ECLI:NL:GHAMS:2026:1777
Zusammenfassung
Strafrecht
Uitspraak
Amsterdam
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 15-022572-24 en 23-002895-22 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-001799-25
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 26 juni 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 juli 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [naam 1]
voornamen: [naam 2]
geboren: op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]
adres: [adres], thans uit anderen hoofde gedetineerd in [gevangenis].Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Gepleegd op 17 juni 2023 te Oostzaan.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 231 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstrafvoor de duur van25 (vijfentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door12 (twaalf) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Noord-Holland van 13 mei 2025,
strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 juli 2023, parketnummer 23-002895-22, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.
Gewezen door mr. L.F. Roseval, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.
mr. L.F. Roseval