Skip to main content

ECLI:NL:RBNHO:2026:7434

Instanță

Haarlem

Data

24 June 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Civiel recht; Arbeidsrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Haarlem

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; ArbeidsrechtType: uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 12108488 \ CV EXPL 26-1065

Vonnis van 24 juni 2026

in de zaak van

[eiser],

te [plaats] (China),

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. C.P. Bean,

tegen

de besloten vennootschap, NINA.CARE B.V.,

te Haarlem,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Nina.Care,

verschenen bij haar directeur-eigenaar, mw. [gemachtigde].

1. De procedure

1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 10 februari 2026 met productie(s); - de conclusie van antwoord van 25 februari 2026 met productie(s);

  • het bericht van 17 mei 2026 met productie(s) van [eiser]; - het bericht van 28 mei 2026 met productie(s) van Nina.Care; - de mondelinge behandeling van 28 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de pleitnota van [eiser].

1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

2.1.. Nina.Care is een platform gericht op au pair-matching.

2.2..
[eiser] heeft van oktober 2022 tot september 2023 als au pair in Nederland gewerkt via Nina.Care.

2.3..

[eiser] is sinds 1 januari 2024 bij Nina.Care in dienst als International Agent. In de arbeidsovereenkomst staat (onder meer):

“5. Working hours and workplaceThe employee works part-time for (26) hours per week. Employee works at the office at least TWO(2) times a week. The other days the employee works from home or where he/she can work comfortably.

6. Salary and holiday allowanceThe Employee’s gross monthly salary based on a 40 hour working week is €3.672 and is paid out on a pro-rata basis of (26) hours. The salary is paid on the 26th of every month, net of the statutory and any agreed deductions, by transfer to a bank account specified by the Employee. (…)

7. Holidays

The Employee is entitled to 25 days paid holiday per calendar year on the basis of a 40-hour working week (…)”

2.4.. Voorafgaand aan het tekenen van de arbeidsovereenkomst heeft [eiser] op 21 december 2023 aan Nina.Care geschreven:

“(…) So in the contract I’m doing 26 hours part time (I understand actually it’s 40 hours) so based that can I still get 25 holidays or it’s less? (…)”

2.5..
[gemachtigde] (HR en Finance Manager bij Nina.Care) heeft hier als volgt op gereageerd:

“(…) 1. Office Attendance: I understand the challenges you may face. This is our standard contract, but of course we agree to work remotely full time! If you can come to the office then, super nice!

2. Holidays: Because you will work 40 hours, you also receive 25 days! But I can not put that in the contract!(…)”

2.6.. De arbeidsovereenkomst van [eiser] is per 1 januari 2025 verlengd voor de duur van 12 maanden, waarbij de contracturen zijn gewijzigd van 26 uur naar 25,5 uur per week en het salaris van € 2.386,00 naar € 2.491,98 (gebaseerd op een bruto maandsalaris van € 3.909,00 voor 40 uur per week).

2.7.. In juli 2025 heeft [eiser] op verzoek van Nina.Care drie weken onbetaald verlof opgenomen, omdat het financieel slecht ging met het bedrijf.

2.8..
[eiser] heeft over de maand juli 2025 een bedrag van € 404,44 aan salaris ontvangen.2.9.. De arbeidsovereenkomst is per 1 september 2025 op initiatief van [eiser] beëindigd.2.10.. Bij e-mail van 27 augustus 2025 heeft [eiser] Nina.Care verzocht om tot betaling van het achterstallige loon over juli 2025 over te gaan. Nina.Care heeft op 13 oktober 2025 aan [eiser] laten weten dat zij geen loon meer verschuldigd is over juli 2025.

2.11.. Bij brief van 20 november 2025 heeft (de gemachtigde van) [eiser] Nina.Care gesommeerd tot betaling van het achterstallige salaris over juli 2025 én overige achterstallige loon over de periode dat [eiser] bij Nina.Care in dienst was.

2.12.. Op 4 december 2025 is [eiser] akkoord gegaan met een aanbod van Nina.Care tot betaling van € 1.731,31, onder de voorwaarde dat Nina.Care al het beeldmateriaal van [eiser] op de sociale media, brochures en website van Nina.Care zou verwijderen. Omdat betaling uitbleef en het beeldmateriaal online bleef staan, heeft [eiser] de schikking ontbonden.

3. Het geschil

3.1..
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Nina.Care tot betaling van het achterstallig loon over juli 2025 (€ 1.731,31 netto) en over de periode van januari 2024 tot en met juni 2025 (€ 27.368,78 bruto), te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Daarnaast vordert [eiser] dat Nina.Care veroordeeld wordt om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis al het beeldmateriaal van [eiser] op de website, brochures en/of sociale media van Nina.Care te verwijderen, op straffe van een dwangsom. Dit alles met veroordeling van Nina.Care in de buitengerechtelijke kosten, de proceskosten en de nakosten.

3.2.. Nina.Care voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

3.3.. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Loonvordering juli 2025

4.1.. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] in juli 2025 op verzoek van Nina.Care drie weken (van maandag 7 juli 2025 tot en met vrijdag 25 juli 2025) onbetaald verlof heeft opgenomen. Volgens [eiser] zijn partijen daarbij overeengekomen dat [eiser] per week onbetaald verlof, één dag betaald zou krijgen (in totaal dus drie dagen). Nina.Care heeft het bestaan van deze afspraak niet betwist, zodat dit als vaststaand zal worden aangenomen. Ook staat als onbetwist vast dat [eiser] voorafgaand aan het onbetaalde verlof vier dagen heeft gewerkt (van dinsdag 1 juli tot en met vrijdag 4 juli 2025).

4.2.. Ter discussie staat de vakantie die [eiser] na afloop van het onbetaalde verlof heeft opgenomen (van maandag 28 juli tot en met donderdag 31 juli 2025). Nina.Care heeft in dit verband gesteld dat drie van de vier vakantiedagen als TOIL (‘time off in lieu’, ook wel: compensatieverlof) moeten worden aangemerkt. [eiser] heeft volgens Nina.Care echter niet aangetoond op welke momenten zij extra (over)uren zou hebben gewerkt, zodat niet kan worden vastgesteld dat sprake was van een positief compensatieverlofsaldo. Het ontbreken van een positief compensatieverlofsaldo heeft tot gevolg dat de opgenomen vrije dagen moeten worden aangemerkt als onbetaald verlof. [eiser] heeft hiertegen aangevoerd dat zij (op verzoek van Nina.Care) wel eens extra zaterdagen heeft gewerkt, in ruil waarvoor zij vrije dagen (TOIL) zou krijgen. De gewerkte (over)uren gaf zij door aan de HR-afdeling van Nina.Care, die de uren vervolgens in het HR-systeem ‘HiBob’ registreerde.

4.3.. De kantonrechter overweegt als volgt. Het is aan Nina.Care als werkgever om een deugdelijke urenregistratie bij te houden. Nu Nina.Care geen urenoverzicht of andere administratie heeft overgelegd waaruit blijkt welke uren zijn opgebouwd, opgenomen of nog openstonden, kan haar stelling dat geen compensatieverlofsaldo bestond niet zonder meer worden gevolgd. Het door Nina.Care overgelegde overzicht van geaccordeerde vakantieaanvragen is in dit verband onvoldoende, omdat hieruit geen urensaldo blijkt. De gevolgen van het ontbreken van een deugdelijke registratie van het verlofsaldo komen voor rekening van Nina.Care.

4.4.. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiser] over de maand juli 2025 recht heeft op een salaris gelijk aan 11 werkdagen. Dit komt volgens [eiser] neer op een bedrag van € 2.135,55 bruto (naar rato berekend). [eiser] heeft echter slechts een bedrag van € 404,44 netto uitbetaald gekregen. Dat betekent dat [eiser] nog recht heeft op uitbetaling van het netto equivalent van € 2.135,55 bruto minus € 404,44 netto. [eiser] vordert het verschil tussen deze bedragen, zonder het bruto bedrag eerst naar een netto bedrag te herleiden. De vordering berust daarmee op een onjuiste vermenging van bruto- en nettobedragen. De vordering wordt daarom in zoverre toegewezen dat het bruto bedrag van € 2.135,55 wordt toegewezen, onder inhouding van de wettelijk verplichte loonheffingen en onder verrekening van het reeds betaalde bedrag van € 404,44 netto.

4.5.. Omdat Nina.Care zich bereid heeft getoond om het achterstallig salaris over juli 2025 te voldoen, maar zij door financiële redenen de uiterste betaaldatum heeft gemist en er dus geen sprake is van betalingsonwil, ziet de kantonrechter aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 15%.

4.6.. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals gevorderd.

Omvang dienstverband

4.7.. De volgende vraag die voorligt is of partijen een fulltime dienstverband van 40 uur per week zijn overeengekomen en of [eiser] gedurende haar dienstverband feitelijk structureel 40 uur per week heeft gewerkt. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Daartoe wordt als volgt overwogen.

4.8..
[eiser] heeft ter zitting verklaard dat [gemachtigde] (medeoprichtster van Nina.Care) haar tijdens een gesprek op het kantoor van Nina.Care in Amsterdam heeft verteld dat de functie waarvoor [eiser] in aanmerking kwam een fulltime functie van 40 uur per week betrof. Omdat voor kennismigranten echter een minimumsalaris geldt en Nina.Care dat salaris niet kon bieden, zou in de arbeidsovereenkomst een kleinere arbeidsomvang (namelijk 26 uur) worden opgenomen. Op die manier zou [eiser] alsnog in aanmerking komen voor een visum en verblijfsvergunning als kennismigrant in Nederland. [eiser] heeft met deze constructie ingestemd, omdat dit volgens Nina.Care ook zo bij andere werknemers werd toegepast. Na ontvangst van de arbeidsovereenkomst heeft [eiser] nog wel een aantal vragen gesteld aan (de HR afdeling van) Nina.Care over (onder meer) de verwachte (fysieke) aanwezigheid op kantoor en het aantal vakantiedagen bij de arbeidsomvang. In reactie daarop heeft Nina.Care bij e-mail van 21 december 2023 aan [eiser] laten weten dat zij, omdat zij 40 uur per week zou gaan werken, recht had op 25 vakantiedagen, maar dat dit niet in het contract kon worden opgenomen. Daarnaast heeft zij bevestigd dat [eiser] fulltime vanuit huis mocht werken (zie 2.5).

4.9.. De stelling van Nina.Care dat zij met de opmerking “Because you will work 40 hours, you also receive 25 days” (slechts) heeft bedoeld dat er in bepaalde periodes (rondom evenementen en in piekperiodes) een grote mate van flexibiliteit en beschikbaarheid van [eiser] werd verwacht, maar dat zij nooit van [eiser] heeft gevraagd om structureel 40 uur per week te werken, acht de kantonrechter tegenover het gemotiveerde betoog van [eiser] onaannemelijk. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij.

4.10.. Ook de stelling van Nina.Care dat [eiser] feitelijk onmogelijk 40 uur per week voor Nina.Care kan hebben gewerkt omdat zij het grootste deel van de tijd in het buitenland verbleef, treft geen doel. Het was [eiser] immers expliciet door Nina.Care toegestaan om fulltime op afstand (en dus ook vanuit het buitenland) te werken. De door Nina.Care overgelegde verklaringen van [betrokkene 1] (leidinggevende van [eiser]), [betrokkene 2] (data-analist bij Nina.Care), [betrokkene 3] (medeoprichtster van Nina.Care) en [betrokkene 4] (HR medewerker bij Nina.Care) kunnen haar evenmin baten. Deze verklaringen zijn namelijk uitsluitend gebaseerd op persoonlijke observaties met betrekking tot de flexibiliteit waarmee [eiser] haar werkzaamheden en werktijden inrichtte, en haar (regelmatige) verblijf in het buitenland. Deze omstandigheden sluiten een 40-urige werkweek echter niet uit en zeggen niets over de feitelijke omvang van de verrichte arbeid. Bovendien heeft [eiser] op haar beurt óók verklaringen van (oud-)collega’s overgelegd, die hebben verklaard dat [eiser] juist wél 40 uur per week heeft gewerkt.

4.11.. Het had op de weg van Nina.Care gelegen om haar verweer met nadere bewijsstukken (zoals timesheets, login-data, urenregistraties of werkroosters) te onderbouwen. Dat heeft zij nagelaten. De conclusie is dan ook dat Nina.Care de stelling(en) van [eiser] inhoudende dat de in de arbeidsovereenkomst opgenomen arbeidsomvang van 26 uur dan wel 25,5 uur per week slechts een administratieve formaliteit betrof, onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. De kantonrechter zal daarom uitgaan van een arbeidsomvang van 40 uur per week.

Klachtplicht

4.12..
[eiser] heeft gedurende haar dienstverband een salaris ontvangen op basis van 26 uur (2024) dan wel 25,5 uur (2025) per week, berekend naar rato van een 40-urige werkweek. Omdat hiervoor is geoordeeld dat moet worden uitgegaan van een arbeidsomvang van 40 uur per week, heeft [eiser] in beginsel nog recht op nabetaling van de overige 14 c.q. 15,5 uur per week.

4.13.. Nina.Care heeft gewezen op het geruime tijdsverloop tussen het einde van het dienstverband en het instellen van de vorderingen door [eiser]. De kantonrechter begrijpt dat Nina.Care hiermee een beroep doet op de klachtplicht.De ratio van de klachtplicht is het behoeden van de schuldenaar tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten, en tegen vorderingen waarop hij zich, gezien het tijdsverloop niet meer behoefde in te stellen. Gelet op de gedachte van ongelijkheidscompensatie en bescherming van de werknemer die ten grondslag ligt aan het dwingendrechtelijk karakter van titel 10 van boek 7 Burgerlijk Wetboek, dient een beroep van de werkgever op schending van de klachtplicht door de werknemer terughoudend te worden getoetst.

4.14..
[eiser] heeft op de zitting aangegeven dat zij pas na het inwinnen van juridisch advies over haar rechtspositie ten aanzien van haar vordering met betrekking tot juli 2025 heeft begrepen dat de door Nina.Care gehanteerde constructie niet was toegestaan en dat zij recht had op loon over haar volledige arbeidsomvang. [eiser] komt uit China en heeft geen kennis van het Nederlandse arbeidsrecht. Deze omstandigheden maken naar het oordeel van de kantonrechter dat in redelijkheid niet van [eiser] kon worden verwacht dat zij hierover eerder bij Nina.Care had geklaagd. Het beroep op de klachtplicht wordt daarom verworpen.

Loonvordering januari 2024 tot en met juni 2025

4.15.. Het voorgaande brengt mee dat [eiser] over 2024 (januari tot en met december) nog recht heeft op € 1.388,02 bruto per maand (inclusief vakantiegeld), en over 2025 (januari tot en met juni) op € 1.530,37 bruto per maand (inclusief vakantiegeld). Dit is het verschil tussen het in de arbeidsovereenkomst opgenomen voltijdsalaris minus het daadwerkelijk betaalde maandsalaris, vermeerderd met de vakantietoeslag.

4.16.. De conclusie is dat de kantonrechter over de periode vanaf januari 2024 tot en met juni 2025 een bedrag van € 27.368,78 bruto aan achterstallig salaris zal toewijzen.

4.17.. Hoewel het beroep op de klachtplicht niet slaagt, ziet de kantonrechter het lange tijdsverloop in deze zaak wel als een aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 15%.

4.18.. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals gevorderd.

Verwijderen beeldmateriaal

4.19.. Tussen partijen is niet in geschil dat Nina.Care al het beeldmateriaal waarop [eiser] te zien is van haar website, van haar sociale media en uit haar brochures moet verwijderen. Nina.Care heeft zich daartoe ook bereid verklaard. Tijdens de zitting is gebleken dat er (ondanks de poging(en) van Nina.Care om al het materiaal waarop [eiser] te zien is te verwijderen) toch nog een aantal foto’s op Instagram stond. Nina.Care heeft toegezegd dat zij die foto’s nog diezelfde dag zou verwijderen. De kantonrechter gaat ervan uit dat dit inmiddels is gebeurd.

4.20.. Indien er toch nog beeldmateriaal van [eiser] openbaar toegankelijk blijkt te zijn, ligt het op de weg van [eiser] om Nina.Care daar concreet op te wijzen, bijvoorbeeld door toezending van een link. Nina.Care wordt veroordeeld om het betreffende beeldmateriaal vervolgens binnen drie dagen na de hiervoor bedoelde melding te verwijderen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag, met een maximum van € 5.000,00.

Buitengerechtelijke kosten

4.21..
[eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

Proceskosten

4.22.. Nina.Care is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Nina.Care niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

  • griffierecht

93,00

  • salaris gemachtigde

1.154,00

(2 punten × € 577,00)

  • nakosten

144,00

Totaal

1.391,00

4.23.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1.. veroordeelt Nina.Care om een bedrag van € 2.135,55 bruto aan achterstallig loon over juli 2025 aan [eiser] te betalen, onder inhouding van de wettelijk verplichte loonheffingen en onder verrekening van het reeds betaalde bedrag van € 404,44 netto, vervolgens te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 15% en de wettelijke rente over het totaalbedrag vanaf 10 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling,

5.2.. veroordeelt Nina.Care om een bedrag van € 27.368,78 bruto aan achterstallig loon over januari 2024 tot en met juni 2025 aan [eiser] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 15% en de wettelijke rente over het totaalbedrag vanaf 10 februari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling,

5.3.. veroordeelt Nina.Care om beeldmateriaal waarop [eiser] herkenbaar voorkomt van haar website, brochures en sociale media te verwijderen, binnen drie dagen nadat zij door [eiser] op dat concrete beeldmateriaal is gewezen (bijvoorbeeld onder verwijzing van een link),

5.4.. veroordeelt Nina.Care om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 5.3 voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,

5.5.. veroordeelt Nina.Care om een bedrag van € 1.294,85 aan buitengerechtelijke incassokosten aan [eiser] te betalen,

5.6.. veroordeelt Nina.Care in de proceskosten van € 1.391,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

5.7.. veroordeelt Nina.Care tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.8.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.

De griffier De kantonrechter

Artikel 6:89 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Mai Multe Decizii