ECLI:NL:RBROT:2026:7852
Rezumatul Cauzei
Strafrecht
Uitspraak
Rotterdam
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/700023-20
Datum uitspraak: 7 april 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde](de ter beschikking gestelde),
geboren op [geboorteland] op [geboortedatum] 1985,
verblijvende in [tbs kliniek] te [plaats 1] (de instelling),
raadsman mr. J.J. Lieftink, advocaat te Amsterdam.1. Inleiding
Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 15 maart 2024 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot doodslag, meermalen gepleegd. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 5 april 2024.2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 19 februari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 7 april 2026 behandeld. De officier van justitie mr. E. ter Braak, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [deskundige] , werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.3. Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 26 januari 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een licht verstandelijke beperking, persoonlijkheidsproblematiek met antisociale kenmerken en verslavingsproblematiek.
Het recidiverisico in geval van onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt ingeschat als hoog en matig tot hoog bij voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
De ter beschikking gestelde bevindt zich in de delictgerelateerde behandeling, begeleide verloven zijn opgestart en hij laat geruime periode zien goed in behandeling te zijn, voldoende openheid te geven en adequate coping in te zetten. Hij is gebaat bij duidelijkheid en een aantal steunfiguren, waar hij zich veilig bij voelt en zaken mee deelt. De risicofactoren zijn in de huidige context verminderd actueel. In de huidige situatie lijkt een verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging nog steeds vereist, echter gericht op (stapsgewijze) uitbreiding van vrijheden en resocialisatie, aansluitend bij het lage niveau van emotioneel functioneren en beperkte cognitieve capaciteiten. In het verleden, binnen de eerste tbs-behandeling, is gebleken dat hij in zijn resocialisatie in eerste instantie aan de oppervlakte stabiel blijft functioneren. Echter, onderliggend is er sprake van het mijden van zorg, het ontbreken van openheid, zich niet houden aan afspraken en drugsgebruik, uiteindelijk leidend tot een ernstig recidive en een tweede tbs-oplegging.
Hij heeft laten zien dat hij geen middelen gebruikt en de afgelopen periode is er geen
sprake van (fysieke) agressie geweest. Wel blijven het geringe oplossend vermogen en
wantrouwen naar de omgeving belangrijke factoren waar aandacht voor moet zijn gedurende het traject. Zijn valkuil is om situaties negatief in te kleuren, wat kan leiden tot
moeilijkheden in de samenwerking. Een actieve en presente benadering is hierin helpend
gebleken en noodzakelijk voor het verdere verloop van de behandeling. Er zal verder aandacht worden gegeven aan het bestendigen van arbeidsvaardigheden, een zinvolle daginvulling, het omgaan met stress en spanning en het inzetten en bestendigen van adequate copingvaardigheden. De huidige context waarin hij verblijft is beschermend, maar minder noodzakelijk om terugvallen in probleemgedrag, zoals agressie en middelengebruik te voorkomen. Het behandelteam is daarom voornemens om op termijn stappen te zetten richting onbegeleid verlof en vervolgens richting uitstroom te werken. De komende periode zal de behandeling van de ter beschikking gestelde zich hierop richten.
Op de terechtzitting gegeven advies
De deskundige [deskundige] , als GZ-psycholoog verbonden aan de instelling, heeft het verlengingsadvies op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat voortzetting van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging nog is vereist, mede gelet op de ernst van het indexdelict, en zij niet verwacht dat over een jaar al kan worden gedacht aan voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Het is volgens haar een te grote stap om vanuit begeleid verlof toe te werken naar voorwaardelijke beëindiging. Zij acht meerdere tussenstappen nodig. De koers is dat hij onbegeleid verlof zal krijgen en vervolgens richting uitstroom zal worden gewerkt. Hij is recent overgegaan naar de uitstroomafdeling en het gaat daar goed. Op 13 april 2026 zal onbegeleid verlof worden aangevraagd. De instelling vindt het belangrijk dat daarna transmuraal verlof zal volgen en hij van daaruit naar begeleid wonen gaat. Hij wil echter geen transmuraal verlof. Een andere mogelijkheid is dat hij naar een woning op het terrein van de instelling gaat. Er is daarvoor wel een wachtlijst, maar als er vanuit de instelling urgentie wordt gevraagd, kan dat wel worden versneld. Hij zou dan vanuit begeleid wonen kunnen doorstromen naar een zelfstandige woning. Het is van belang dat deze stappen gecontroleerd worden gezet om hem goed te laten uitstromen, zeker omdat dit zijn tweede tbs-behandeling betreft en hij tijdens zijn eerste tbs-behandeling na lange tijd te zijn behandeld opnieuw de keuze heeft gemaakt om een delict te plegen. Dat is gebeurd toen hij terug was gegaan naar [plaats 2] , waar zijn oude vrienden zijn. Tijdens die tbs-behandeling is ook gebleken dat hij ‘onder water’ dingen bleef doen, zoals het in verkeerde milieus en in een verkeerde woning verblijven. Het zou kunnen zijn dat er toen een bepaalde mate van schijnaanpassing is geweest. Ook nu is hij niet altijd open. Soms is hij het ergens niet mee eens, maar zegt hij dat niet. De inschatting is dat hij ook wel beïnvloedbaar is. De inschatting is daarnaast dat als er meer ruimte in zijn leven komt, er ook meer uitdagingen komen. Het mooie van deze terbeschikkingstelling is dat hij nu wel echt ervaart dat het verstandig is om een bepaalde verbinding met iemand aan te gaan. Dat heeft hij nu gedaan met de therapeut en hij ziet in dat het verstandig is om dat ook te doen met de behandelaren in de instelling en daarnaast contact met familie op te bouwen. Hij wil in [plaats 1] blijven. Dat is belangrijk, want dan is er minder risico dat hij opnieuw de fout gaat, omdat hij daar geen oude vrienden heeft en daar wel familieleden van hem wonen.
De deskundige blijft gelet hierop bij het advies tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Wel schat zij in dat over twee jaren mogelijk aan voorwaardelijke beëidinging van de dwangverpleging kan worden, als het blijft gaan zoals het nu gaat. Daarvoor is het ook wel nodig dat het contact met de reclassering tegen die tijd al wordt opgebouwd.4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren. De raadsman heeft opgemerkt dat de ter beschikking gestelde in korte tijd al veel stappen heeft weten te zetten en het is mooi dat de instelling daaraan heeft meegewerkt en dus ook snelheid betracht. Er is door de deskundige een heel reëel tijdspad geschetst voor het vervolgtraject en het is goed om in die twee jaar in rust toe te werken naar een voorwaardelijke beëindiging.5. Beoordeling
Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De rechtbank ziet dat de terbeschikking gestelde zich goed inzet en hij snel stappen heeft gezet in de behandeling. Het is van belang dat hij ditmaal goed uitstroomt en niet opnieuw zal recidiveren. Daarvoor is het van belang dat de vervolgstappen gecontroleerd worden gezet. Als alles goed blijft gaan is het de verwachting dat in deze periode zal worden toegewerkt naar voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Daarvoor is wel van belang dat de ter beschikking gestelde ook de openheid zal geven die nodig is.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met2 (twee)jaren.
Deze beslissing is genomen door:
mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
en mrs. J. van de Klashorst en E. Kranendonk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De oudste rechter, de jongste rechter en griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.