ECLI:NL:RBROT:2026:8128
Rezumatul Cauzei
Strafrecht
Uitspraak
Dordrecht
Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-341694-23
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Datum zitting: 24 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1988 op [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. J. Dekker
Officier van justitie: mr. X. van Balen
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van zijn vijftienjarige stiefdochter. Daarnaast heeft de verdachte kinderporno in zijn bezit gehad. Door de bekennende verklaring van de verdachte stond de bewijsvraag tijdens de zitting niet ter discussie. De rechtbank legt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op en de maximale taakstraf.1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een meisje ouder dan twaalf, maar jonger dan zestien jaar, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Daarnaast beschuldigt de officier van justitie de verdachte van het bezit van kinderporno.
De volledige tenlastelegging houdt in dat
1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 29 april 2023 te Heenvliet,
met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar
nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
het aanraken van haar billen, en/of
het brengen van zijn penis in haar vagina;
2. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 20 juli 2023 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, afbeeldingen, te weten (digitale) fotobestanden en/of (digitale) filmbestanden en/of een of meer gegevensdragers, te weten een telefoon, bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2007, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer]
(pagina 9 en 20 van in toonmap opgenomen foto's)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij zij zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(pagina 2 tot en met 20 van in toonmap opgenomen foto's).2. Bewijs2.1..
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor beide ten laste gelegde feiten, waarbij geldt dat er slechts bewijs is dat feit 1 één keer is gepleegd en dat feit 2 alleen ziet op het bezit van kinderporno.2.2..
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behalve voor zover ten laste is gelegd dat meermaals ontuchtige handelingen zijn gepleegd . Ten aanzien van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank voor zover de tenlastelegging ziet op het bezit.2.3.. Oordeel van de rechtbank2.3.1..
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1 en 2 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangever
3. Proces-verbaal van de politie, bevindingen
4. Proces-verbaal van de politie, bevindingen2.3.2.. Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1. hij in de periode van 1 januari 2023 tot en met 29 april 2023 te Heenvliet, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
het aanraken van haar billen, en
het brengen van zijn penis in haar vagina;
2. hij in de periode van 1 januari 2023 tot en met 20 juli 2023 in Nederland, afbeeldingen, te weten (digitale) fotobestanden en een (digitaal) filmbestand, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2007, is betrokken, in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de penis vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer]
en
het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door die [slachtoffer] , waarbij die [slachtoffer] gekleed is en poseert in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en door de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon en nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling.3. Kwalificatie en strafbaarheid3.1..
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
Feit 2
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.
3.2..
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.4. Straffen4.1..
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden.4.2..
Standpunt van de verdediging
Aan de verdachte moet hoogstens een forse taakstraf worden opgelegd.4.3.. Oordeel van de rechtbank4.3.1..
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten. Hij heeft ontuchtige handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, gepleegd met de vijftienjarige dochter van zijn toenmalige vriendin. Het slachtoffer woonde in een gezinshuis, maar verbleef wel regelmatig bij haar moeder. Zij is op enig moment verliefd geworden op de verdachte. Deze signalen zijn door het gezinshuis besproken met de verdachte en benadrukt is dat hij gelet op haar kwetsbaarheid afstand van haar dient te houden. Kennelijk is de verdachte ook verliefd geworden op de dochter van zijn vriendin. Vervolgens heeft hij vaginale seks met haar gehad. De vriendin van de verdachte heeft dat ontdekt toen zij een door de verdachte gemaakt filmpje daarvan in zijn mobiele telefoon zag. In de periode daarna hielden de verdachte en het slachtoffer in ieder geval via social media contact, waarbij de verdachte naaktfoto’s van haar ontving. Hij heeft zich daarmee ook schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno.
De verdachte heeft met de bewezenverklaarde handelingen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van de dochter van zijn ex-vriendin. In zijn algemeenheid kunnen deze handelingen door een slachtoffer als (zeer) ingrijpend worden ervaren en nadelige fysieke en/of psychische gevolgen van mogelijk lange duur met zich meebrengen. Kinderen van deze jonge leeftijd bevinden zich nog volledig in de fase van hun (psycho)seksuele ontwikkeling en de verdachte heeft met zijn handelen bewerkstelligd dat zij dit niet in haar eigen tempo kon doormaken. Hij heeft zich kennelijk laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en de bevrediging daarvan vooropgesteld en zich niets gelegen laten liggen aan de gevolgen die dit op latere leeftijd voor het slachtoffer zou kunnen hebben. De ervaring leert dat seksueel misbruik van kinderen kan leiden tot grote psychische schade, waaronder verstoring van de seksuele ontwikkeling. De verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn positie, zijn overwicht ten opzichte van zijn stiefdochter en de tussen hen bestaande vertrouwensrelatie; een relatie waarbinnen het slachtoffer zich bij uitstek veilig had moeten kunnen voelen en waarbinnen zij bescherming mocht verwachten.
Tijdens de behandeling ter zitting heeft de verdachte meer openheid van zaken gegeven door de ten laste gelegde feiten te bekennen. Daarbij heeft de verdachte getoond dat hij enig inzicht heeft verkregen in het laakbare van zijn gedrag.4.3.2..
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 2 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Leger des Heils reclassering van 15 juni 2026 staat het volgende.
De verdachte heeft aan de reclassering geen hulpvraag. Voor praktische zaken heeft hij reeds begeleiding van Middin, daarmee heeft hij voldoende hulp in een vrijwillig kader. Hij ontvangt een Wajong uitkering. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. De verdachte zou een taakstraf kunnen uitvoeren bij de kringloopwinkel waar hij ook vrijwilligerswerk verricht.
Overige persoonlijke omstandigheden
Uit het dossier blijkt dat het ontwikkelingsniveau van de verdachte niet overeenkomt met zijn kalenderleeftijd. De verdachte heeft zijn leven inmiddels op orde; hij woont begeleid en hij krijgt begeleiding van Middin waar hij baat bij heeft.4.3.3..
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 20 juli 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is sindsdien een periode van bijna drie jaar verstreken.
Omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank zal daar bij de strafoplegging rekening mee houden, zowel in de strafmodaliteit als de duur van de op te leggen straffen.
4.3.4.. Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De rechtbank betrekt bij de op te leggen straffen en de hoogte daarvan verder dat de verdachte niet functioneert conform zijn kalenderleeftijd, dat hij het kwalijke van zijn handelen lijkt in te zien en hij zijn leven inmiddels op orde heeft. Verder weegt mee dat de redelijke termijn met bijna een jaar is geschonden.
Gelet hierop acht de rechtbank het passend om de gevangenisstraf grotendeels in voorwaardelijke vorm op te leggen. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank volgt het advies van de reclassering en verbindt, mede omdat het recidiverisico als laag wordt ingeschat en de verdachte geen hulpvraag aan de reclassering heeft, geen bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf.
Gelet op de ernst van de strafbare feiten wordt daarnaast een taakstraf van 240 uur opgelegd.5. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 240b en 245 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.6. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 zijn omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 178 (honderdachtenzeventig) dagen gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.
7. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mr. D.M. Douwes en mr. E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 juli 2026.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt – tenzij anders vermeld – gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met onderzoeksnummer [nummer X] .
Verklaard tijdens de zitting van 24 juni 2026.
Pagina’s 4-21.
Pagina’s 66-80.
Pagina’s 81-97.