Skip to main content

ECLI:NL:GHAMS:2026:1854

Gericht

Amsterdam

Datum

24 June 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Strafrecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: StrafrechtType: uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002401-23

datum uitspraak: 24 juni 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 augustus 2023 in de strafzaak onder parketnummer

13-162488-21 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988,

adres: [adres] .Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

10 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat:

het door de raadsman in hoger beroep gevoerde bewijsverweer ten aanzien van feit 2 wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen die het hof zal uitwerken en aanvullen indien cassatie wordt ingesteld;

het hof de strafmaatoverweging van de rechtbank aanvult met de onderstaande.

Aanvullende strafmaatoverweging

Redelijke termijn

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte – gelet op het tijdsverloop – zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.

Het hof stelt vast dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg en in hoger beroep niet binnen de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden heeft plaatsgevonden. De redelijke termijn is in eerste aanleg met ruim drie maanden overschreden en is in hoger beroep opnieuw met bijna tien maanden overschreden. Gelet op de strafsoort en de hoogte van de straf die het hof zal opleggen (een taakstraf van 60 uren), zal het hof volstaan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is geschonden, zonder dat hieraan gevolgen voor de strafoplegging worden verbonden. De verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de politierechter is opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigthet vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. M.J.A. Plaisier en mr. D. Greven, in tegenwoordigheid van

mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

24 juni 2026.

mr. D. Greven is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Weitere Entscheidungen