Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:7973

Instanță

Rotterdam

Data

7 July 2026

Limba

nl

Rezumatul Cauzei

Problema Juridică

Strafrecht

Hotărâre / Soluție

Uitspraak

Rotterdam

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-051220-26

Datum uitspraak: 7 juli 2026

Datum zitting: 23 juni 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1948 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam],

gedetineerd in [naam P.I.].

Advocaat van de verdachte: mr. R.G. van der Laan

Officier van justitie: mr. P.J. Wijnands

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. J.J. van Horen

Kern van het vonnis

De verdachte heeft over een periode van ruim anderhalf jaar kinderporno verspreid, aangeboden, verworven en in zijn bezit gehad. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met daaraan gekoppeld een proeftijd van drie jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling en vermijding van digitale omgevingen die betrekking hebben op seksueel kindermisbruik. De bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar.1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – in de periode van 20 januari 2023 tot en met 23 oktober 2025 kinderporno in zijn bezit heeft gehad en heeft verspreid. Daarnaast beschuldigt zij de verdachte ervan ontuchtige handelingen te hebben gepleegd met een (meerderjarig) persoon in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2016.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2023 tot en met 23 oktober 2025 te

[plaatsnaam], in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, te weten USB-sticks en/of

mobiele telefoons en/of een harde schijf en/of een laptop, bevattende afbeeldingen

van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken

heeft

verspreid en/of

aangeboden en/of

verworven en/of

in bezit heeft gehad en/of

zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een

communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,

en/of

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele

strekking

waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft

verspreid en/of

aangeboden en/of

verworven en/of

in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe de toegang heeft verschaft,

te weten afbeeldingen en/of gegevensdragers, te weten USB-sticks en/of mobiele

telefoons en/of een harde schijf en/of een laptop,

bevattende afbeeldingen,

waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis

en/of

een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of

voorwerp door die persoon

en/of

het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand

en/of voorwerp door die persoon

(afbeeldingsnummers 1 tot en met 14)

en/of

de geslachtsdelen van die persoon met een penis en/of vinger/hand worden

aangeraakt

en/of

de geslachtsdelen van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of

mond/tong worden aangeraakt door die persoon

en/of

die persoon de eigen geslachtsdelen met een vinger/hand aanraakt

(afbeeldingsnummers 15 tot en met 20)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

  • die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of

  • die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar

kleding ontdoet en/of

  • door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze

van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films

nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld

worden gebracht

(afbeeldingsnummers 19, 22 tot en met 25)

en/of

  • dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd

en/of

  • bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of

zichtbaar wordt gemaakt

(afbeeldingsnummer 21)

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;

2

hij in of omstreeks 1 januari 2005 tot en met 31 december 2016 te Zwijndrecht en/of

[plaatsnaam], in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

door geweld of andere feitelijkheden en/of bedreiging met geweld of andere

feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of

meer ontuchtige handelingen,

bestaande uit het (onverhoeds) betasten van de penis van die [slachtoffer] en/of het

aanraken van de lippen en/of het gezicht van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en/of die bedreiging met

geweld of die andere feitelijkheden uit

  • het onverhoeds uitvoeren van die ontuchtige handelingen en/of

  • het voorbijgaan aan zijn (verbale en/of non-verbale) protesten en/of

  • het feit dat hij, verdachte, wetenschap had van de psychische problematiek van

die [slachtoffer] en/of de kwetsbaarheid van die [slachtoffer] en/of

  • het benadrukken dat de relatie tussen hem, verdachte, en die [slachtoffer] geheim moest

blijven en/of

  • het (regelmatig) geven van cadeau’s, althans een of meer goederen, en/of geld aan

die [slachtoffer] en/of

  • het misbruik maken van het uit feitelijke verhoudingen en/of uit omstandigheden

voortvloeiend overwicht, te weten het (voormalig) burgemeesterschap van

verdachte en/of

  • het (aanzienlijke) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [slachtoffer].2. Bewijs / Vrijspraak2.1..

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.2.2..

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit voor feit 2. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1..

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 ten laste gelegde. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, beschrijving kinderpornografisch materiaal aanwezig op inbeslaggenomen gegevensdragers

3. Proces-verbaal van de politie, duiden pleegperiode2.3.2..

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1

hij in de periode van 20 januari 2023 tot en met 23 oktober 2025 te [plaatsnaam],

meermalen,

(in de periode van 20 januari 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van

Strafrecht)

meer afbeeldingen en een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft verspreid en/of aangeboden en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft,

en

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 23 oktober 2025 artikel 252 Wetboek van

Strafrecht)

meer visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft, te weten afbeeldingen en gegevensdragers, te weten USB-sticks en mobiele telefoons en een harde schijf en een laptop, bevattende afbeeldingen, waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en anaal wordt gepenetreerd met een penis

en

een ander persoon oraal en anaal wordt gepenetreerd met een penis en voorwerp door die persoon

en

het eigen lichaam vaginaal en anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en voorwerp door die persoon

(afbeeldingsnummers 1 tot en met 14)

en

de geslachtsdelen van die persoon met een penis en vinger/hand worden aangeraakt

en

de geslachtsdelen van een ander kind/persoon met een vinger/hand en mond/tong worden aangeraakt door die persoon

en

die persoon de eigen geslachtsdelen met een vinger/hand aanraakt

(afbeeldingsnummers 15 tot en met 20)

en

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

  • die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en

  • die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar

kleding ontdoet en

  • door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van die persoon en de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld worden gebracht

(afbeeldingsnummers 19, 22 tot en met 25)

en

  • dat bij het gezicht en het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd

en

  • op het gezicht en het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en zichtbaar wordt gemaakt

(afbeeldingsnummer 21)

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;

2.3.3..

Vrijspraak

Het onder 2 ten laste gelegde is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.

Vooraf

Zedenstrafzaken worden vaak gekenmerkt door het feit dat er slechts twee personen aanwezig zijn geweest bij de (veronderstelde) handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Ook hier is er geen getuige die de ten laste gelegde ontuchtige handelingen heeft waargenomen. In dit geval wordt de waarheidsvinding verder bemoeilijkt door het gegeven dat de vermeende gebeurtenissen zouden hebben plaatsgevonden over een tijdspanne van ruim tien jaar, waarbij het laatste incident tien jaar geleden zou hebben plaatsgevonden.

Bewijsminimum

Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige, oftewel in dit geval enkel op grond van de verklaring van aangever. Van belang is dat deze bepaling betrekking heeft op de bewezenverklaring als geheel. Niet vereist is dat elk aspect van de bewezenverklaring door meer dan één bewijsmiddel wordt ondersteund.

Niet is vereist dat het zedendelict als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal. Het is voor het bewijs afdoende wanneer de verklaring van het slachtoffer op onderdelen voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.

Verklaringen van aangever

Aangever heeft verklaard dat hij de verdachte ergens tussen 2004 en 2006 heeft leren kennen toen hij ongeveer vierentwintig of vijfentwintig was. Aangever was in die periode kwetsbaar. Hij werd namelijk in 2006 en 2007 opgenomen in een kliniek, waarna hij afgekeurd is voor werk. De ten laste gelegde gebeurtenissen zouden volgens aangever vanaf 2005 zijn gestart. De verdachte zou aangever op meerdere momenten hebben aangeraakt op een manier die aangever niet fijn vond. Zo zou de verdachte aangever heel vaak hebben aangeraakt aan zijn gezicht, waaronder bij zijn mond, lippen en wang. Ook zou de verdachte aangever één keer aan zijn geslachtsdeel hebben geraakt. Aangever zou de verdachte steeds hebben afgeweerd en hebben aangegeven dat hij de aanrakingen niet fijn vond, maar de verdachte zou telkens geen gehoor hebben gegeven aan de bezwaren van aangever.

De verdachte heeft vanaf zijn eerste politieverhoor stellig ontkend dat hij het geslachtsdeel van aangever heeft aangeraakt. De verdachte heeft verklaard dat, als hij het gezicht en de lippen van aangever heeft aangeraakt, deze aanrakingen niet in een seksuele context hebben plaatsgevonden. De verdachte heeft verklaard dat hij een soort begeleider en vaderfiguur was voor aangever en dat de aanrakingen binnen die context moeten worden bezien.

Nu de verklaringen van aangever en de verdachte haaks op elkaar staan voor wat betreft het plaatsvinden van aanrakingen, dan wel de ontuchtige context waarin dat zou zijn gebeurd, is voor een eventuele bewezenverklaring van belang dat de verklaring van aangever steun vindt in ander objectief bewijsmateriaal.

Verklaringen van de ouders van aangever

De moeder van aangever heeft bij de politie verklaard dat de aangever zich soms heel boos uitliet over de verdachte. Ze noemt daarbij als voorbeeld dat aangever eens een boek en een beeldje die hij van de verdachte had gekregen in de tuin had gesmeten en daarbij had gezegd dat hij de verdachte wel wilde killen. Zij heeft aan aangever gevraagd wat er is gebeurd met de verdachte. Aangever zou toen hebben geantwoord. “Ja, vieze handen”. Ze stelde vervolgens de vraag of de verdachte hem had aangerand. Aangever heeft toen als antwoord gegeven dat zijn hoofd ermee vol zat.

Ook de vader van aangever heeft bij de politie een verklaring afgelegd. Hij verklaarde dat aangever wel heeft gedeeld dat er iets zou zijn gebeurd, maar aangever zou toen niet hebben gezegd wat precies.

Uit de verklaringen van de ouders van aangever wordt duidelijk dat aangever (een lange tijd) met vele tegenslagen en moeilijkheden heeft geworsteld in zijn leven. Over de tenlastegelegde gebeurtenissen bieden de verklaringen van de ouders echter onvoldoende duidelijkheid. Wat er precies met aangever heeft plaatsgevonden, is voor zijn ouders nooit duidelijk geworden. De verklaringen van de ouders bevatten daardoor te weinig concrete details of eigen waarnemingen, die vervolgens steun kunnen bieden aan de verklaringen van aangever.

Nu het dossier verder geen ander bewijsmateriaal bevat dat steun biedt aan de verklaring van aangever, komt de rechtbank tot de conclusie dat de onder feit 2 tenlastegelegde aanranding niet kan worden bewezen, omdat er met het aanwezige bewijsmateriaal niet wordt voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Ten aanzien van handelingen die op zichzelf door de verdachte worden erkend (het aanraken van het hoofd van aangever) kan de rechtbank niet zonder twijfel vaststellen dat die een ontuchtig karakter hebben gehad.

De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van dit feit.3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Feit 1

in de periode van 20 januari 2023 tot en met 30 juni 2024:

een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 23 oktober 2025:

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt.

3.1..

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.4. Straf4.1..

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet (voor beide feiten) worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met daaraan verbonden een proeftijd van drie jaar en de bijzondere voorwaarden die door de reclassering worden geadviseerd, waaronder een contactverbod met minderjarigen. De bijzondere voorwaarden moeten dadelijk uitvoerbaar worden verklaard en de reclassering moet toezicht houden op de naleving van deze voorwaarden.4.2..

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat, gezien de aard en de ernst van de feiten, de leeftijd van de verdachte, de impact van de publiciteit van de zaak op de verdachte, en de justitiële documentatie van de verdachte, de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht reeds volstaat. De verdediging verzoekt de rechtbank om, indien zij daar aanleiding toe ziet, de voorlopige hechtenis zo spoedig mogelijk op te heffen.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1..

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft een gewoonte gemaakt van het verspreiden, aanbieden, verwerven en bezitten van kinderporno, een zeer ernstig strafbaar feit. Op de inbeslaggenomen gegevensdragers van de verdachte zijn in totaal 1.036 visuele weergaven, waaronder 632 foto’s en 404 video’s, aangetroffen waarop te zien is dat seksuele handelingen met, soms zeer jonge, kinderen worden verricht. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vanwege zijn leeftijd steeds minder seksueel opgewonden raakte en dat hij daardoor op zoek is gegaan naar erotische prikkels. In zijn zoektocht naar nieuwe prikkels is verdachte kennelijk beland in de verwerpelijke wereld van kinderporno. Voor de verdachte lag de focus enkel op de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeftes. Hij heeft in dat kader beelden bekeken, bewaard en doorgestuurd. Het is een feit van algemene bekendheid dat de kinderen bij de vervaardiging van kinderpornografische afbeeldingen veelvuldig seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Kinderen die seksuele handelingen moeten verrichten of moeten ondergaan ten behoeve van de kinderporno-industrie kunnen aanzienlijke psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Door de verspreiding van het beeldmateriaal wordt de schade voor de afgebeelde jeugdigen nog vergroot. Beelden zijn niet eenvoudig te verwijderen van het internet en blijven daar vaak nog jarenlang circuleren, waardoor de slachtoffers ook jaren nadat het misbruik heeft plaatsgevonden, daarmee kunnen worden geconfronteerd. Daarnaast heeft verdachte in een chat met een contact genaamd ‘[naam 1]’ actief gefantaseerd over de wijze waarop bij name genoemde jonge kinderen misbruikt konden worden. De teksten die daarbij door verdachte zijn geuit, zijn bijzonder schokkend te noemen. Door handelingen zoals die door de verdachte zijn gepleegd wordt de vraag naar kinderporno en daarmee het misbruik van kinderen in stand gehouden. Daarbij komt dat de verdachte de kinderporno niet enkel voor zichzelf heeft bewaard, maar op meerdere momenten heeft doorgestuurd en daarmee verder heeft verspreid. De verdachte heeft daarmee een actieve bijdrage geleverd aan de instandhouding van deze illegale markt.4.3.2..

Persoon en persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft ter zitting weliswaar iets meer inzicht gegeven in zijn seksuele beleving dan voorheen, maar hij nam voor zijn handelen onvoldoende verantwoordelijkheid. Hij beriep zich meerdere keren op zijn onkunde op digitaal gebied, gaf geen verklaring voor het aantreffen van een grote hoeveelheid bestanden op meerdere gegevensdragers en schoof het merendeel van de verantwoordelijkheid af op de voor de rechtbank onbekend gebleven persoon met de Snapchat-gebruikersnaam ‘[naam 1]’. De rechtbank heeft daardoor niet het volle vertrouwen verkregen dat de verdachte zichzelf in de toekomst in bedwang kan houden.4.3.3..

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.4.3.4..

Rapporten van deskundigen en de reclassering

In het rapport van psycholoog [naam 2] van 19 mei 2026 staat het volgende.

De verdachte heeft over de onderwerpen seksualiteit en het ten laste gelegde nauwelijks met onderzoekers in gesprek willen gaan. De indruk bestaat dat hij niet het achterste van zijn tong wil laten zien. De verdachte lijkt zich te verschuilen achter naïviteit en onwetendheid. Er is geen sprake van een psychische stoornis, verstandelijke handicap en/of psychogeriatrische aandoening. Omdat er geen zicht is gekomen op de seksualiteitsbeleving van de verdachte en het ten laste gelegde nauwelijks besproken heeft kunnen worden, is het niet mogelijk om een uitspraak te kunnen doen over het recidiverisico. Er zijn wel veel beschermende factoren aanwezig. Ondanks dat er geen stoornis is vast te stellen, maar ook niet geheel uit te sluiten, en er geen recidiverisico kan worden bepaald, komen uit het strafdossier de nodige zorgen naar voren. Het is van belang dat na veroordeling een nadere delictanalyse wordt uitgevoerd, die mogelijk, na het los kunnen laten van de procespositie, beter bewerkt kan worden. Het is van belang dat de seksuele belevingen en gedragingen van betrokkene nader onderzocht en geduid worden. Het is van belang dat seksuele thema’s bespreekbaar worden gemaakt en dat er meer openheid komt. Genoemde behandeling kan worden gerealiseerd bij een forensische polikliniek als De Waag of een soortgelijke instelling. Naast het bewerken van het delictscenario en seksualiteit, is nader onderzoek aangewezen naar een parafiele stoornis en er dient aandacht te zijn voor cognitieve achteruitgang, waarbij zo nodig nader neuropsychologisch onderzoek kan worden ingezet. De behandeling kan bij een bewezenverklaring worden opgelegd in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppeld een reclasseringstoezicht.

In het rapport van Reclassering Nederland van 12 juni 2026 staat het volgende.

Uit het diagnostisch onderzoek door een gedragsdeskundige is naar voren gekomen dat een stoornis niet kan worden vastgesteld, maar ook niet geheel kan worden uitgesloten. Ook kan er geen recidiverisico worden bepaald. Wel wordt geconstateerd dat uit het strafdossier de nodige zorgen naar voren komen, waardoor het van belang wordt geacht dat er nadere delictsanalyse wordt uitgevoerd en dat seksuele belevingen en gedragingen worden onderzocht. De reclassering adviseert daarom ook een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden, waaronder een ambulante behandeling bij een forensische polikliniek gespecialiseerd in seksueel delictgedrag. Verder worden als bijzondere voorwaarden geadviseerd een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod, het vermijden van digitale omgevingen met seksueel kindermisbruik en een verbod op bepaalde werkzaamheden.

4.3.5.. Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. In strafverminderende zin is in aanmerking genomen dat de verdachte een first offender is en op gevorderde leeftijd is.

De officier van justitie heeft haar eis gebaseerd op bewezenverklaring van beide feiten. Hoewel de rechtbank slechts tot bewezenverklaring van één feit komt, zal zij niettemin de door de officier van justitie geëiste straf opleggen. Een lagere straf doet onvoldoende recht aan de ernst van het bewezenverklaarde feit, de proceshouding van de verdachte en de gevaarzetting die daarvan uitgaat.

Dit betekent concreet dat een gevangenisstraf van twaalf maanden wordt opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden vier maanden voorwaardelijk opgelegd, omdat de rechtbank het van belang acht dat de verdachte in de toekomst de nodige behandelingen volgt en meewerkt aan nadere diagnostisch onderzoek, zodat daarmee een eventueel risico op herhaling kan worden beperkt.

Het onvoorwaardelijk deel van deze straf is langer dan verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Bovendien zijn de bezwaren en gronden die tot het bevel voorlopige hechtenis hebben geleid nog aanwezig. Er is dus geen aanleiding om de voorlopige hechtenis thans op te heffen.

Het voorwaardelijk deel van de straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf enkele bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.

De bijzondere voorwaarden zijn: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en vermijding van digitale omgevingen met betrekking tot seksueel kindermisbruik. De rechtbank ziet geen aanleiding om een contactverbod ten aanzien van direct aanwijsbare slachtoffers, een verbod op bepaalde werkzaamheden of het vermijden van contact met minderjarigen als bijzondere voorwaarde op te leggen. Het is de rechtbank immers niet gebleken dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan kindermisbruik, in welk geval dergelijke voorwaarden wel aangewezen zouden zijn.

Gelet op het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.6. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte feit 1, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 4 (vier) maandenniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

  • de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 5 (vijf) dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

3. de verdachte gedurende de proeftijd:

a. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

b. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

c. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

d. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) 6 (zes) keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en R.P.W. van de Meerakker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.E. Jacobino, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [nummer].

Afgelegd tijdens de zitting van 23 juni 2026.

Pagina’s 31-51

Pagina’s 58-60.

Mai Multe Decizii