ECLI:NL:RBZWB:2026:5379
Rezumatul Cauzei
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Middelburg
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448271 / JE RK 26-857 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp)
C/02/448304 JE RK 26-862 (reguliere machtiging gesloten jeugdhulp)
Datum uitspraak: 19 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling DE JEUGD & GEZINSBESCHERMERS, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat: mr. M.A.J. Timmermans-Roelands te Bergen op Zoom.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] .
1. Het verloop van de procedure
1.1.. De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het schriftelijke (gewijzigde) verzoek van de GI (met bijlagen), ontvangen op 19 mei 2026;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 18 mei 2026;
de inhoud van het telefoongesprek van de kinderrechter met mevrouw [persoon 1] op 19 mei 2026;
het e-mailbericht van de GI van 19 mei 2026.
2. De feiten
2.1.. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.. Bij beschikking van 22 februari 2023, hersteld bij beschikking van 23 februari 2023, heeft de kinderrechter [minderjarige] met ingang van 21 februari 2023 voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden. De ondertoezichtstelling is vervolgens bij beschikking van 17 mei 2023 definitief uitgesproken en liep tot 17 mei 2024. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 15 mei 2026 voor de duur van een jaar, te weten tot 17 mei 2027. In deze beschikking werd tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengd met ingang van 17 mei 2026 en tot 17 juni 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
2.3..
[minderjarige] verblijft bij [behandelgroep 1] van [jeugdhulp] te [plaats 2] , maar verblijft nu feitelijk op de [behandelgroep 2] van [jeugdhulp] te [plaats 2] .
3. De verzoeken
JE RK 26-857 (spoedverzoek);
De GI verzoekt (bij gewijzigd verzoek) een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden.
JE RK 26-862 (regulier verzoek);
3.1.. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.
4. De beoordeling
4.1.. De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 19 mei 2026. Vervolgens heeft de kinderrechter op 19 mei 2026 telefonisch gesproken met mevrouw [persoon 1] , jeugdbeschermer. Daarna is kennisgenomen van het gewijzigde verzoek van de GI en is gebleken dat de gekwalificeerde gedragswetenschapper instemt met de termijn in het gewijzigde verzoek, te weten vier weken.
4.2.. Uit het dossier komt naar voren dat de kinderrechter bij beschikking van 15 mei 2026 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] heeft verlengd met ingang van 17 mei 2026 en tot 17 juni 2026. Uit de overweging van de kinderrechter in die beschikking volgt dat de kinderrechter het nodig achtte om vinger aan de pols te houden gelet op de ernstige zorgen en de directe actie die daarop moest worden ondernomen door de GI. De kinderrechter stelt thans vast dat de in die beschikking omschreven zorgen nog steeds onverminderd aanwezig zijn en er inmiddels ook meer zicht is gekomen op de zorgen. Daar bovenop zijn nieuwe zorgen gekomen. Ondanks de machtiging tot uithuisplaatsing, verblijft [minderjarige] meer bij de moeder en buitenshuis, dan op de groep. Over de thuissituatie en opvoedingsomgeving van de moeder bestaan grote zorgen, waarin sprake is van een instabiele situatie met zorgen over middelengebruik door de moeder, overlastsituaties, politiecontacten en onveilige situaties voor [minderjarige] , waarbij door de moeder ook fysiek geweld zou worden gebruikt tegen [minderjarige] . [minderjarige] heeft eerder bij de hulpverlening (onder meer) aangegeven dat haar moeder haar in de buik heeft geschopt. Ook op de [behandelgroep 1] , waar [minderjarige] tot voor kort verbleef, en op de [behandelgroep 2] gaat het niet goed. [minderjarige] houdt zich niet aan de regels, accepteert onvoldoende begeleiding en is moeilijk te begrenzen. Daarnaast bestaan er ernstige zorgen over het gedrag en de ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] loopt gedurende de dag en de nacht regelmatig weg van de groep, waarbij zij bij de hulpverlening heeft aangegeven dat zij dan ook wegloopt naar twee broers en met één van hen zes tot zevenmaal per dag seksueel contact heeft op plekken zoals in het bos of in een tunneltje. [minderjarige] zou graag moeder willen worden en is inmiddels over tijd. Een zwangerschapstest moet hierover duidelijkheid gaan geven. Haar gedrag heeft tevens een negatieve invloed op de andere jongeren van de groep. [minderjarige] is zo bezig met de twee broers dat zij continue luid met hen aan het videobellen is, zowel op de groep als in de nacht. Hier hebben de andere jongeren op de groep last van en worden zij door het nachtelijk bellen van [minderjarige] uit hun slaap gehouden. [minderjarige] laat zich hierin niet sturen door de begeleiding en reageert verbaal agressief als zij hierop wordt aangesproken en dreigt met fysiek geweld. Inmiddels reageert [minderjarige] standaard op die manier. In het verleden heeft dit geleid tot fysieke escalaties waar de politie bij moest komen, dit wordt nu geprobeerd te voorkomen. Dit heeft echter tot gevolg dat de groep haar onvoldoende nabijheid, structuur, veiligheid en grenzen kan aanbieden. [minderjarige] verbleef eerder op de [behandelgroep 2] (waar ook veel en vergelijkbare zorgen waren over [minderjarige] ) en inmiddels verblijft zij hier wederom, na bedreigingen door jongeren op de [behandelgroep 1] . De GI heeft aangegeven dat de situatie onhoudbaar is geworden. De kinderrechter stelt vast dat de emotionele- en fysieke veiligheid van [minderjarige] op dit moment niet kan worden gewaarborgd binnen de thuissituatie of op een open groep.
4.3.. Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen..
4.4.. Uit de verklaring van de onafhankelijk gedragswetenschapper, de heer [persoon 2] , volgt dat [minderjarige] het beste persoonlijk kan worden gesproken nadat zij gesloten is geplaatst, nu de GI het risico dat [minderjarige] zich anders zal onttrekken of door anderen wordt onttrokken, als groot inschat. De heer [persoon 2] heeft derhalve op basis van de informatie in het dossier schriftelijk ingestemd met het verzoek tot het verlenen van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp.
4.5.. De kinderrechter heeft vervolgens telefonisch contact gehad met de hiervoor genoemde jeugdbeschermer. Hierop is het verzoek aangepast in die zin dat thans wordt verzocht een spoedmachtiging te verlenen voor de duur van vier weken, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. Uit het e-mailbericht van de GI van 19 mei 2025 volgt dat de gedragswetenschapper ook met de gewijzigde termijn in het spoedverzoek kan instemmen.
4.6.. De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, met ingang van 19 mei 2025 en tot 2 juni 2026. Het resterende deel van het verzoek, alsmede de beslissing op het verzoek strekkende tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden, zal worden aangehouden tot de hierna te noemen zitting. Verdere beslissingen op het (spoed)verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld om hierover te worden gehoord.
4.7.. De kinderrechter verwacht van de GI dat zij zo snel mogelijk, maar in elk geval vóór de hierna te noemen zitting, een nieuwe schriftelijke instemmingsverklaring van een gekwalificeerd gedragswetenschapper overlegt, waaruit blijkt dat de gedragswetenschapper met [minderjarige] heeft gesproken en waarin de gedragswetenschapper zich uitlaat over het (resterende deel van het) spoedverzoek en het verzoek van de GI strekkende tot het verlenen van een machtiging tot gesloten plaatsing van [minderjarige] voor de duur van drie maanden (regulier verzoek).
5. De beslissing
De kinderrechter:
JE RK 26-857 (spoedverzoek);
5.1.. verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 19 mei 2026 en tot 2 juni 2026;
beide zaaknummers;
5.2.. bepaalt dat de GI, [minderjarige] en haar advocaat, de moeder en de vader zullen worden gehoord tijdens de zitting van [datum] 2026 om [uur], ten overstaan van mr. Van de Merbel, kinderrechter, en houdt ook de behandeling van het resterende deel van het spoedverzoek en het verzoek strekkende tot het verlenen van een machtiging tot gesloten jeugdhulp aan tot de hiervoor genoemde zitting, waarvoor 45 minuten wordt uitgetrokken;
5.3.. bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor die zitting voor de GI, [minderjarige] en haar advocaat, en de moeder.
5.4.. bepaalt dat de vader bij aparte brief zal worden opgeroepen voor de zitting;
5.5.. behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026, in aanwezigheid van Casant als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).