Skip to main content

ECLI:NL:RBNHO:2026:7438

Instanță

Haarlem

Data

30 June 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Civiel recht; Arbeidsrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Haarlem

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; ArbeidsrechtType: uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer / rekestnummer: 12182256 \ AO VERZ 26-54

Beschikking van 30 juni 2026

in de zaak van

[verzoekster],

te [plaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoekster],

gemachtigde: mr. F. Huisman (DAS),

tegen

de besloten vennootschap,

TRIGION BEVEILIGING B.V.,

te Schiedam,

verwerende partij,

hierna te noemen: Trigion,

gemachtigde: mr. H Kayhan (Facilicom Group).

De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om een alcoholverslaafde werkneemster (een beveiligster) van wie de Schipholpas en grijze pas zijn ingetrokken nadat zij vlak na afloop van haar dienst door de Koninklijke Marechaussee is aangehouden wegens rijden onder invloed. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever (Trigion) in de gegeven omstandigheden geen geslaagd beroep kan doen op het intreden van de ontbindende voorwaarde(n) uit de arbeidsovereenkomst.

1. De procedure

1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding (c.q. het verzoekschrift) van 6 januari 2026 met producties;

  • de conclusie van antwoord (c.q. het verweerschrift) van 25 maart 2026 met producties; - de akte wijziging verwerende partij van [verzoekster] van 8 mei 2026;

  • de aanvullende productie van [verzoekster] van 12 mei 2026

  • de mondelinge behandeling van 2 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.. De beschikking is bepaald op vandaag.

2. Feiten2.1.. Trigion is een particuliere beveiligingsorganisatie op wie de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (nader te noemen: Wpbr) van toepassing is.

2.2.. Op grond van de artikelen 7 van de Wpbr en 12 lid 4 van de toepasselijke Cao Particuliere Beveiliging (hierna: de cao) kan Trigion een werknemer alleen tewerkstellen indien de werknemer beschikt over toestemming van de korpschef om beveiligingswerkzaamheden te verrichten (hierna ook wel: de grijze pas).2.3..
[verzoekster] is sinds 13 maart 2023 bij Trigion in dienst als beveiliger.

2.4..
[verzoekster] voert haar werkzaamheden uit binnen het beveiligde gebied van Schiphol. De beveiligde gebieden op Schiphol zijn uitsluitend toegankelijk voor medewerkers die over een geldige, persoonsgebonden Schipholpas beschikken.

2.5.. In artikel 2 lid 6 van de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt indien de vereiste toestemming van de Korpschef en/of de Schiphol pas wordt ingetrokken:

“Werknemer verklaart ervan op de hoogte te zijn dat de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus en de Regeling Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus eisen stelt waaraan werkgever en werknemer moeten voldoen. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, zonder dat hier voorafgaande opzegging voor nodig is, zodra werknemer niet (of niet langer) voldoet aan de vereisten gesteld bij of krachtens de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus. Daarvan is in ieder geval sprake indien de vereiste toestemming door de bevoegde instantie (Korpschef/Commandant) niet wordt verleend, wordt ingetrokken of niet wordt verlengd.

(…) Daarnaast wordt de arbeidsovereenkomst aangegaan onder de voorwaarde dat de schriftelijke toestemming voor de AIVD, dan wel de feitelijke Schipholpas is verkregen vanuit SNBV voor het mogen verrichten van werkzaamheden op en/of rondom de luchthaven Schiphol. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege zonder dat opzegging is vereist op de dag dat de toestemming voor het verrichten van werkzaamheden op en/of rondom de luchthaven Schiphol is ingetrokken of niet wordt verlengd.”

2.6..
[verzoekster] is sinds 1 augustus 2025 arbeidsongeschikt wegens ziekte (alcoholverslaving).

2.7.. Op 4 november 2025 heeft [verzoekster] re-integratiewerkzaamheden uitgevoerd bij de passenuitgifte van het Badgecenter op Schiphol. Na afloop van haar dienst is zij door de Koninklijke Marechaussee gecontroleerd op het gebruik van verdovende middelen en aangehouden voor rijden onder invloed.2.8.. Op 5 november 2025 is [verzoekster] door Trigion geschorst:

“Reden schorsingJe bent geschorst voor jouw werkzaamheden omdat je op 4 november 2025 omstreeks 18:00 uur bent aangehouden voor rijden onder invloed door De Koninklijke Marechaussee, al rijdend in jouw auto. Je was na Jouw AT dienst van 16:00 uur tot 18:00 uur op weg naar huis.

Een gesprekTijdens jouw dienst van 16:00 en 18:00 uur hadden we een gesprek waarin specifiek gevraagd is of je medicijnen gebruikt had of alcohol genuttigd had, dit ontkende je beiden. Op 4 november om 21:00 uur werd ik gebeld door de Security Officer van dienst van Schiphol dat je Schipholpas is ingenomen na jouw aanhouding door de Kmar.”

2.9.. Op 6 november 2025 heeft Schiphol aan Trigion laten weten dat geen nieuwe Schipholpas zal worden verstrekt voor werkzaamheden voor of namens Schiphol Group: “(…) Van een beveiliger op Schiphol wordt verwacht dat deze integer gedrag vertoont. Door op de vraag van het Trigion-management niet eerlijk te antwoorden, is een duidelijke grens overschreden die niet toelaatbaar is binnen de Schiphol Security-organisatie. De Schipholpas zal daarom niet opnieuw worden uitgegeven voor of namens Schiphol Group.”

2.10.. Trigion heeft [verzoekster] vervolgens uitgenodigd voor een gesprek op 14 en/of 17 november 2025. [verzoekster] is zonder tegenbericht niet verschenen.

2.11.. Bij brief van 17 november 2025 heeft Trigion zich op het standpunt gesteld dat het dienstverband van [verzoekster] door de intrekking van de Schipholpas per 6 november 2025 van rechtswege is geëindigd.2.12.. Op 18 november 2025 is [verzoekster] gestart met een detoxprogramma.2.13.. Op 25 november 2025 is [verzoekster] naar Zuid-Afrika gevlogen voor een klinische opname en behandeling.

2.14.. Bij brief van 4 december 2025 heeft de korpschef de aan [verzoekster] verleende grijze pas ingetrokken.3. Het verzoek en het verweer

3.1..

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter om voor recht te verklaren dat de ontbindende voorwaarde(n) zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst nietig is, dan wel om het beroep van Trigion op de ontbindende voorwaarde(n) te vernietigen of de gevolgen van het beroep op de ontbindende voorwaarde(n) te wijzigen.

Daarnaast verzoekt [verzoekster] zowel primair als subsidiair om Trigion te veroordelen haar in staat te stellen de tot haar functie behorende werkzaamheden dan wel andere passende werkzaamheden te laten uitvoeren (op straffe van een dwangsom), doorbetaling van loon vanaf 6 november 2025 (te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente) en afgifte van deugdelijke bruto/netto salarisspecificaties (eveneens op straffe van een dwangsom).

3.2.. Trigion voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Volgens Trigion is de arbeidsovereenkomst per 6 november 2025 dan wel 4 december 2025 van rechtswege geëindigd door het intreden van rechtsgeldige ontbindende voorwaarde(n).

4. De beoordeling

Spoorwissel4.1.. De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat de procedure ten onrechte is ingeleid met een dagvaarding. De kantonrechter zal daarom, met toepassing van art. 69 Rv, bij beschikking uitspraak doen. De dagvaarding zal worden opgevat als een verzoekschrift en de conclusie van antwoord als een verweerschrift, zoals tijdens de zitting met partijen besproken. Verder zal het zaaknummer van de zaak worden gewijzigd van 12058144 / CV 26-137 naar 12182256 \ AO VERZ 26-54. Deze (procedurele) kwestie heeft geen gevolgen voor de inhoudelijke behandeling en beoordeling van de zaak.

Het geschil

4.2.. Tussen partijen is in geschil of de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst per 6 november 2025 dan wel 4 december 2025 van rechtswege is geëindigd. In deze zaak moet daarom de vraag worden beantwoord of de ontbindende voorwaarde(n) zoals opgenomen in artikel 2 lid 6 van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is/zijn, dan wel of Trigion zich rechtsgeldig op deze ontbindende voorwaarde(n) kan beroepen.

Rechtsgeldigheid van de ontbindende voorwaarde

4.3.. De voor de arbeidsovereenkomst kenmerkende bescherming van de werknemer, die onder meer tot uiting komt in het wettelijk stelsel van het ontslagrecht, brengt mee dat de geldigheid van een ontbindende voorwaarde in een arbeidsovereenkomst slechts bij uitzondering kan worden aanvaard. Door de Hoge Raad is bepaald dat het opnemen van een ontbindende voorwaarde in de arbeidsovereenkomst onder bepaalde omstandigheden mogelijk is, indien is voldaan aan drie elementen. Het opnemen van een ontbindende voorwaarde mag i) geen strijdigheid opleveren met het stelsel van het ontslagrecht, ii) de vervulling van de ontbindende voorwaarde dient objectief te worden bepaald en iii) na de vervulling moet geen invulling meer kunnen worden gegeven aan de arbeidsovereenkomst.

4.4.. De Schipholpas en de grijze pas van [verzoekster] zijn ingetrokken nadat zij op 4 november 2025 na afloop van haar (re-integratie)dienst bij de passenuitgifte van het Badgecenter op Schiphol door de Koninklijke Marechaussee is aangehouden wegens rijden onder invloed. Vaststaat dat Trigion op de bewuste dag een sterk vermoeden had dat [verzoekster] alcohol had gedronken. Dit vermoeden was gebaseerd op waarnemingen van meerdere collega’s, die een alcoholgeur hadden geroken en hadden gezien dat [verzoekster] voorafgaand aan haar dienst moeite had met inparkeren en enige tijd in haar auto bleef zitten voordat zij naar binnen ging. Trigion heeft [verzoekster] hiermee geconfronteerd, maar [verzoekster] heeft daarop ontkend alcohol te hebben genuttigd. Vervolgens heeft Trigion [verzoekster] haar dienst laten afmaken. Kort nadat [verzoekster] het Badgecenter had verlaten, is zij door de Koninklijke Marechaussee onderworpen aan een alcoholtest. Volgens [verzoekster] kan het niet anders dan dat Trigion de Koninklijke Marechaussee heeft ingelicht over haar vermoedelijke alcoholgebruik. Trigion heeft deze stelling bij gebrek aan wetenschap betwist.

4.5.. De hiervoor geschetste gang van zaken is naar het oordeel van de kantonrechter op zijn minst opvallend te noemen. Daarbij weegt in belangrijke mate mee dat de vraag of de Koninklijke Marechaussee door Trigion is ingelicht, een feitelijke omstandigheid betreft die zich bij uitstek binnen de kennissfeer van Trigion bevindt. Onder deze omstandigheden kon van Trigion een meer concrete en gemotiveerde betwisting worden verlangd. De enkele blote ontkenning bij gebrek aan wetenschap is op dit punt daarom onvoldoende. Als het klopt dat Trigion de Koninklijke Marechaussee heeft ingelicht over het (vermoedelijke) alcoholgebruik van [verzoekster], zou dat betekenen dat Trigion actief heeft aangestuurd op het intreden van de ontbindende voorwaarde(n). Onder die omstandigheden wordt niet voldaan aan de hiervoor onder 4.3 beschreven voorwaarde dat de vervulling van de ontbindende voorwaarde objectief dient te worden bepaald.

Het beroep van Trigion op de ontbindende voorwaarde

4.6.. De kantonrechter overweegt verder als volgt. Zelfs als zou blijken dat Trigion niets met de alcoholcontrole door de Koninklijke Marechaussee te maken heeft gehad (en zij dus ook geen directe invloed heeft gehad op het intreden van de ontbindende voorwaarde), neemt dit niet weg dat een op zichzelf (rechts)geldige ontbindende voorwaarde toepassing kan missen, indien de toepassing daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijnen/of in strijd zou zijn met het goed werkgeverschap.Daarvan is in dit geval sprake.

4.7.. Gelet op de concrete signalen van alcoholgebruik door [verzoekster], had van Trigion als werkgever mogen worden verwacht dat zij het ontkennende antwoord van [verzoekster] op de vraag of zij alcohol had gedronken niet zonder meer zou accepteren. Het had op de weg van Trigion gelegen om nader onderzoek te doen naar de gesteldheid van [verzoekster], hoe zij thuis zou komen en (als zij van plan was om met de auto te gaan) of zij in staat was veilig deel te nemen aan het verkeer. Trigion heeft dit nagelaten. In plaats daarvan heeft zij [verzoekster] (ondanks de ernstige vermoedens van alcoholgebruik) haar dienst laten afmaken en in de auto laten stappen. Dit terwijl zij wist (althans ernstig moest vermoeden) dat [verzoekster] daarmee haar eigen veiligheid, de veiligheid van haar medeweggebruikers en de voor haar functie noodzakelijke Schipholpas en grijze pas op het spel zette. Daarmee heeft Trigion naar het oordeel van de kantonrechter in strijd gehandeld met het beginsel van goed werkgeverschap. De omstandigheid dat Trigion (mogelijk) niet van de verslavingsproblematiek van [verzoekster] op de hoogte was, maakt het voorgaande niet anders. Onder deze omstandigheden kan Trigion naar het oordeel van de kantonrechter geen geslaagd beroep doen op het intreden van de ontbindende voorwaarde(n).

4.8.. In aansluiting op het voorgaande wordt nog opgemerkt dat Trigion op de zitting heeft gesteld dat de situatie mogelijk anders had uitgepakt indien [verzoekster] direct open en eerlijk was geweest over haar alcoholgebruik op 4 november 2025. [verzoekster] heeft hiertegen terecht ingebracht dat liegen een veelvoorkomend kenmerk van een verslaving is. Het kan haar dan ook niet volledig worden tegengeworpen dat zij niet direct open en eerlijk heeft geantwoord op de vraag van haar leidinggevende. Hoewel [verzoekster] verantwoordelijk blijft voor haar eigen handelen en het rijden onder invloed absoluut niet kan worden gerechtvaardigd door haar verslaving, is wel aannemelijk dat deze ziekte heeft bijgedragen aan de omstandigheden waaronder de ontbindende voorwaarde is ingetreden. Ook dit maakt dat Trigion in dit geval geen geslaagd beroep kan doen op de ontbindende voorwaarde(n).4.9.. De conclusie is dat het beroep van Trigion op de ontbindende voorwaarde(n) in de gegeven omstandigheden in strijd is met de redelijkheid en billijkheid c.q. de norm van goed werkgeverschap. Het verzoek van [verzoekster] om het beroep van Trigion op de ontbindende voorwaarde(n) te vernietigen wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat er in deze procedure van moet worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst voortduurt.

Loondoorbetaling, wedertewerkstelling en salarisspecificaties

4.10.. Het voortduren van de arbeidsovereenkomst heeft tot gevolg dat [verzoekster] recht heeft op loon. Het verzoek tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat Trigion het loon te laat heeft betaald. De kantonrechter ziet gelet op de feiten van de zaak aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 10%.

4.11.. Ten aanzien van het verzoek tot wedertewerkstelling overweegt de kantonrechter als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat [verzoekster] haar eigen functie niet mag uitoefenen, zolang zij niet over een Schipholpas en de vereiste toestemming van de korpschef beschikt. Ook het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden elders is niet mogelijk zonder grijze pas. Het is naar het oordeel van de kantonrechter echter niet gebleken dat de intrekking van deze ‘passen’ iedere mogelijkheid tot werken blokkeert. Trigion heeft haar stelling dat er binnen haar organisatie helemaal geen functies zijn waarvoor geen politietoestemming is vereist, niet onderbouwd. Het valt bovendien niet in te zien waarom [verzoekster] niet, in het kader van haar re-integratie (voor zover er benutbare mogelijkheden zijn), in het kader van het tweede spoor ingezet zou kunnen worden buiten de beveiligingssector, waarvoor geen Schipholpas en/of toestemming van de korpschef (grijze pas) is vereist. Trigion zal dan ook worden veroordeeld om [verzoekster] in staat te stellen om andere passende werkzaamheden uit te voeren. Aangezien de kantonrechter begrijpt dat het enige tijd kan duren voordat een andere passende functie is gevonden, zal zij hieraan geen dwangsom verbinden.

4.12.. Omdat Trigion wordt veroordeeld tot betaling van loon, is zij ook verplicht bruto/netto specificaties van die salarisbetalingen aan [verzoekster] te verstrekken, zodat zij daartoe zal worden veroordeeld. Omdat er naar het oordeel van de kantonrechter geen aanwijzingen zijn dat Trigion niet aan deze veroordeling zal voldoen, zal de gevorderde dwangsom worden afgewezen.

Proceskosten

4.13.. De proceskosten komen voor rekening van Trigion, omdat Trigion overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1.. vernietigt het beroep van Trigion op de ontbindende voorwaarde(n) zoals bedoeld in artikel 2 lid 6 van de arbeidsovereenkomst,

5.2.. veroordeelt Trigion om [verzoekster] zo snel mogelijk in staat te stellen andere passende werkzaamheden uit te voeren,

5.3.. veroordeelt Trigion tot betaling aan [verzoekster] van het overeengekomen loon (bij ziekte) over de periode van 6 november 2025 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, te vermeerderen met 10% wettelijke verhoging over het achterstallige salaris vanaf de data van opeisbaarheid van de betreffende loontermijnen tot aan de dag van de gehele betaling, en dat totaal te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de data van opeisbaarheid van de betreffende loontermijnen tot aan de dag van de gehele betaling,

5.4.. veroordeelt Trigion om deugdelijke bruto/netto salarisspecificaties van de onder 5.1 loonbetalingen aan [verzoekster] te verstrekken,

5.5.. veroordeelt Trigion in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Trigion niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,

5.6.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.. wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.

Artikel 6:248 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Artikel 7:611 BW.

Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.

Mai Multe Decizii