ECLI:NL:RBROT:2026:8068
Rezumatul Cauzei
Strafrecht
Uitspraak
Rotterdam
Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.007837.23
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Datum zitting: 23 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. F.T. Sakrak
Officier van justitie: mr. T. Lucas
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van valsheid in geschrift en het medeplegen van witwassen.1. Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
Zij in of omstreeks de periode 18 januari 2022 tot en met 28 februari 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of
anderen, althans alleen,
meermalen althans eenmaal
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd
was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
een (afschrift van) een factuur met datum 11 februari 2021 van [naam horlogewinkel] met
factuurnummer [factuurnummer]
als ware het echt en onvervalst, door
deze bij de rechtbank Rotterdam en/of de rechtbank Midden-Nederland, in een raadkamerprocedure en/of kort geding en/of bodemprocedure, in te dienen en/of in te zenden en/of in te brengen en/of over te leggen en/of te gebruiken althans te doen indienen en of inzenden en/of inbrengen en/of overleggen en/of gebruiken.
2
Zij in of omstreeks de periode van 18 januari 2022 tot en met 28 februari 2024 te
Leusden en/of Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(van) een Rolex horloge, althans een voorwerp
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de
verplaatsing heeft
verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren,
en/of
heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,
en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl zij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.2. Vrijspraak2.1..
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor feit 1 en feit 2.2.2..
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide feiten.2.3..
Oordeel van de rechtbank
Vaststaande feiten
Op 18 januari 2022 zagen verbalisanten een verdachte situatie waarbij een man in een Mercedes stapte die op naam staat van de medeverdachte [medeverdachte] . De man bleef even zitten in de Mercedes en is vervolgens in zijn eigen auto gestapt en weggereden. Omdat de auto waar deze man instapte en in wegreed, geregistreerd stond op naam van iemand die antecedenten had op het gebied van overtredingen van de Opiumwet, hebben de verbalisanten besloten om beide auto’s staande te houden. Als bij de man in de andere auto 17 ponypacks met cocaïne worden aangetroffen, verklaart hij dat hij deze drugs verhandelde in opdracht van de bestuurder van de Mercedes. Naar aanleiding van deze bevindingen is de Mercedes staande gehouden. De bestuurder is de medeverdachte [medeverdachte] . In zijn jaszak wordt een geldbedrag van € 2.775,- aangetroffen en om zijn pols draagt hij een Rolex-horloge. Hij heeft bij zijn staandehouding verklaard dat het horloge van zijn moeder (de verdachte) is. Uit onderzoek volgt dat het Rolex-horloge een marktwaarde heeft tussen de
€ 71.000,- en € 95.000,-. Uit bevraging van de Infodesk Crimineel & Onverklaarbaar Vermogen (ICOV) bleek niet dat de verdachte over zodanig legaal inkomen of vermogen beschikte dat die een dergelijke uitgave zouden kunnen verklaren.
Beoordelingskader
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid onder a en b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van witwassen vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf" kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat deze een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of, ondanks de verklaring van de verdachte, het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Wanneer na dit onderzoek een legale herkomst met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten, staat vast dat het voorwerp een criminele herkomst heeft.
Beoordeling
De hierboven onder vaststaande feiten weergegeven bevindingen en de resultaten van de iCOV-bevraging met betrekking tot de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bieden zonder meer grondslag voor een vermoeden van witwassen.
Daar staat tegenover dat de verdachte heeft verklaard dat zij in aanwezigheid van de medeverdachte [medeverdachte] het horloge heeft gekocht bij [naam horlogewinkel] voor € 36.500,-, waarbij zij een ander horloge heeft ingeruild en een bedrag van € 19.500,- contant heeft bijbetaald. Daarnaast heeft zij verklaard dat zij dit horloge heeft kunnen kopen van het geld (de overwaarde) dat zij na verkoop van een woning op haar rekening gestort heeft gekregen. Ter onderbouwing van deze verklaring heeft zij (schermopnames van) bankafschriften verstrekt waaruit volgens haar zou moeten volgen dat zij een groot bedrag heeft ontvangen van de notaris en in een korte periode meermaals contante bedragen heeft opgenomen. Ook heeft zij de onder feit 2 ten laste gelegde factuur verstrekt van de aankoop van genoemde Rolex bij [naam horlogewinkel] .
Deze verklaring is naar oordeel van de rechtbank concreet en verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk.
Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens aanvullend onderzoek verricht naar de verklaring van de verdachte. Uit dit onderzoek volgt dat de verdachte € 115.438,27 op haar bankrekening gestort heeft gekregen na verkoop van haar woning en zij daarna in een korte periode meerdere keren grote bedragen contant van haar bankrekening heeft opgenomen.
Daarnaast is nader onderzoek verricht door de eigenaar van [naam horlogewinkel] , de heer [naam 1] , als getuige te horen. [naam 1] heeft tegenover de politie verklaard dat hij de door de verdachte aangeleverde factuur niet heeft opgesteld, dat hij de verdachte niet kent, dat de handtekening op de factuur niet van hem is en dat hij maar één horloge heeft verkocht van het type dat bij de medeverdachte [medeverdachte] is aangetroffen en dat dat aan een man was. [naam 1] is ook gehoord als getuige in een procedure die de verdachte is gestart bij de rechtbank om het horloge terug te krijgen. [naam 1] heeft toen onder meer verklaard dat hij twee horloges van dat type heeft verkocht, waarvan hij er één heeft verkocht aan een zekere [naam 2] . Na zijn verhoor bij de politie heeft [naam 1] een factuur met hetzelfde factuurnummer overgelegd aan de politie. Die factuur verschilt op meerdere punten van de door de verdachte overgelegde factuur.
Verder onderzoek heeft het Openbaar Ministerie niet verricht.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [naam 1] , met name bezien zijn tweede, op sommige punten tegenstrijdige, verklaring in de civiele procedure, aanknopingspunten biedt voor nader onderzoek. Zo had de administratie van [naam 1] kunnen worden onderzocht of de heer [naam 2] worden gehoord. Dat is echter niet gebeurd. Het dossier bevat ook geen verdere objectieve gegevens die de verklaring van [naam 1] ondersteunen, noch gegevens waaruit volgt dat de door de verdachte gegeven verklaring onmogelijk of onjuist is anders dan de verklaring van [naam 1] . Daarmee resteert in essentie de verklaring van de verdachte tegenover de verklaring van [naam 1] .
Gelet op het bovenstaande heeft het Openbaar Ministerie naar oordeel van de rechtbank onvoldoende onderzoek verricht naar de verklaring van de verdachte. Dat betekent dat niet met voldoende zekerheid kan worden uitgesloten dat het horloge een legale herkomst heeft, waardoor niet kan worden bewezen dat het horloge afkomstig is uit enig misdrijf. Dat betekent dat niet is bewezen dat de verdachte het horloge heeft witgewassen, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.
Valsheid in geschrift
Ten aanzien van de ten laste gelegde valsheid in geschrifte overweegt de rechtbank als volgt. Het verrichte onderzoek heeft niet uitgewezen dat de inhoud van de factuur onjuist is. De door de verdachte gegeven uitleg is weliswaar niet bevestigd, maar evenmin voldoende weerlegd. De rechtbank is van oordeel dat nader onderzoek, dat hiervoor duidelijkheid had kunnen verschaffen, ontbreekt.
Onder deze omstandigheden kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de factuur vals of vervalst is. De verdachte zal daarom ook van dit feit worden vrijgesproken.3. Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.4. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mrs. J.C. Tijink en Y. Peters, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.