ECLI:NL:RBZWB:2026:5341
Rezumatul Cauzei
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Breda
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447936 / FA RK 26-2355
Datum uitspraak: 18 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. C.J.M. Veth uit Rijen.
1. Het verloop van de procedure
1.1..
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.
1.2.. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [naam 1] , mentor;
mevrouw [naam 2] , casemanager;
mevrouw [naam 3] , huishoudelijke coach;
mevrouw [naam 4] , ambulant begeleider [hulpverlening].
2. Wat vaststaat
2.1.. Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.
3. Het verzoek
3.1.. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
4.1.. Betrokkene geeft aan dat het goed met hem gaat en dat hij liever thuis wil blijven wonen. Betrokkene is van mening dat hij geen mensen nodig heeft.
4.2.. De casemanager verklaart dat het niet goed met betrokkene gaat en dat zijn spraakvermogen achteruitgaat. Betrokkene brengt veel tijd door op bed en de laatste periode is er veel bier aanwezig in het huis. Betrokkene doucht niet, is incontinent en valt regelmatig. Bovendien eet betrokkene rauw en bedorven voedsel. Voorts geeft de casemanager aan dat betrokkene de thuiszorg weigert.
4.3.. De mentor verklaart dat betrokkene heel zorgmijdend is.
4.4.. De huishoudelijke coach brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene niet meer alert is, bijna niet meer buiten komt, vooral op bed ligt en onder de ontlasting zit. Betrokkene eet rauw en bedorven eten.
4.5.. De ambulant begeleider vult de huishoudelijke coach aan door te verklaren dat betrokkene geen motivatie laat zien.
4.6.. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek omdat betrokkene niet opgenomen wenst te worden.
5. De beoordeling
5.1.. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. Ook is er sprake van zwakbegaafdheid.
5.3.. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene zichzelf niet meer verzorgt en verzorging door het wijkteam niet toestaat. Sinds januari is betrokkene niet meer gedoucht of gewassen. Daarbij kan betrokkene zichzelf niet verzorgen na toiletgang waardoor hij geregeld onder de ontlasting wordt aangetroffen. Voorts lijkt betrokkene onvoldoende en bedorven voeding tot zich te nemen waarbij hij niks wil weggooien. Sinds een aantal weken haalt betrokkene grote hoeveelheden halve liters bier waarbij er geregeld open blikjes bier op tafel staan. Het geautomatiseerde medicatiesysteem geeft regelmatig een alarmmelding (i.v.m. niet of niet tijdig innemen van medicatie) waardoor het wijkteam langs moet komen. Voorts valt betrokkene geregeld wanneer hij uit bed komt en is hij niet in staat mensen of ziekenhuis te alarmeren bij een medisch noodgeval.
5.4.. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene inmiddels onhoudbaar is geworden. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.
5.5.. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene blijft herhaaldelijk aangeven niet opgenomen te willen worden. Hierbij kan hij niet aangeven waarom hij dit niet wil.
5.6.. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Betrokkene weigert vrijwel alle aangeboden professionele zorg en ondersteuning en laat onbekenden niet binnen. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene.
5.7.. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
6. De beslissing
De rechtbank:
6.1.. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1948 in [geboorteplaats] ;
6.2.. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.