[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-almere-tenancy-law-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":20,"total":16,"page":16,"limit":32},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},79,"Almere","nl","almere",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},30,"tenancy-law-nl","Tenancy Law","NL","2026-07-08T16:53:14.176Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":19},1,{"min":18,"max":18},"2026-06-24T00:00:00.000Z",[],[21],{"id":22,"ecli":23,"slug":24,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":26,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":28,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":31},"844","ECLI:NL:RBMNE:2026:3969","ecli-nl-rbmne-2026-3969","","RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND\n\nCiviel recht\n\nKantonrechter\n\nZittingsplaats Almere\n\nZaaknummer: 12124131 \\ MC EXPL 26-1136\n\nVonnis van 24 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n [eiseres] B.V,\n\ngevestigd te [plaats 1] ,\n\neisende partij,\n\nhierna te noemen: [eiseres] ,\n\ngemachtigde: mr. J.M. Koppert,\n\ntegen\n\n1. [gedaagde sub 1] ,\n\nwonende te [plaats 2] , 2. [gedaagde sub 2],\n\nwonende te [plaats 2] ,\n\ngedaagde partijen,\n\nhierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ,\n\nprocederend in persoon.\n\n1. De procedure\n\n1.1. \n [eiseres] heeft [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 24 februari 2026 gedagvaard voor de kantonrechter. Daarbij heeft [eiseres] zeven producties meegestuurd. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben mondeling en schriftelijk op de dagvaarding geantwoord. Daarbij hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] acht producties meegestuurd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden.\n\n1.2. De zaak is op 21 mei 2026 bij de kantonrechter besproken. Namens [eiseres] zijn haar gemachtigden de heer E.P. de Jong en mr. K. van Polen verschenen, waarnemend voor mr. Koppert. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.\n\n1.3. De kantonrechter heeft besloten dat schriftelijk uitspraak wordt gedaan. Dit is geen einduitspraak, maar een tussenuitspraak.\n\n2. De kern van de zaak\n\n2.1. Deze zaak gaat over de betaling van servicekostenafrekeningen van de jaren 2022 en 2023 (hierna: de afrekeningen). [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] huurden tot 2 januari 2023 het appartement aan de [adres] in [plaats 2] (hierna: het gehuurde) van [eiseres] . [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] willen de afrekeningen wel betalen, maar zij willen eerst uitleg krijgen over een aantal kostenposten in de afrekeningen. De vraag die centraal staat is of [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] (een deel van) de afrekeningen moeten betalen.\n\n2.2. De kantonrechter kan op basis van de stukken van partijen en dat wat op de zitting is besproken nog geen eindvonnis wijzen. De kantonrechter heeft nadere informatie nodig. Hierna wordt dit uitgelegd.\n\n3. Opmerking vooraf\n\n3.1. De kostenposten op de afrekeningen zijn niet één op één te herleiden naar de opgesomde posten in artikel 7 van de huurovereenkomst (hierna: artikel 7). Het is dan ook begrijpelijk dat de afrekeningen bij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] vragen oproepen en dat zij twijfelen aan de juistheid van de afrekeningen. Sterker nog, [eiseres] heeft op de zitting toegegeven dat zij met al haar (96) huurders in het complex in geschil is over de juistheid van de afrekeningen. Volgens [eiseres] kloppen de afrekeningen wel maar wordt de onduidelijkheid veroorzaakt door het systeem dat zij gebruikt voor het opmaken van de afrekeningen en is het lastig om het systeem aan te passen. Gelet op de vele signalen van huurders dat de afrekeningen niet juist of onduidelijk zijn, valt niet te begrijpen dat [eiseres] niet bij zichzelf te rade gaat. De kantonrechter geeft [eiseres] ernstig in overweging de afrekeningen in het vervolg zo in te richten dat de daarin genoemde kostenposten overeenkomen met die in artikel 7 dan wel de afrekeningen te voorzien van een toelichting, om discussie met en rechtszaken tegen haar (voormalige) huurders over de afrekeningen in de toekomst te voorkomen. Dit mag van een (professioneel) verhuurder worden verwacht.\n\n4. De beoordeling\n\nDe afrekeningen\n\n4.1. \n [eiseres] vordert in deze procedure betaling van de afrekeningen over de jaren 2022 en 2023. Zij heeft daarvoor [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de volgende afrekeningen gezonden.\n\nDe afrekening van het jaar 2022\n\nDe afrekening van het jaar 2023\n\nHet verweer van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]\n\n4.2. \n [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn het niet volledig eens met de afrekeningen. Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn de kostenposten voor ‘gas’, ‘schoonmaakkosten’ en ‘huismeesterkosten’ onterecht in rekening gebracht. Die kostenposten worden namelijk niet in artikel 7 als servicekosten genoemd. Zij menen dan ook dat deze kosten op de betreffende afrekeningen op het gevorderde bedrag in mindering moeten worden gebracht.\n\nDe niet betwiste kostenposten in de afrekeningen van de jaren 2022 en 2023\n\n4.3. \n [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben alleen de kostenposten voor ‘gas’, ‘schoonmaakkosten’ en ‘huismeesterkosten’ betwist. Alle andere kostenposten (‘onderhoud buitenruimte’, ‘glasverzekering’, ‘internet en tv’, ‘verbruik electra’en ‘administratiekosten’) hebben zij niet betwist. Daarom moeten zij deze kostenposten betalen, wat neerkomt op de volgende bedragen:\n\nAfrekening van het jaar 2022:\n\nOnderhoud buitenruimte € 31,07\n\nGlasverzekering € 14,86\n\nInternet en TV € 106,38\n\nVerbruik electra € 692,04\n\nAdministratiekosten € 88,65\n\nTotaal € 933,00\n\nAfrekening van het jaar 2023:\n\nOnderhoud lift € 0,18\n\nOnderhoud buitenruimte € 0,25\n\nGlasverzekering € 0,08\n\nInternet en TV € 0,99\n\nVerbruik electra € 0,34 -\u002F-\n\nAdministratiekosten € 7,50\n\nTotaal € 8,66\n\nDe betwiste kostenposten in de afrekening van de jaren 2022 en 2023\n\n4.4. \n\nIn de huurovereenkomst tussen partijen is het volgende bepaald over wat onder de\n\nservicekosten vallen:\n\n‘4. Betalingsverplichting, betaalperiode\n\n(…)\n\n4.5.. \n\nPer betaalperiode van 3 maanden bedraagt de huursom:\n\n- de huurprijs € 3.150,00\n\n- het voorschot op de vergoeding in verband met levering van elektriciteit € 90,00\n\n- het voorschot op de vergoeding in verband met levering stadsverwarming € 90,00\n\n- het voorschot op de vergoeding in verband met levering van water € 15,00\n\n- *het voorschot op de vergoeding voor de overige zaken en diensten\n\n die geleverd worden in verband met de bewoning van het gehuurde\n\n (zie artikel 7 Servicekosten voor specificatie) € 30,00\n\nZodat huurder in totaal heeft te voldoen € 3.375,00\n\n(…)\n\n* genoemde voorschotbedragen zijn gebaseerd op de te verwachte kostprijs van het product\u002Fde dienstverlening over een volledig kalenderjaar. Deze voorschotbedragen zullen indien nodig jaarlijks worden heroverwogen en geïndexeerd. Ook wanneer binnen een huurperiode een of meerdere posten (nog) niet van toepassing zijn (geweest), worden deze kosten naar rato in rekening gebracht bij alle huurder in het object.\n\n(…)\n\n7.Servicekosten\n\nVerhuurder zal zorgdragen voor de levering van de volgende zaken en diensten in verband met de bewoning van het gehuurde:\n\n- glasbreuk gezamenlijke ruimte,\n\n- rioolontstopping gezamenlijke ruimte,\n\n- onderhoud bestrating,\n\n- bijvullen cv-installatie\u002Fboiler,\n\n- onderhoud stadsverwarming,\n\n- schoonmaken goten en afvoeren,\n\n- onderhoud en reparatie van kranen, algemene ruimte,\n\n- vervangen filters mechanische installaties,\n\n- administratiekosten 5%,\n\n- onderhoud en keuring brandhaspels,\n\n- onderhoud en keuring noodverlichting,\n\n- onderhoud en vervangen zekeringen algemene ruimte.\n\n(…)\n\n* De betwiste kostenposten: gas, schoonmaakkosten en huismeesterkosten\n\n4.5. \n [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn het niet eens met de in rekening gebrachte kosten voor ‘gas’. Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is ‘gas’ in hun huurovereenkomst doorgestreept en mogen die kosten om die reden niet bij hen in rekening worden gebracht. Zij willen dat de afrekeningen met € 1.091,03 worden verminderd. Daarnaast worden de ‘schoonmaakkosten’ ende ‘huismeesterkosten’niet in artikel 7 als servicekosten genoemd. Ook is er nooit over de‘huismeesterkosten’gecorrespondeerd. Deze kosten moeten daarom ook in mindering worden gebracht, aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .\n\n4.6. Het is juist dat ‘gas’ in de huurovereenkomst is doorgestreept. ‘Gas’ wordt verder niet als servicekosten en\u002Fof levering van diensten genoemd. Op de zitting heeft [eiseres] toegelicht dat geen sprake is van levering van ‘gas’ in het complex waartoe het gehuurde behoort, maar dat in plaats daarvan ‘stadsverwarming’ wordt geleverd (artikel 4.5. van de huurovereenkomst). Waar in de afrekeningen ‘gas’ staat, wordt dus ‘stadsverwarming’ bedoeld. Hoewel de kantonrechter deze uitleg kan volgen, onderbouwt [eiseres] haar uitleg niet met stukken.\n\n4.7. Ook de in de afrekeningen opgevoerde ‘schoonmaakkosten’ en ‘huismeesterkosten’ worden niet als zodanig in artikel 7 genoemd. In artikel 7 wordt alleen ‘schoonmaken goten en afvoeren’ genoemd. Onduidelijk is of de in rekening gebrachte ‘schoonmaakkosten’ alleen zien op kosten voor ‘schoonmaken goten en afvoeren’ of dat ook andere schoonmaakkosten in rekening zijn gebracht. Ook is onduidelijk wat onder ‘huismeesterkosten’ valt. Op de zitting heeft [eiseres] weliswaar toegelicht dat het deels gaat om de standaardwerkzaamheden, zoals onderhoud van de cv-installatie, standaardkeuringen en het vervangen van filters, maar [eiseres] heeft dat op geen enkele wijze onderbouwd.\n\n4.8. Op basis van wat [eiseres] in het geding heeft gebracht kan de kantonrechter niet beoordelen en vaststellen of de in rekening gebrachte kosten voor ‘gas’, de ‘schoonmaakkosten’ en ‘huismeesterkosten’ juist zijn. De overgelegde afrekeningen zijn onvoldoende om vast te kunnen stellen of de betwiste kostenposten juist zijn, omdat de toelichting op en de onderliggende stukken van die betwiste kostenposten ontbreekt. Het is onbegrijpelijk dat [eiseres] deze stukken in aanloop naar de zitting niet alsnog in het geding heeft gebracht en vasthoudt aan haar standpunt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] volgens vaste jurisprudentie alleen een inzagerecht hebben. [eiseres] miskent hiermee dat de stukken nodig zijn voor de beoordeling van (de juistheid van) de vordering door de kantonrechter en dat terwijl [eiseres] aangeeft dat zij de stukken paraat heeft en deze kunnen worden ingezien en\u002Fof geraadpleegd.\n\n4.9. \n [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geven sinds 2023 bij herhaling aan te willen betalen, maar alleen wat zij op grond van de huurovereenkomst, de toepasselijke verdeelsleutels en het daadwerkelijke verbruik moeten betalen. Om dit te controleren hebben zij bij herhaling gevraagd om een onderbouwing van de afrekeningen. [eiseres] heeft daar nooit adequaat op gereageerd, tot de brief van haar gemachtigde van 16 januari 2026, al is bij die brief ook geen onderbouwing of toelichting gegeven. Het had [eiseres] , gelet op de vele verzoeken van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] sinds 2023, gesierd in dit geval een uitzondering te maken en de stukken wel aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] toe te zenden en hierover duidelijkheid te verschaffen alvorens een rechtszaak te starten.\n\nAkte uitlaten [eiseres] : inlichtingen geven\n\n4.10. Omdat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op de zitting hebben herhaald te willen betalen, vindt de kantonrechter het van belang dat [eiseres] een toelichting geeft op de afrekeningen en de onderliggende stukken bij de betwiste kostenposten in het geding brengt, zodat de juistheid van de afrekeningen kan worden vastgesteld. De kantonrechter draagt [eiseres] daarom op grond van artikel 22 van Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) op om bij akte een toelichting te geven en\u002Fof de volgende stukken in het geding te brengen:\n\nTen aanzien van de kosten voor ‘gas’:\n\n- een toelichting op en onderbouwing van haar standpunt dat de gevorderde kostenpost ‘gas’ ziet op de levering van ‘stadsverwarming’ en een toelichting op en onderbouwing van de stijging van deze kosten;\n\n- een kostenberekening voor ‘gas’ van het jaar 2022 en de onderliggende stukken. Uit de berekening moet volgen hoe het bedrag van € 17.480,39 aan ‘energiekosten gas (vaste kosten 35% aantallen)’ en het bedrag van € 32.463,58 aan ‘energiekosten gas (variabele kosten 65% VVO)’ zijn opgebouwd en welke verdeelsleutel van toepassing is. De bijbehorende onderliggende stukken (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.\n\n- een kostenberekening voor ‘gas’ van het jaar 2023 en de onderliggende stukken. Uit de berekening moet volgen hoe het bedrag van € 21.008,50 aan ‘energiekosten gas (vaste kosten 35% aantallen)’ en het bedrag van € 39.015,78 aan ‘energiekosten gas (variabele kosten 65% VVO)’ zijn opgebouwd en welke verdeelsleutel van toepassing is. De bijbehorende onderliggende stukken moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen.\n\nTen aanzien van de ‘schoonmaakkosten’:\n\n- een toelichting op wat onder de ‘schoonmaakkosten’ valt en waar dat uit blijkt (de grondslag);\n\n- een berekening van de ‘schoonmaakkosten’ van het jaar 2022 en de onderliggende stukken. Uit de berekening moet volgen hoe het totaalbedrag van € 9.814,28 aan ‘schoonmaakkosten’ is opgebouwd. De bijbehorende onderliggende stukken van de gemaakte en door [eiseres] betaalde schoonmaakkosten (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.\n\n- een berekening van de ‘schoonmaakkosten’ van het jaar 2023 en de onderliggende stukken. Uit de berekening moet volgen hoe het totaalbedrag van € 8.450,15 aan ‘schoonmaakkosten’ is opgebouwd. De bijbehorende onderliggende stukken van de gemaakte en betaalde schoonmaakkosten (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.\n\nTen aanzien van de ‘huismeesterkosten’:\n\n- een toelichting op wat onder de ‘huismeesterkosten’ valt en waar dat uit blijkt (de grondslag);\n\n- een berekening van de ‘huismeesterkosten’ van het jaar 2022 en de onderliggende stukken: uit de berekening moet volgen hoe het totaalbedrag van € 12.831,00 aan ‘huismeesterkosten’ is opgebouwd. De bijbehorende onderliggende stukken (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.\n\n- een berekening van de ‘huismeesterkosten’ van het jaar 2023 en de onderliggende stukken: uit de berekening moet volgen hoe het totaalbedrag van € 5.759,60 aan ‘huismeesterkosten’ is opgebouwd. De bijbehorende onderliggende stukken (bijvoorbeeld facturen) moeten in verband met de controleerbaarheid op dezelfde volgorde liggen als de opbouw van de kostenberekening.\n\nDe gevolgen van het niet nemen van de akte door [eiseres]\n\n4.11. De kantonrechter wijst [eiseres] erop dat als [eiseres] nalaat de akte te nemen, vergoeding van de betwiste posten ten aanzien van ‘gas’, ‘schoonmaakkosten’ en de ‘huismeesterkosten’ zullen worden afgewezen, omdat in dat geval niet vast is komen te staan dat [eiseres] op grond van de huurovereenkomst deze voornoemde kostenposten bij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in rekening had mogen brengen.\n\nAkte uitlaten [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]\n\n4.12. Als [eiseres] een akte neemt, worden [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] daarna in de gelegenheid gesteld om daarop – eveneens bij akte – te reageren.\n\nDe betaalde en\u002Fof in rekening gebrachte voorschotten\n\n4.13. De betaalde en\u002Fof in rekening gebrachte voorschotten van de jaren 2022 en 2023 zullen, voor zover dat niet reeds uit de berekening en toelichting van [eiseres] blijkt, op de aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] door te belasten bedragen in mindering gebracht worden. De hoogte van de toewijsbare hoofdsom, zal in het eindvonnis worden vastgesteld.\n\nHet verdere verloop van de procedure\n\n4.14. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van de te nemen aktes.\n\n5. De beslissing\n\nDe kantonrechter\n\n5.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 22 juli 2026 om 11.00 uurvoor akte uitlaten aan de zijde van [eiseres] zoals in r.o. 4.10. is bepaald;\n\n5.2. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 19 augustus 2026 om 11.00 uurvoor antwoordakte aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .\n\n5.3. houdt iedere verdere beslissing aan.\n\nDit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.\n\nHHt\u002F32728","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3969","2026-07-05T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:28:50.818Z",20]