[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-assen-road-traffic-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":20,"total":16,"page":67,"limit":68},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},80,"Assen","nl","assen",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},65,"road-traffic-nl","Road Traffic","NL","2026-07-08T16:54:19.226Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":19},6,{"min":18,"max":18},"2026-06-15T00:00:00.000Z",[],[21,32,39,46,53,60],{"id":22,"ecli":23,"slug":24,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":26,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":28,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":31},"1506","ECLI:NL:RBNNE:2026:2601","ecli-nl-rbnne-2026-2601","","RECHTBANK NOORD-NEDERLAND\n\nZittingsplaats Assen\n\nBestuursrecht\n\nbeschikkingsnummer: 265807391\n\nzaaknummer: 11754731 BU VERZ 25-1235\n\nproces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n [betrokkene] (de betrokkene),\n\ndie woont in [woonplaats] ,\n\ngemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.\n\nInleiding\n\n1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig zo laten staan, dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of verkeer wordt of kan worden gehinderd’, verricht op 25 april 2024, om 18:17 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).\n\n1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.\n\n1.2.. De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. K. Kattick.\n\n1.3.. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.\n\nBeoordeling door de kantonrechterStandpunten\n\n2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene nog geen tien seconden stil stond toen de agent uitstapte om een boete uit te schrijven. Betrokkene had de alarmlichten aan. Op dit rijvak geldt geen verbod om stil te staan, waardoor betrokkene hier kort mag stoppen om te laden, lossen of iemand te laten in- of uitstappen. Hoewel er parkeervakken aanwezig zijn, blokkeerde betrokkene niemand door naast een stuk groen te parkeren. De agent gaf aan betrokkene een bekeuring te willen geven voor dubbel parkeren. Nadat betrokkene aangaf dat dit niet het geval was, heeft de agent alsnog deze overtreding vastgesteld, maar dit niet toegelicht.\n\n2.1.. Verder voert gemachtigde aan dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat sprake is van het creëren van gevaar of hinder. Uit eerdere rechtspraak blijkt dat enkel een foto hiervoor niet voldoende is, maar in dit geval is er zelfs geen foto. Daarnaast is het niet relevant of sprake is geweest van parkeren of laden en lossen. De gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten op een specifiek rekeningnummer.\n\n3. De vertegenwoordiger is van mening dat de boete vernietigd moet worden. De verkeersovertreding is onvoldoende onderbouwd door de verbalisant.\n\nBeslissing\n\n4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.\n\nOverwegingen\n\nKan de verkeersovertreding vastgesteld worden?\n\n5. De kantonrechter ziet aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt onvoldoende waar de hinder uit bestond. De enkele verklaring dat het voertuig stilstond en dat het overige verkeer geen doorgang kon vinden is hiervoor in dit geval onvoldoende. De verkeersovertreding kan daarom niet worden vastgesteld.\n\nHeeft betrokkene recht op een proceskostenvergoeding?\n\n6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal één punt toekennen met een waarde van € 666,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de boete als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv toe op beide fasen.\n\n6.1.. De berekening is als volgt: (1 (procespunt) x € 666,00 (tarief) + 1 (procespunt) x € 934,00 (tarief)) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 200. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 200,00.\n\n6.2.. \n\nArtikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven.\n\nConclusie\n\nDe kantonrechter:\n\nverklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;\n\nvernietigt die beslissing;\n\nverklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;\n\nvernietigt die inleidende beschikking;\n\nbepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;\n\nveroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 200,00;\n\nverklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.\n\nWaarvan proces-verbaal,\n\nmr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter\n\nAfschrift verzonden aan partijen op:\n\nRechtsmiddel\n\nAls u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het\n\ngerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:\n\na. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of\n\nb. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.\n\nHet (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.\n\nDe wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.\n\n Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.\n\n Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2601","2026-07-03T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:29:24.448Z",{"id":33,"ecli":34,"slug":35,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":36,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":37,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":38},"1529","ECLI:NL:RBNNE:2026:2602","ecli-nl-rbnne-2026-2602","RECHTBANK NOORD-NEDERLAND\n\nZittingsplaats Assen\n\nBestuursrecht\n\nbeschikkingsnummer: 269756042\n\nzaaknummer: 11760319 BU VERZ 25-1259\n\nproces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n [betrokkene] (de betrokkene),\n\ndie woont in [woonplaats] ,\n\ngemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.\n\nInleiding\n\n1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl de bromfiets de maximumconstructiesnelheid overschrijdt 11 t\u002Fm 15 km\u002Fh’, verricht op 17 oktober 2024, om 17:37 uur, op de Sportveldenweg in Hoogeveen, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).\n\n1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.\n\n1.2.. De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: O. van der Meer namens de gemachtigde en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. K. Kattick.\n\n1.3.. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.\n\nBeoordeling door de kantonrechter\n\nStandpunten\n\n2. Gemachtigde voert aan dat de boete vernietigd moet worden, omdat de meting niet is verricht volgens de eisen. Ten eerste is de motor niet voldoende gekoeld. Daar komt bij dat de meting niet is verricht door met lichaamsgewicht of tegendruk de bromfiets te belasten. Ten slotte blijkt niet uit het zaakoverzicht welke invloed de bandenspanning heeft gehad op de meting. Gemachtigde verwijst hierbij naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.Verder komt het aanvullend proces-verbaal niet helemaal overeen met de verklaring in het zaakoverzicht. Het hof heeft eerder bepaald dat er dan vraagtekens gezet mogen worden bij de verklaring van de verbalisant.\n\n3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De meting is verricht volgens de aanwijzing. Dit is ook af te leiden uit het aanvullend proces-verbaal.\n\nBeslissing\n\n4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.\n\nOverwegingen\n\n5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.\n\n5.1.. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de meting door de verbalisant. Ten eerste heeft betrokkene onvoldoende aangetoond dat de verbalisant de motor niet voldoende heeft laten afkoelen. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal uitgebreid verklaard dat de motor wel voldoende was afgekoeld. De enkele vermelding dat de verbalisant de bromfiets niet heeft laten afkoelen is niet voldoende om te twijfelen aan deze verklaring. Ten tweede hoeft uit het dossier niet te blijken of de bromfiets werd belast en of de bandenspanning invloed had op de meting. Uit de wet volgt namelijk dat dit in de handleiding van de bromfietsrollentestbank moet staan.Verder heeft betrokkene onvoldoende aannemelijk gemaakt dat tijdens de meting niet is voldaan aan de handleiding. De verbalisant heeft namelijk in het aanvullend proces-verbaal verklaart dat hij de bandenspanning heeft gecontroleerd en dat hij de bromfiets op de juiste manier heeft belast.\n\nConclusie\n\nDe kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.\n\nWaarvan proces-verbaal,\n\nmr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter\n\nAfschrift verzonden aan partijen op:\n\nRechtsmiddel\n\nAls u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het\n\ngerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:\n\na. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of\n\nb. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.\n\nHet (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.\n\nDe wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.\n\n Rb. Noord-Holland 19 januari 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4426.\n\n Artikel 29 van de Bijlage VIII van de Regeling voertuigen.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2602","2026-07-13T00:29:25.528Z",{"id":40,"ecli":41,"slug":42,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":43,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":44,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":45},"1547","ECLI:NL:RBNNE:2026:2603","ecli-nl-rbnne-2026-2603","RECHTBANK NOORD-NEDERLAND\n\nZittingsplaats Assen\n\nBestuursrecht\n\nbeschikkingsnummer: 273878606\n\nzaaknummer: 12012842 BU VERZ 25-2547\n\nproces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n [betrokkene] (de betrokkene),\n\ndie woont in [woonplaats] .\n\nInleiding\n\n1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘aanhangw. \u003C 750 kg heeft geen deugdelijk bevestigde\u002Fgoed leesbare\u002Fniet afgeschermde en goedgekeurde kentekenplaat’, verricht op 19 mei 2025, om 14:27 uur, op de Vliegveldweg in Hoogeveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).\n\n1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.\n\n1.2.. \n\nDe kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie\n\nmr. K. Kattick.\n\n1.3.. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.\n\nBeoordeling door de kantonrechter\n\nStandpunten\n\n2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. Hij is niet degene die is staande gehouden. Het ID-kaartnummer in het zaakoverzicht komt niet overeen met die van betrokkene. Daar komt bij dat uit de rittenregistratie van zijn auto blijkt dat hij om 13:30 uur thuis was gekomen.\n\n3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep gegrond verklaard moet worden. Zij vindt het aannemelijk dat betrokkene niet op de pleeglocatie is geweest.\n\nBeslissing\n\n4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.\n\nOverwegingen\n\nKan de verkeersovertreding vastgesteld worden?\n\n5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.\n\n5.1.. De verkeersovertreding kan niet worden vastgesteld. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet degene was die is staande gehouden. Het documentnummer van betrokkenes ID-kaart komt niet overeen met het nummer in het zaakoverzicht. Daarnaast was betrokkene de hele dag in Noord-Holland en kon hij ook niet op het tijdstip in het zaakoverzicht in Hoogeveen zijn. De kantonrechter zal de boete vernietigen.\n\nHeeft betrokkene recht op een proceskostenvergoeding?\n\n6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, moet de officier van justitie de kosten van betrokkene betalen. Deze voert aan dat hij € 95,87 aan reiskosten en\n\n€ 188,80 aan verletkosten heeft gemaakt. Hij heeft deze kosten onderbouwd en de kantonrechter vindt deze redelijk. De kantonrechter kent de proceskostenvergoeding voor het gehele bedrag toe.\n\nConclusie\n\nDe kantonrechter:\n\nverklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;\n\nvernietigt die beslissing;\n\nverklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;\n\nvernietigt die inleidende beschikking;\n\nbepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;\n\nveroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 284,67.\n\nWaarvan proces-verbaal,\n\nmr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter\n\nAfschrift verzonden aan partijen op:\n\nRechtsmiddel\n\nAls u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het\n\ngerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:\n\na. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of\n\nb. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.\n\nHet (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.\n\nDe wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2603","2026-07-13T00:29:26.440Z",{"id":47,"ecli":48,"slug":49,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":50,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":51,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":52},"1558","ECLI:NL:RBNNE:2026:2604","ecli-nl-rbnne-2026-2604","RECHTBANK NOORD-NEDERLAND\n\nZittingsplaats Assen\n\nBestuursrecht\n\nbeschikkingsnummer: 274337795\n\nzaaknummer: 12012851 BU VERZ 25-2548\n\nproces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n [betrokkene] (de betrokkene),\n\ndie woont in [woonplaats] .\n\nInleiding\n\n1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden terwijl hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze’, verricht op 31 mei 2025, om 12:03 uur, op de Rijksweg (A28) in Ubbena, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).\n\n1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.\n\n1.2.. \n\nDe kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie\n\nmr. K. Kattick.\n\n1.3.. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.\n\nBeoordeling door de kantonrechter\n\nStandpunten\n\n2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. Er is geen wettelijke verplichting om de hond uitsluitend in een bench te vervoeren. De hond zat op de bijrijdersstoel in een hondengordel en hij gedroeg zich rustig.\n\n3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. Uit het dossier volgt niet dat de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden. Het is niet wettelijk expliciet verboden om een hond op de bijrijdersstoel met een riem te vervoeren.\n\nBeslissing\n\n4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.\n\nOverwegingen\n\n5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.\n\n5.1.. De verkeersovertreding kan niet vastgesteld worden. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt niet dat betrokkene gehinderd werd door passagiers, lading of op een andere wijze. Daar komt bij dat er geen wettelijke regel is die expliciet verbiedt om een hond op de bijrijdersstoel met een riem te vervoeren. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de boete te vernietigen.\n\nConclusie\n\nDe kantonrechter:\n\nverklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;\n\nvernietigt die beslissing;\n\nverklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;\n\nvernietigt die inleidende beschikking;\n\nbepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.\n\nWaarvan proces-verbaal,\n\nmr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter\n\nAfschrift verzonden aan partijen op:\n\nRechtsmiddel\n\nAls u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het\n\ngerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:\n\na. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of\n\nb. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.\n\nHet (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.\n\nDe wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2604","2026-07-13T00:29:27.088Z",{"id":54,"ecli":55,"slug":56,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":57,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":58,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":59},"1560","ECLI:NL:RBNNE:2026:2605","ecli-nl-rbnne-2026-2605","RECHTBANK NOORD-NEDERLAND\n\nZittingsplaats Assen\n\nBestuursrecht\n\nbeschikkingsnummer: 273563499\n\nzaaknummer: 12012878 BU VERZ 25-2551\n\nproces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n [betrokkene] (de betrokkene),\n\ndie woont in [woonplaats] .\n\nInleiding\n\n1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 19 april 2025, om 14:24 uur, op de Noordersingel in Assen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).\n\n1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.\n\n1.2.. \n\nDe kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie\n\nmr. K. Kattick.\n\n1.3.. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.Beoordeling door de kantonrechter\n\nStandpunten\n\n2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. Hij heeft geparkeerd op het terrein van de rechtbank en daar mogen geen boetes uitgedeeld worden, omdat het privéterrein is. Hij was zich van geen kwaad bewust dat hij daar niet mocht parkeren als het gebouw gesloten is.\n\n3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. Het terrein van de rechtbank is voor het verkeer openbaar toegankelijk. Dit terrein valt daarom onder de reikwijdte van de parkeerverbodszone.\n\nBeslissing\n\n4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.\n\nOverwegingen\n\n5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.\n\n5.1.. Op een privéterrein mag wel een boete opgelegd worden als dit terrein een voor het openbaar verkeer openstaande weg is.Hierbij is van belang of het terrein feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat.Het terrein naast de rechtbank is een openbaar terrein waartoe de toegang niet wordt ontzegd door bijvoorbeeld een hek.Hierdoor valt dit terrein onder de parkeerverbodszone en mag er wel een boete worden opgelegd voor het parkeren op dit terrein. Het maakt verder ook niet uit dat de rechtbank op dat moment gesloten was.\n\nConclusie\n\nDe kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.\n\nWaarvan proces-verbaal,\n\nmr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter\n\nAfschrift verzonden aan partijen op:\n\nRechtsmiddel\n\nAls u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het\n\ngerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:\n\na. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of\n\nb. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.\n\nHet (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.\n\nDe wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.\n\n Hof Arnhem-Leeuwarden 14 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10767.\n\n Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.\n\n Hof Arnhem-Leeuwarden 14 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10767.\n\n Hof Arnhem-Leeuwarden 22 augustus 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7240.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2605","2026-07-13T00:29:27.164Z",{"id":61,"ecli":62,"slug":63,"caseNumber":25,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":64,"summary":25,"language":7,"source":27,"sourceUrl":65,"sourceTimestamp":29,"parsedAt":30,"updatedAt":66},"1561","ECLI:NL:RBNNE:2026:2606","ecli-nl-rbnne-2026-2606","RECHTBANK NOORD-NEDERLAND\n\nZittingsplaats Assen\n\nBestuursrecht\n\nbeschikkingsnummer: 271623182\n\nzaaknummer: 12012881 BU VERZ 25-2552\n\nproces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van15 juni 2026\n\nin de zaak van\n\n [betrokkene] (de betrokkene),\n\ndie woont in [woonplaats] .\n\nInleiding\n\n1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voertuig voorzien van voorziening die bij botsing kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk vergroten’, verricht op 23 januari 2025, om 14:58 uur, op de Rondweg in Emmen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).\n\n1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.\n\n1.2.. De kantonrechter heeft het beroep op 15 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. K. Kattick.\n\n1.3.. Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.\n\nBeoordeling door de kantonrechter\n\nStandpunten\n\n2. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. De spoiler op betrokkenes auto heeft geen scherpe delen en het steekt ook niet uit. De spoiler is namelijk afgewerkt en gemaakt van rubber. Daar komt bij dat de spoiler niet breder is dan zijn spiegels en niet verder uitsteekt dan zijn trekhaak. Daarnaast is de feitcode veranderd naar het hebben van voorzieningen die de kans op letsel vergroten. Het is raar dat een boete ineens kan veranderen van het hebben van scherpe delen naar het hebben van voorzieningen aan de voorkant van zijn auto.\n\n3. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de boete vernietigd moet worden. De verkeersovertreding kan niet vast worden gesteld, omdat uit het dossier niet blijkt dat betrokkenes auto een voorziening op de voorkant had die de kans op letsel bij een botsing kan vergroten.\n\nBeslissing\n\n4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.\n\nOverwegingen\n\n5. De officier van justitie heeft de feitcode gewijzigd naar het hebben van voorziening aan de voorzijde van de auto die de kans op letsel bij een botsing kan vergroten. De verbalisant heeft in het zaakoverzicht verklaard dat de spoiler breder was dan het voertuig. De verklaring van de verbalisant gaat niet over de voorkant van het voertuig maar over de achterkant. Daar komt bij dat ook uit de foto niet blijkt dat er sprake was van een voorziening aan de voorkant van de auto. De verkeersovertreding kan daarom niet vastgesteld worden op basis van de gegevens in het zaakoverzicht. De kantonrechter ziet aanleiding om de boete te vernietigen.\n\nConclusie\n\nDe kantonrechter:\n\nverklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;\n\nvernietigt die beslissing;\n\nverklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;\n\nvernietigt die inleidende beschikking;\n\nbepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.\n\nWaarvan proces-verbaal,\n\nmr. M. Hidding, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter\n\nAfschrift verzonden aan partijen op:\n\nRechtsmiddel\n\nAls u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het\n\ngerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:\n\na. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of\n\nb. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.\n\nHet (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.\n\nDe wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:2606","2026-07-13T00:29:27.205Z",1,20]