagneming, datum registratie 8 juli 2025:

Inbeslagneming

Plaats : [adres] , [woonplaats]

Datum en tijd : 8 juli 2025

Omstandigheden : Aangetroffen in een rugzak, in de slaapkamer van de verdachte

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornamen]

Volgnummer 1

Goednummer : PLO0900-2025015788-3555742

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Aantal : 2 STKs

Inhoud/sepcificaties : 2 x los patroon.

De kennisgeving van inbeslagneming, datum registratie 8 juli 2025:

Inbeslagneming

Plaats : [adres] , [woonplaats]

Datum en tijd : 8 juli 2025

Omstandigheden : Aangetroffen in een rugzak, in de slaapkamer van de verdachte

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornamen]

Volgnummer 1

Goednummer : PL0900-2025015788-3555825

Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof

Object : Vuurwapen (Patroonhouder)

Sealbagnummer : 72308791

Uit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een rapport van het NFiDENT van 10 juli 2025, volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:

Kenmerk: AARM3362NL

Omschrijving FO: tablet, roze, uit 332,6 gram; aantal bemonsteringen in onderzoek: een

Conclusie: bevat MDMA

Uit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een rapport van het NFiDENT van 7 augustus 2025, volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:

Kenmerk: AASU7099NL

Omschrijving: monster witte kristallen

Conclusie: vrijwel zuivere ketamine HCI

Uit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een rapport van het NFiDENT van 5 augustus 2025, volgt onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:

Kenmerk: AASU7098NL

Omschrijving: monster, een STKje meerkleurig papier, door middel van perforatie te verdelen in 24 eenheden

Conclusie: bevat LSD

09/203218-25

Uit het proces-verbaal van aangiftevan 1 februari 2025 blijkt dat [slachtoffer] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:

Ik moest waardevolle spullen en sieraden in een tas doen. Er zou een donkere jongen aan de deur komen om de tas op te halen. Ik moest aan de deur een code geven.

De man aan de telefoon zei dat er nu iemand aan de deur stond. Ik liep naar de deur en zag een jongen staan. Het was 20.15 uur. De jongen had een getinte huidskleur.

Hij zei ik kom voor de tas. Ik verifieerde de code met de jongen en strekte mijn hand met de tas uit.Ik zag dat de jongen de tas wilde pakken. Op dat moment kwam de politieagent uit de woning en heeft de jongen aangehouden.

Verbalisant [verbalisant 6] heeft in een proces-verbaal van bevindingenvan 1 februari 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Ik hoorde een jongens- mannenstem aan de telefoon. Ik hoorde dat deze vloeiend ABN sprak. Ik hoorde dat hij zich voorstelde als medewerker van de recherche uit Gouda.

(…)

Ik hoorde dat de man aan de telefoon zei dat er inbrekers actief waren en dat de kans groot was dat deze ook aan de [adres] zouden langskomen. Hierom moest melder waardevolle spullen in een tas stoppen en dichtknopen. Dit moest vooral geld en sieraden zijn.

(…)

Ik hoorde vervolgens dat de "nep rechercheur" aan de telefoon de lijn zou overgeven

aan iemand van het "internetoplichtingteam". Hierbij werden de namen [valse naam 2] en [valse naam 3] genoemd als de collega's die straks de sieraden zouden komen afhalen. Hierbij moest melder de volgende code aan de deur verifiëren: [code] .

(…)

Ik hoorde dat melder de code op het briefje oplas. Ik hoorde de jongen voor de deur zeggen dat hij voor de tas kwam. Ik zag dat melder de tas pakte en uitstrekte naar de jongen. Ik zag dat de jongen zijn arm uitstak om de tas te pakken.

(…)

De verdachte bleek later te zijn: [verdachte] geboren [2006] te [geboorteplaats] .

Verbalisant [verbalisant 7] heeft in een proces-verbaal van bevindingenvan 15 februari 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Verdachte [verdachte] verklaarde de gebruiker te zijn van zijn iPhone 16. In de Iphone is de accountnaam van Snapchat van de gebruiker ' [Snapchat accountnaam verdachte] '. Ten tijde van de oplichting van slachtoffer [slachtoffer] had ‘ [Snapchat accountnaam verdachte] ’ contact met ‘ [Snapchat accountnaam 1] ’ en met ‘ [Snapchat accountnaam 2] ’.

Op 1 februari 2025:

Om 19.07 uur was er een inkomende oproep van ' [Snapchat accountnaam 1] '.

Daarna nog een aantal uitgaande oproepen naar ' [Snapchat accountnaam 1] ', tot en met 19.10 uur.

Om 19.12 uur waren er een aantal uitgaande berichten aan ‘ [Snapchat accountnaam 2] ’: "Kom snel”, “Snle”, “Snel”.

Om 19.13 uur was er daarna een uitgaande oproep naar ‘ [Snapchat accountnaam 2] ’.

Om 19.13 uur stuurde ‘ [Snapchat accountnaam 1] ’ een bericht: “ […] ”, waarop ‘ [Snapchat accountnaam verdachte] ’ reageerde met: “Kom nu”, en reactie van ‘ [Snapchat accountnaam 1] ’: “Oke”

Om 19.15 uur was er een uitgaande oproep naar ' [Snapchat accountnaam 1] ’ van 14 seconden.

Om 20.07 uur kwam een bericht binnen van ' [Snapchat accountnaam 1] ’ met de tekst:

“ [valse naam 2] [code] ”

Om 20.18 uur komt een bericht binnen van ‘ [Snapchat accountnaam 1] ’: “Yo kan je het vinden”

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met onderzoeksnaam Beagle, doorgenummerd pagina 1 tot en met 442. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Pagina 65.

Pagina 143.

Pagina 187.

Pagina 187.

Pagina 188.

Pagina 305.

Pagina 305.

Pagina 307.

Pagina 193.

Pagina 194.

Pagina 195.

Pagina 196.

Pagina 427.

Pagina 428.

Pagina 428.

Pagina 428.

Pagina 429.

Pagina 429.

Pagina 432.

Pagina 432.

Pagina 437.

Pagina 437.

Pagina 438.

Pagina 438.

Pagina 442.

Pagina 442.

Pagina 197.

Pagina 197.

Pagina 232.

Pagina 233.

Pagina 234.

Pagina 235.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Den Haag met proces-verbaal nummer DH7R025007, doorgenummerd pagina 1 tot en met 131. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Pagina 34.

Pagina 34.

Pagina 35.

Pagina 40.

Pagina 40.

Pagina 41.

Pagina 58.

Pagina 59.

Mai Multe Decizii