[{"data":1,"prerenderedAt":-1},["ShallowReactive",2],{"court-category-den-haag-data-protection-nl":3},{"court":4,"category":9,"stats":15,"decisions":21,"total":16,"page":41,"limit":42},{"id":5,"name":6,"country":7,"slug":8},58,"Den Haag","nl","den-haag",{"id":10,"slug":11,"name":12,"country":13,"createdAt":14},116,"data-protection-nl","Data Protection","NL","2026-07-08T16:57:11.243Z",{"totalDecisions":16,"dateRange":17,"topProvisions":20},2,{"min":18,"max":19},"2026-05-08T00:00:00.000Z","2026-06-29T00:00:00.000Z",[],[22,33],{"id":23,"ecli":24,"slug":25,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":19,"fullText":27,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":29,"sourceTimestamp":30,"parsedAt":31,"updatedAt":32},"962","ECLI:NL:CBB:2026:310","ecli-nl-cbb-2026-310","","beslissing\n\nCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN\n\nzaaknummer: 25\u002F957\n\nbeslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen\n [naam] , te [vestigingsplaats] (stichting)\n\nen\n\nde minister (nu: de staatssecretaris) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur\n\n(gemachtigde: mr. W.J.C. Goorden)\n\nProcesverloop\n\nDe stichting heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 24 november 2025.\n\nDe minister heeft de vertrouwelijke versie van een gedingstuk ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van een aantal gegevens in dit stuk.\n\nHet betreft (delen van) het volgende stuk:\n\n- het rapport van bevindingen van 28 maart 2025 en de daarbij behorende bijlagen (rapport van bevindingen).\n\nDe stichting heeft bij brief van 18 juni 2026 gereageerd op het verzoek van de minister.\n\nOverwegingen\n\n1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. W.J.A.M. van Brussel opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen. De minister heeft vermeld dat in de ongelakte versie van het rapport van bevindingen de namen en woonadressen van kopers van honden zijn opgenomen. Daarnaast bevat de ongelakte versie volgens de minister onder meer namen van de honden, de nummers van de certificaten van deze honden, de chipnummers van deze honden en de data van vertrek van deze honden. Op basis van deze informatie over de hond kan de identiteit van de koper eenvoudig worden achterhaald. De minister doet wat deze gegevens betreft een beroep op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de kopers. De vertrouwelijkheid van de gegevens dient volgens hem te worden geëerbiedigd, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de koper zal kunnen leiden en ook een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer\n\n van de koper tot gevolg zal kunnen hebben, terwijl kennisneming van deze informatie door de stichting niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten.\n\n2 De stichting heeft te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van de minister om alleen de gelakte documenten aan de stichting te verstrekken.\n\n3 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden.\n\n4 De rechter-commissaris heeft kennisgenomen van het, door de minister als vertrouwelijk ingediende, rapport van bevindingen, de daarbij gegeven motivering van zijn verzoek en de reactie daarop van de stichting. De rechter-commissaris is van oordeel dat de door de minister aangevoerde gronden in dit geval voldoende gewichtige redenen bevatten om de door haar verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd te achten en overweegt daartoe het volgende.\n\n5 Het rapport van bevindingen bevat persoonsgegevens en gegevens die herleidbaar zijn tot personen. Deze gegevens moeten in dit geval vertrouwelijk blijven, omdat onbeperkte kennisneming van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. Daarnaast wordt de stichting door de beperkte kennisneming van het rapport van bevindingen niet beperkt in haar mogelijkheden om haar standpunten toereikend te kunnen bepleiten. De rechter-commissaris weegt daarbij mee dat de stichting heeft laten weten er geen bezwaar tegen te hebben dat deze (persoons)gegevens voor haar niet inzichtelijk zijn.\n\n6 Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van het rapport van bevindingen uitspraak doen. De Stichting heeft wel laten weten geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van de minister, maar dat is iets anders dan het geven van toestemming. De stichting wordt daarom verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van het rapport van bevindingen uitspraak doet op het beroep.\n\nBeslissing\n\nDe rechter-commissaris:\n\n- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van het rapport van bevindingen gerechtvaardigd is.\n\n- verzoekt de stichting om binnen twee weken na de verzending van deze beslissing schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van het rapport van bevindingen uitspraak doet op het beroep.\n\nDeze beslissing is genomen op 29 juni 2026 door mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. F.J.J. van West de Veer, griffier.\n\nw.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. F.J.J. van West de Veer","rechtspraak_nl","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:310","2026-07-03T00:00:00.000Z","2026-07-08T16:52:53.682Z","2026-07-13T00:28:56.702Z",{"id":34,"ecli":35,"slug":36,"caseNumber":26,"courtId":5,"decisionDate":18,"fullText":37,"summary":26,"language":7,"source":28,"sourceUrl":38,"sourceTimestamp":39,"parsedAt":31,"updatedAt":40},"1923","ECLI:NL:RBDHA:2026:12960","ecli-nl-rbdha-2026-12960","Rechtbank den haag\n\nTeam handel - voorzieningenrechter\n\nzaak- \u002F rolnummer: C\u002F09\u002F702369 \u002F KG ZA 26-332\n\nProces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 8 mei 2026\n\nin de zaak van\n\n [eiser]te [woonplaats] ,\n\neiser,\n\nadvocaten mr. K. Bozia te Lelystad en mr. J.M. Klaassen te Amsterdam,\n\ntegen:\n\nde Staat der Nederlanden (het Ministerie van Financiën, de Belastingdienst)te Den Haag,\n\ngedaagde,\n\nadvocaat mr. C.L.L. Rutten-Stichter te Den Haag.\n\nPartijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘de Staat’ of ‘de Belastingdienst’.\n\nAanwezig is mr. H.J. Vetter, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. T.A.E. Scheers, griffier.\n\nTevens zijn aanwezig [eiser] in persoon, zonder advocaat, en mr. Rutten-Stichter namens de Staat.\n\nNadat de voorzieningenrechter met partijen heeft gesproken over de afwezigheid van mr. Bozia, de door haar de avond voor de zitting bij de rechtbank ingediende stukken en het niet-ontvankelijkheidsverweer van de Staat, heeft de voorzieningenrechter de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.\n\n1. De gronden van de beslissing\n\n1.1.. Naar de voorzieningenrechter begrijpt is tussen partijen in geschil of de Staat nog meer gegevens aan [eiser] dient te verstrekken dan hij tot nu toe heeft gedaan.\n\n1.2.. \n\n [eiser] vordert in deze procedure, zakelijk weergegeven, om de Belastingdienst – uitvoerbaar bij voorraad – te veroordelen om binnen vijf werkdagen na de datum van dit vonnis aan [eiser] inzage te verstrekken in en een afschrift te verstrekken van de persoonsgegevens van Bouman die door of namens de Belastingdienst worden verwerkt, in de zin van artikel 4 AVG, waaronder begrepen de persoonsgegevens van Bouman die zijn vervat in dossiers\u002Fregistraties die betrekking hebben op (voormalige) vennootschappen en daarmee samenhangende structuren, voor zover en in zoverre daarin persoonsgegevens van Bouman voorkomen of daartoe herleidbaar zijn, in welke vorm dan ook, waaronder in elk geval begrepen:\n\n(i) FSV- en opvolgende risicoregistraties;\n\n(ii) signaleringen, kwalificaties en risicoprofielen;\n\n(iii) interne notities\u002Fmemo's; en\n\n(iv) loggings- en raadplegingsgegevens;\n\neen en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de Staat in de kosten van deze procedure.\n\n1.3.. De Staat heeft in een voorafgaand aan de zitting ingediende conclusie van antwoord verweer gevoerd tegen het gevorderde. De Staat heeft hierbij gewezen op de door hem op 19 oktober 2023, 3 maart 2026 en 5 maart 2026 genomen besluiten op de AVG-verzoeken van [eiser] . Het primaire verweer van de Staat is dat [eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vorderingen, omdat tegen besluiten in de zin van de Awb een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat. De civiele rechter is volgens de Staat daarom niet bevoegd. Verder heeft [eiser] volgens de Staat geen spoedeisend belang bij zijn vordering. Tot slot stelt de Staat dat er geen sprake is van enig onrechtmatig handelen, omdat hij al op de verzoeken van [eiser] heeft beslist en aan zijn verplichtingen op grond van de AVG heeft voldaan.\n\n1.4.. De voorzieningenrechter stelt vast dat [eiser] op grond van artikel 79, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) slechts bij advocaat kan procederen. Daarnaast staat in artikel 10.2 van het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken vermeld dat de eisende partij op de mondelinge behandeling alleen met of bij advocaat kan verschijnen. [eiser] is ter zitting verschenen zonder advocaat. Daarmee is niet voldaan aan een formeel vereiste om in deze procedure te kunnen worden ontvangen. [eiser] zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.\n\n1.5.. De voorzieningenrechter overweegt hierbij nog het volgende. Mr. Bozia heeft weliswaar de avond voor de zitting om 18.05 uur aangekondigd dat zij vanwege omstandigheden aan haar zijde mogelijk niet ter zitting zal verschijnen, maar zij heeft de aard van deze omstandigheden niet nader toegelicht en heeft niet gevraagd om verplaatsing van de zitting. Integendeel, zij heeft bij deze mededeling de pleitnota met aanvullende producties aan de rechtbank doen toekomen en gesteld dat zij dit zorgvuldig acht, zodat de standpunten van [eiser] volledig kenbaar zijn gemaakt en bij de beoordeling kunnen worden betrokken. Nadat de voorzieningenrechter erop had gewezen dat het ontbreken van een advocaat aan de zijde van [eiser] een hindernis vormde, is er toch een gesprek met partijen op gang gekomen. Al snel bleek dat de zaak zonder de aanwezigheid van de advocaat voor [eiser] niet (naar behoren) kon worden behandeld. Daarbij speelde ook een rol dat de Staat voorafgaand aan de zitting geen kennis had kunnen nemen van de stukken die de avond voorafgaand aan de zitting door mr. Bozia waren overgelegd. Daarnaast diende in deze zaak als eerste het hiervoor vermelde primaire verweer van de Staat te worden besproken tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] . Zonder advocaat kon [eiser] daarop ter zitting niet inhoudelijk reageren. Het ontbreken van een advocaat aan de zijde van [eiser] verhinderde dan ook daadwerkelijk een deugdelijke behandeling van de vorderingen van [eiser] .\n\n1.6.. Nadat de voorzieningenrechter [eiser] niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn vorderingen heeft de voorzieningenrechter ten overvloede – op basis van de ingediende stukken en dus zonder volledige behandeling van de zaak ter zitting – een voorlopig oordeel gegeven ten aanzien van het hiervoor bedoelde primaire verweer van de Staat. Naar de voorzieningenrechter begrijpt is dat wat de advocaat van [eiser] beoogde met de indiening van haar pleitnota voorafgaand aan de zitting. In dat verweer kan de Staat naar voorlopig oordeel worden gevolgd. [eiser] zou dan ook op die grond, naar valt aan te nemen, niet-ontvankelijk zijn in zijn vordering, omdat voor hem een met voldoende waarborgen omklede rechtsingang bij de bestuursrechter openstaat. Die staat ook open in geval van niet tijdig beslissen. In geval van een spoedeisend belang kan ook in die rechtsgang een voorlopige voorziening worden getroffen. Dat maakt naar voorlopig oordeel dat er geen plaats is voor het treffen van een voorziening in een civielrechtelijke kort geding.\n\n1.7.. \n [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:\n\n- griffierecht € 735,-\n\n- salaris advocaat € 1.177,-\n\n- nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de\n\nbeslissing)\n\n -------------------\n\nTotaal € 2.101,-\n\n1.8.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.\n\n2. De beslissing\n\nDe voorzieningenrechter:\n\n2.1.. verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen;\n\n2.2.. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] € 98,- extra betalen, plus de kosten van betekening;\n\n2.3.. veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;\n\n2.4.. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.\n\nWAARVAN PROCES-VERBAAL,\n\n…………………………………. …………………………………\n\nmr. T.A.E. Scheers mr. H.J. Vetter\n\nde griffier is buiten staat dit\n\nproces-verbaal te ondertekenen.","https:\u002F\u002Fdeeplink.rechtspraak.nl\u002Fuitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12960","2026-05-21T00:00:00.000Z","2026-07-13T00:29:45.724Z",1,20]