ECLI:NL:GHARL:2026:4368
Zusammenfassung
Strafrecht
Uitspraak
Arnhem
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004448-25
Uitspraakdatum: 6 juli 2026
TEGENSPRAAKArrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep,
ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen,
van 16 oktober 2025 met parketnummer 05-281207-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in de [locatie P.I.] te [locatie] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzittingen bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.A. Prins, en de advocaat van de benadeelde partijen,
mr. C.A. Bouw, en door en namens de benadeelde partijen is aangevoerd. Tevens heeft het hof kennisgenomen van wat de moeder, als wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige slachtoffer bij de uitoefening van het spreekrecht naar voren heeft gebracht.
Het vonnis
De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor een drietal feiten. Een poging tot verkrachting van iemand beneden de twaalf jaren, mishandeling van een aan zijn waakzaamheid toevertrouwde minderjarige door toediening van schadelijke stoffen en het bezit van kinderporno. Dit betreft de onder feit 1 primair, feit 2 subsidiair en feit 3 tenlastegelegde feiten. Voor het onder feit 2 primair tenlastegelegde is verdachte vrijgesproken. Aan verdachte is opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft gezeten, de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging en de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het hof komt in dit arrest tot een deels andere beslissing over het bewijs, een andere strafoplegging en een deels andere beslissing op de vordering van een van de benadeelde partijen dan de rechtbank Gelderland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank Gelderland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind
beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021,
een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten en deze poging verkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging
bij de moeder van [slachtoffer] de schijn heeft gewekt dat zijn, verdachtes, nichtje bij hem was en/of aan de moeder van [slachtoffer] heeft gevraagd of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje in de chalet mocht komen spelen en/of [slachtoffer] (aldus) onder valse voorwendselen naar zijn chalet heeft gelokt, waar hij op dat moment alleen verbleef en/of
zijn chalet na binnenkomst van [slachtoffer] heeft afgesloten en/of
[slachtoffer] een pil/tablet/vloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC, althans een of meer verdovende en/of stimulerende en/of bedwelmende en/of bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)/middel(en), in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) heeft toegediend en/of heeft laten innemen en/of
[slachtoffer] (gedeeltelijk) (naakt) op het bed heeft gezet en/of naast [slachtoffer] op bed is gaan zitten en/of
tijd heeft geprobeerd te rekken toen die moeder van [slachtoffer] te kennen gaf haar dochter te komen ophalen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
1. subsidiair hij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind
beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021,
een of meer seksuele handelingen te verrichten en deze poging tot aanranding te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging
bij de moeder van [slachtoffer] de schijn heeft gewekt dat zijn, verdachtes, nichtje bij hem was en/of aan de moeder van [slachtoffer] heeft gevraagd of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje in de chalet mocht komen spelen en/of [slachtoffer] (aldus) onder valse voorwendselen naar zijn chalet heeft gelokt, waar hij op dat moment alleen verbleef en/of
zijn chalet na binnenkomst van [slachtoffer] heeft afgesloten en/of
[slachtoffer] een pil/tablet/vloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC, althans een of meer verdovende en/of stimulerende en/of bedwelmende en/of bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)/middel(en), in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) heeft toegediend en/of heeft laten innemen en/of
[slachtoffer] (gedeeltelijk) (naakt) op het bed heeft gezet en/of naast [slachtoffer] op bed is gaan zitten en/of
tijd heeft geprobeerd te rekken toen die moeder van [slachtoffer] te kennen gaf haar dochter te komen ophalen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
1. meer subsidiair hij in of omstreeks de periode van 30 augustus 2024 tot en met 31 augustus 2024 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland,
zich en/of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen tot het plegen van een misdrijf als omschreven in de artikelen 247 tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht dan wel
zich opzettelijk kennis en/of vaardigheden tot het plegen van een misdrijf als omschreven in de artikelen 247 tot en met 250 van het Wetboek van Strafrecht heeft verworven en/of een ander heeft bijgebracht, door
met zijn, verdachtes, telefoon, althans (een) gegevensdrager(s) chatgesprekken te voeren met een onbekend persoon over de seksuele fantasie/gedachte om minderjarigen te drogeren en/of (vervolgens) seksueel te misbruiken en/of
bij de moeder van [slachtoffer] de schijn te wekken dat zijn, verdachtes, nichtje bij hem is en/of aan de moeder van [slachtoffer] te vragen of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje in de chalet mag komen spelen en/of [slachtoffer] (aldus) onder valse voorwendselen naar zijn chalet te lokken, waar hij op dat moment alleen verbleef en/of
zijn chalet na binnenkomst van [slachtoffer] af te sluiten en/of
[slachtoffer] een pil/tablet/vloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC, althans een of meer verdovende en/of stimulerende en/of bedwelmende en/of bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)/middel(en), in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) toe te dienen en/of te laten innemen en/of
[slachtoffer] (gedeeltelijk) (naakt) op het bed te zetten en/of naast [slachtoffer] op bed te zitten en/of
tijd proberen te rekken toen die moeder van [slachtoffer] te kennen gaf haar dochter te komen ophalen;
2. primair hij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]
(geboren op [geboortedatum] 2021) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
[slachtoffer] een pil/tablet/vloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC,
althans een of meer verdovende en/of stimulerende en/of bedwelmende en/of bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)/middel(en), in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) heeft toegediend en/of laten innemen en/of
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. subsidiair hij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland
opzettelijk de gezondheid van een aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwd kind, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2021) heeft benadeeld en/of [slachtoffer] heeft mishandeld door [slachtoffer] een pil/tablet/vloeistof bevattende een hoeveelheid 2MMC,
althans een of meer verdovende en/of stimulerende en/of bedwelmende en/of bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)/middel(en),
in elk geval (een) voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen) toe te dienen en/of in te laten nemen;
3. hij in of omstreeks de periode van 11 augustus 2024 tot en met 31 augustus 2024 te [plaats] en/of [plaats] , althans (elders) in Nederland,
meermalen, althans eenmaal, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, waaronder [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021, heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten
afbeeldingen en/of
gegevensdragers bevattende afbeeldingen te weten een telefoon (merk: Oppo) en/of
visuele weergave/gegevensdragers waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon (afbeelding(en) 01 en/of 02 van de toonmap) en/of
het geslachtsdeel van die persoon met een penis en/of vinger/hand wordt aangeraakt en/of
het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een penis en/of hand/vinger wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen met een vinger/hand aanraakt (afbeelding(en) 03 en/of 04 van de toonmap) en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeelding(en) 05 en/of 07 van de toonmap) en/of dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (afbeelding(en) 06 van de toonmap)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank terecht tot een bewezenverklaring is gekomen van de feiten 1 primair, 2 subsidiair en 3 en het bewijs voor deze feiten uitgebreid en volledig in het vonnis heeft weergegeven en de verweren terecht en op goede gronden heeft verworpen.
Enkel voor wat betreft de partiële vrijspraak door de rechtbank van het vervaardigen van kinderporno heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat er wat haar betreft wel voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal. Zij heeft daarbij gewezen op de opslaglocatie van de cache afbeeldingen, het gebruik van de camera en het tijdstip van het bewaren van de afbeeldingen op de telefoon. Volgens haar zijn de foto’s gelet op de tijdlijn precies gemaakt op het moment dat [slachtoffer] in de caravan van verdachte was en bevestigt het feit dat er een selfie van verdachte tussen zit dat hij op dat moment de camera heeft bediend.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het primaire standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
Volgens de verdediging kan niet vastgesteld worden wanneer [slachtoffer] de drugs 2MMC heeft binnengekregen en of dit door verdachte is geweest. Er staat vast dat er geen drugs in de caravan van verdachte is aangetroffen en uit het onderzoek is niet gebleken wanneer [slachtoffer] de drugs binnen heeft gekregen. Nu ook niet bekend is wat de werkingsduur van de drugs is, kan niet zonder meer worden gesteld dat [slachtoffer] de drugs niet voor of na het binnengaan in de caravan van verdachte heeft binnengekregen. Ook kan niet vastgesteld worden dat de drugs die verdachte op 23 augustus 2024 heeft besteld in de caravan van verdachte aanwezig waren op 31 augustus 2024 en bovendien betrof die bestelling poeder en kristallen, hetgeen niet overeenkomt met een snoepje of pilletje waar [slachtoffer] over heeft verklaard. Daar komt bij dat het alternatieve scenario dat [slachtoffer] de drugs in de caravan van haar moeder heeft gevonden en ingenomen niet is onderzocht.
Er ontbreken volgens de verdediging concrete bewijsmiddelen waaruit volgt wat de intenties van verdachte zijn geweest. De gesprekken die verdachte die dag heeft gevoerd betroffen slechts fantasieën. Alle verifieerbare opmerkingen van verdachte in die gesprekken blijken onjuist te zijn. Ook is er, buiten de stelling van moeder, niets waaruit volgt dat de deur van de caravan van verdachte op slot was. De verdediging heeft daarbij ook op de wisselende verklaringen van moeder gewezen.
Voor wat betreft de vraag of [slachtoffer] wel of niet naakt is geweest in de caravan acht de verdediging het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant die bij [slachtoffer] in het ziekenhuis was onvoldoende, nu dit een globaal en samengevat proces-verbaal betreft en de mogelijkheid bestaat dat cruciale context of nuance van wat [slachtoffer] heeft verteld verloren is gegaan. Moeder en [slachtoffer] verklaren daar zelf niets over en bovendien is [slachtoffer] maar een kleine tien minuten in de caravan van verdachte geweest, zodat de tijd om haar te ontkleden en weer aan te kleden bijzonder krap, zo niet onmogelijk is. Ook blijkt uit het dossier niet dat verdachte [slachtoffer] op bed heeft gezet en staat niet vast dat [slachtoffer] op het moment dat de foto’s zijn gemaakt in de caravan van verdachte was. Bovendien concludeert de politie dat niet kan worden gezien dat het de billen van een kind betreft, zodat niet blijkt dat deze foto’s van [slachtoffer] zijn genomen.
Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake is geweest van een poging, zodat verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Er zijn geen handelingen door verdachte gepleegd die duiden op een seksuele intentie en er is geen speeksel of sperma of DNA-materiaal van verdachte of een ander aangetroffen. De verdediging heeft onder verwijzing naar twee uitspraken van andere rechterlijke colleges aangevoerd dat bij deze feitelijke omstandigheden niet gesteld kan worden dat de handelingen van verdachte kennelijk tot doel hadden een begin te maken met het binnendringen van het lichaam of aanranding van [slachtoffer] .
Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging verzocht om verdachte vrij te spreken. Verdachte ontkent op de hoogte te zijn geweest van de kinderporno die op zijn telefoon is aangetroffen en volgens de verdediging moet meer acht worden geslagen op de uitgebreide verklaringen van verdachte bij de politie dan op hetgeen hij bij de rechter-commissaris zou hebben verklaard, nu dergelijke processen-verbaal doorgaans in zeer samengevatte vorm worden opgesteld.
Bovendien kan uit het onderzoek niet zonder meer worden aangenomen dat de bestanden vóór 2 september 2024 al op de telefoon van verdachte stonden en volgt ook niet dat de bestanden door de gebruiker van de telefoon zijn geopend. Al met al kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de bestanden in de tenlastegelegde periode voorhanden heeft gehad.
Oordeel van het hof
Feiten en omstandigheden
Op 31 augustus 2024 omstreeks 19.40 uur zijn de [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] naar de [straat] te [plaats] gegaan waar mogelijk sprake was van een gedrogeerd 3-jarig meisje. Het betreft [slachtoffer] ( [slachtoffer] ), geboren op [geboortedatum] 2021.
Aan [verbalisant 1] vertelde de moeder van [slachtoffer] , [moeder slachtoffer] (hierna: moeder), die zichtbaar overstuur was, dat haar buurman van de caravan tegenover die van haar, die ze in het latere gesprek [verdachte] noemt (hierna: verdachte), haar via Facebook een berichtje stuurde, waarin hij vroeg of haar dochter met zijn nichtje mocht spelen, want die was op bezoek. Moeder had het nichtje zelf niet gezien en had er een beetje een onderbuikgevoel bij, maar haar dochter ging wel naar verdachte toe. Toen ze meteen een naar gevoel kreeg, stuurde ze verdachte een berichtje dat ze [slachtoffer] over vijf minuten op kwam halen. Daarop reageerde hij met: "Nee doe maar over een half uur." Moeder heeft toen gereageerd dat het haar kind is en dat ze haar meteen op kwam halen omdat ze gingen eten en ze liep vervolgens naar de caravan van verdachte en ze voelde dat de deur op slot zat. Verdachte deed de deur open en zij nam haar dochter mee.
Moeder vroeg aan [slachtoffer] wat ze gedaan had en zij vertelde dat ze met verdachte op bed had gezeten. Toen moeder haar vroeg of ze nog iets gegeten had, zei ze dat ze een klein wit snoepje had gegeten, dat heel vies smaakte. Daarna zei [slachtoffer] dat ze heel moe was. Moeder zag dat haar pupillen heel groot waren en belde de huisartsenpost, die besloot een ambulance te sturen.
Toen moeder de naam van verdachte aan de verbalisant noemde en ze hem op Facebook wilde opzoeken, kwamen er geen resultaten naar boven. De vriendin van moeder kreeg het account van verdachte op Facebook wel te zien, zodat moeder concludeerde dat verdachte haar had geblokkeerd op Facebook. Buiten bij het ziekenhuis heeft moeder [verbalisant 1] de berichtjes laten zien die ze nog via Facebook met verdachte had gewisseld nadat ze haar dochter had opgehaald. In dat gesprek vroeg moeder verdachte wat voor een snoepje haar dochter had gehad, waarop verdachte antwoordde ‘een schuimpje’.
Uit het onderzoek naar de telefoon van moeder volgt dat ze op 31 augustus 2024 op een aantal tijdstippen contact had met verdachte.
Om 17:29 uur vraagt verdachte voor het eerst of [slachtoffer] binnen in zijn caravan mag komen spelen omdat zijn nichtje er is. Als moeder aangeeft dat ze eerst even aan haar dochter zou vragen of ze het ook wilde, stuurt verdachte ‘Ze hoeft niet bang te zijn.’ Vervolgens stuurt verdachte om 17:57 uur aan moeder: ‘wil ze komen?’.
Moeder stuurt op 18:09 uur een bericht aan [naam 1] dat [slachtoffer] bij die buurman is, maar dat ze het best creepy vindt.
Om 18:10 uur leest verdachte het bericht van moeder: ‘Ik kom der zo weer halen want dan gaan we eten.’, waarop verdachte reageert met ‘hoelaat?’. Daarop stuurt moeder het bericht ’10 minuutjes ofzo’, waarop verdachte reageert met ‘Half uur breng ik er’.
[verbalisant 2] heeft bij [slachtoffer] aan het bed gezeten in het ziekenhuis en heeft gerelateerd over wat [slachtoffer] een van de betrokken verpleegkundigen heeft verteld.
Volgens [slachtoffer] was ze bij de buurman (het hof begrijpt: verdachte) geweest en heeft ze daar twee witte, vieze en zure snoepjes van hem gehad en zat ze op het bed in haar blootje.
[verbalisant 2] zag dat [slachtoffer] erg druk was en niet stil kon zitten, dat ze wijde pupillen had en haar mond en tong onder het bloed zaten. Toen de verpleegkundige vroeg hoe zij hier aan kwam, zei [slachtoffer] dat ze ‘auw’ had en dat kapot had gebeten. [slachtoffer] moest ook overgeven en huilen en vertelde dat ze overal ‘auw’ had, waarbij ze wees naar haar buik, geslachtsdeel, benen en armen.
Uit de afdruk van het patiëntendossier van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021, blijkt uit het lichamelijk onderzoek het volgende:
Algemeen: zeer onrustig, kauwend met de kaken, onderlip kapot gebeten, bloedende tong. Veel motorische onrust, spreekt onophoudelijk, stelt veel vragen.
Uit het rapport van het NFI van 19 december 2024 ‘Toxicologisch onderzoek in het lichaamsmateriaal van een driejarig meisje’ blijkt dat er 0,36 mg/1 van de werkzame stof 2MMC in het bloed van [slachtoffer] aanwezig was. Volgens het NFI is de gemeten 2-MMC-concentratie in het serum van 0,36 mg/l waarschijnlijk een hoge concentratie, waarbij onder andere emotionele ontremming, verhoogde bloedruk, verhoogde hartslag en verhoogde lichaamstemperatuur kunnen optreden.
Er is ook DNA-onderzoek verricht en uit het rapport van het NFI daaromtrent van 31 augustus 2024 blijkt dat, hoewel er geen voor vergelijkend Y-chromosomaal DNA-onderzoek geschikt DNA-profiel is verkregen, er in de bemonstering van de voorhof van [slachtoffer] een aanwijzing is verkregen voor de mogelijke aanwezigheid van een relatief kleine hoeveelheid mannelijk DNA.
Namens het slachtoffer [slachtoffer] , heeft haar moeder, [moeder slachtoffer] , aangifte gedaan van seksueel misbruik van [slachtoffer] . Volgens moeder heeft verdachte [slachtoffer] gedrogeerd. Verdachte had moeder via Facebook gevraagd of [slachtoffer] kon komen spelen omdat zijn nichtje er was, waarop moeder antwoordde dat [slachtoffer] voor (bij de receptie) aan het spelen was en dat ze het haar zou vragen.
Verdachte zei toen tegen moeder dat [slachtoffer] niet bang hoefde te zijn. Even later stuurde verdachte weer een berichtje of [slachtoffer] nog wilde komen en toen heeft moeder [slachtoffer] naar zijn caravan gebracht, waar ze geen ander kindje zag. Kort daarna kreeg moeder een onderbuikgevoel bij deze situatie en toen ze [slachtoffer] wilde ophalen en de deur van het chalet wilde openen, voelde ze dat deze op slot zat.
Pas toen het slot werd opengemaakt, ging de deur open. [slachtoffer] vertelde haar dat er geen ander kindje was om mee te spelen, ze met de buurman (het hof begrijpt: verdachte) op het bed was en dat ze een klein wit snoepje van hem had gekregen dat ze vies vond.
Tijdens het studioverhoor heeft [slachtoffer] wederom verklaard dat ze bij de buurman was en dat ze van hem een klein wit rond snoepje kreeg dat heel vies was. Ook had ze op bed gezeten en de buurman ook en zat de buurman op zijn telefoon.
Verdachte is op 31 augustus 2024 om 20.55 uur aangehouden en daarbij is ook de telefoon van verdachte in beslag genomen.
Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt het volgende.
Op 23 augustus 2024 heeft verdachte op de website [website] een bestelling gedaan voor 10 gram 2MMC kristal en 10 gram 2MMC poeder, welke bestelling werd bevestigd. In de bevestiging staat dat de bestelling wordt verstuurd naar [straat] te [plaats] . Dit betreft het woonadres van verdachte.
Uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte blijkt ook dat hij op 16 augustus 2024 een gesprek voert, waarin verdachte de berichten stuurt ‘Je mag me hard neuken’ en ‘Intro chems’.En op 25 augustus 2024 wisselt verdachte berichten uit met iemand anders, waarin verdachte vraagt wat de ander gaat doen met zijn vriend die zo weer langskomt, waarop de ander antwoordt ‘tv kijken en seks’ en stuurt ‘lekker tongen, hem klaarpijpen, en hem neuken tot ik in zn kont klaar kom’ en verdachte even later stuurt ‘Intro chems’.
Daarnaast blijkt uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte dat hij op 31 augustus 2024 van 14:23 uur tot 16:01 uur een gesprek voert met een gebruiker met de naam ‘ [naam 2] ’ via de [applicatie] .
In dat gesprek worden de volgende berichten verstuurd:
Verdachte: Wat bedoel je met pedo mom
[naam 2] : Pedo mom. Moeder die haar kindjes aanbiedt en zelf ook meedoet
Verdachte: Ervaring mee
[naam 2] : Ik niet, jij?
Verdachte: Ik wel
(…)
[naam 2] : Hoe oud was of waren de kindjes. Girls?
Verdachte: 9
(…)
-Verdachte: Wat zijn jou kicks
(...)
[naam 2] : Jonge kale kutjes nemen. Samen met moeder.
[naam 2] : M’n zaad er in en over spuiten
[naam 2] : Hond mee laten likken
Verdachte: Nice
(...)
Verdachte: ik heb vaak rape gedaan
[naam 2] : ook met kleintjes?
Verdachte: Ja.
Diezelfde dag heeft verdachte vanaf 16:00 uur tot en met 16:34 uur een gesprek gevoerd met gebruiker ‘6/15mmmm’ waarin onder meer de volgende berichten zijn verstuurd:
Verdachte: Hoe jong geil jij
[gebruiker] : 7/14 jij
Verdachte: Ik ook
(...)
- Verdachte: ik heb een zoon van 13
(…)
- Verdachte: ik gebruik mijn zoon vaak
(...)
Verdachte: Wel eens iemand gehad die tegen stribelde
[gebruiker] : nee jij wel
Verdachte: Zeker
Verdachte: Mijn zoon vaak
(…)
Verdachte: Wat is het geilate (het hof begrijpt ‘geilste’) wat je hebt gedaan
[gebruiker] : toch wel een jongen van 9 rimmen likken pijpen en laten pijpen
Verdachte: Nice
[gebruiker] : en jij
Verdachte: Rape
[gebruiker] : al heel lang geleden paar jaar wil graag weer is een jochie hard aanpakken
Verdachte: Samen doen
[gebruiker] : JA MAN GRAAG WELKE LEEFTIJD
Verdachte: Mijn zoon en zijn vriendje
Verdachte: Intro chems
[gebruiker] : je zoon kan jniet wandt ik wil echt hard dan
Verdachte: Waarom mijn zoon niet
[gebruiker] : omdat ik dan heel hard wil no limids is zielig
Verdachte: Mag van mij
Verdachte: hoe hard
[gebruiker] : all the way
Verdachte: Mag ook met mijn zoon
(…)
Verdachte: Intro Chems
[gebruiker] : nee nooidt gedaan
Verdachte: Ik geef ze wel eens wat.
In de telefoon zitten ook berichten die verdachte op 31 augustus 2024 vanaf 16:15 uur met [echtgenoot verdachte] (het hof begrijpt: de echtgenoot van verdachte)wisselde. Verdachte bericht [echtgenoot verdachte] dat zijn tweede wedstrijd later zou beginnen, namelijk om 16:45 uur en dat hij om half zeven klaar zou zijn.Op de zitting van het hof heeft verdachte, daarnaar gevraagd, verklaard dat het fout van hem was om tegen zijn partner te zeggen dat de tweede wedstrijd die hij moest fluiten later zou beginnen, maar dat hij geen idee heeft waarom hij daar over gelogen heeft.
Daarnaast is gebleken dat verdachte op 31 augustus 2024 tussen 6:46:58 uur en 17:45:06 uur twaalf keer naar een sekslijn belt met het nummer [nummer] . Om 17:29:27 uur belt verdachte ook met de sekslijn, terwijl hij op dat moment dus aan de moeder van [slachtoffer] vraagt of zij komt spelen.
Op de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon is nader onderzoek verricht op 2 september 2024. Er zijn 20 video’s aangetroffen die volgens de criteria zijn aangemerkt als kinderpornografisch.Deze video’s stonden op een voor hem toegankelijke locatie op zijn telefoon met de data 11 augustus 2024, 16 augustus 2024, 17 augustus 2024, 24 augustus 2024 en 25 augustus 2024.
Tijdens zijn verhoor bij de rechter-commissaris heeft verdachte, nadat hem is voorgehouden dat er kinderporno op zijn telefoon is aangetroffen, verklaard dat de kinderporno hem toe is gestuurd.En ook ter terechtzitting van het hof heeft verdachte dat verklaard.
Van de 20 video’s die door de politie zijn aangemerkt als kinderpornografisch is aangegeven welke strafbare elementen en seksuele gedragingen zichtbaar zijn op de aangetroffen video’s.
De afbeeldingen 01 en 02 in de toonmap betreffen penetratie (ongeveer 65%)
van het lichaam van een minderjarige:
o oraal met de penis;
o vaginaal met de penis;
o anaal met de penis en met de vinger/hand;
door een minderjarige:
o oraal met de penis;
o anaal met de penis.
De afbeeldingen 03 en 04 in de toonmap betreffen ontuchtige handelingen (ongeveer 10%)
betasten/aanraken van een minderjarige:
o geslachtsdelen met de penis en met de vinger/hand;
o billen met de vinger/hand;
betasten/aanraken door een minderjarige:
o geslachtsdelen met de penis en met de vinger/hand;
• • door een minderjarige zichzelf betasten/aanraken:
o geslachtsdelen met de vinger/hand;
o billen met de vinger/hand.
De afbeeldingen 05 en 07 in de toonmap betreffen poseren door een minderjarige of minderjarige in een pose, met nadruk op geslachtsdelen/borsten en billen door:
geheel naakt;
camerastandpunt;
onnatuurlijke houding.
Afbeelding 06 in de toonmap betreft overige seksuele gedragingen (ongeveer 25 %)
masturbatie (dicht) bij het lichaam/gezicht van een minderjarige;
spuiten van/zichtbaar maken van sperma op lichaam minderjarige;
houden van de penis dichtbij het lichaam van een minderjarige.
Op de afbeeldingen zijn voornamelijk jongens te zien en een klein deel betreft meisjes of baby’s en peuters tot 2 jaar.
Tot slot is er gekeken naar het gebruik van de fotocamera van de telefoon van verdachte en eventuele foto’s die zijn geregistreerd op 31 augustus 2024.Daaruit blijkt dat er tussen 18:03:13 uur en 18:03:34 uur foto’s zijn geregistreerd en op deze foto’s zijn ontblote billen te zien. Uit aanvullend onderzoek naar het materiaal op de telefoon van verdachte is gebleken dat er op 31 augustus 2024 zeven foto’s zijn gemaakt en dat hier een selfie van verdachte tussen zit. De andere zes foto’s (waarvan 4 thumbnails) betroffen foto’s van dezelfde billen en deze foto’s zijn gemaakt op 31 augustus 2024 om 18:03 uur.Uit het onderzoek van [verbalisant 4] blijkt ook dat de gebruiker van de telefoon die onder verdachte in beslag genomen is, op 31 augustus 2024 om 18:02:59 uur de applicatie ‘ [applicatie] ’ heeft geopend waarmee het mogelijk is om foto’s te maken.
Conclusies uit het voorgaande
Het toedienen/in laten nemen van 2MMC (feit 2)
Het hof leidt uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden af dat [slachtoffer] op 31 augustus 2024 in de caravan van verdachte is geweest en dat ze daar van hem iets heeft gekregen wat ze in haar mond heeft gestopt en heeft doorgeslikt.
[slachtoffer] heeft kort nadat moeder haar heeft opgehaald bij de caravan van verdachte tegen haar gezegd dat ze van verdachte een klein wit snoepje had gekregen, dat heel vies smaakte. Ook in het ziekenhuis heeft [slachtoffer] het over ‘witte, vieze en zure snoepjes’ en in de voorbereiding op het studioverhoor over ‘een wit snoepje dat echt ‘bah’ wasen in het studioverhoor over ‘een heel klein wit rond snoepje’.Bovendien blijkt dat [slachtoffer] al snel na terugkomst van haar bezoek aan verdachte lichamelijke klachten krijgt die wijzen op de inname van drugs. Onderzoek door het NFI wijst uit dat bij [slachtoffer] een hoeveelheid 2MMC in haar lichaam is aangetroffen.
Verdachte heeft weliswaar bevestigd dat hij [slachtoffer] in de caravan iets heeft gegeven wat ze op heeft gegeten, maar volgens verdachte betrof dat een geel bananenschuimpje en geen drugs.
Dat iemand anders dan verdachte verantwoordelijk is voor de inname van de 2MMC door [slachtoffer] , zoals de verdediging heeft gesteld, acht het hof echter niet aannemelijk. Verdachte is degene die over de bij [slachtoffer] aangetroffen drugs heeft beschikt, aangezien hij iets meer dan een week voor 31 augustus 2024 20 gram 2MMC heeft besteld. Ook is het verdachte die in het gesprek dat hij op 31 augustus 2024 met 6/15mmmm heeft gevoerd de berichten ‘Intro Chems’ en ‘Ik geef ze wel eens wat’ heeft gestuurd. Daarnaast heeft [slachtoffer] het consequent over een klein wit snoepje, hetgeen niet overeenkomt met de verklaring van verdachte dat het om een geel schuimpje zou gaan. Bovendien blijkt uit een van de verhoren van verdachte dat op de plek waar de voorraad schuimpjes volgens verdachte zou liggen, te weten onder in de kast bij de keuken waar de radio bovenop staat, deze daar niet zijn aangetroffen.
Het hof komt dan ook tot de conclusie dat het verdachte is geweest die [slachtoffer] 2MMC heeft toegediend en/of in heeft laten nemen en dat [slachtoffer] door de inname hiervan pijn en letsel heeft opgelopen.
Met de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet kan worden
vastgesteld dat verdachte geprobeerd heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, zodat verdachte van het feit 2 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt hierbij dat het weliswaar een feit van algemene bekendheid is dat drugs de gezondheid kunnen benadelen en zeker in het geval dat deze worden toegediend aan een driejarige, maar dat over wat de gevolgen kunnen zijn van 2MMC nog te weinig bekend is, zodat onvoldoende vaststaat dat de toediening van deze drugs een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel oplevert.
Het vervaardigen, verwerven en in bezit hebben van kinderporno (feit 3)
Niet ter discussie staat dat verdachte de video’s die op zijn telefoon zijn aangetroffen en die zijn aangemerkt als kinderpornografisch in zijn bezit heeft gehad. Verdachte heeft wel ontkend dat hij deze bestanden geopend heeft en stelt dat ze enkel naar hem toe zijn gestuurd zonder dat hij er kennis van heeft genomen. Nu verdachte bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat de kinderporno naar hem is toegestuurd, is het hof van oordeel dat verdachte wist om welke bestanden het ging en dat hij deze video’s heeft verworven en in bezit heeft gehad. Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte hier een gewoonte van heeft gemaakt.
Echter, anders dan de rechtbank, is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal door foto’s te maken van de billen van [slachtoffer] op het moment dat zij bij hem in de caravan was.
Tijdens het onderzoek aan de telefoon van verdachte is immers ook gebleken dat er op de datum 31 augustus 2024 zeven foto’s zijn gemaakt.Het gaat daarbij om zes foto’s (waarvan vier thumbnails) van dezelfde billen en tussen deze foto’s zat een selfie van verdachte. De foto’s waren gemaakt op 31 augustus 2024 om 18:03 uur. Hoewel de verbalisant die de foto’s heeft beoordeeld niet kan zien of het gaat om de billen van een kind, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het om de billen van [slachtoffer] gaat. Zo past het moment waarop de foto’s zijn gemaakt in de tijdslijn van het moment dat [slachtoffer] in de caravan is geweest. Bovendien blijkt uit het feit dat tussen de foto’s van de blote billen een selfie van verdachte is aangetroffen dat het verdachte is geweest die op dat moment de camera heeft bediend en daarbij is er geen enkele aanwijzing dat er nog iemand anders in de caravan van verdachte op dat moment aanwezig was. Tot slot acht het hof van belang dat [slachtoffer] in het ziekenhuis heeft verklaard dat ze bij verdachte op het bed heeft gezeten in haar blootje.
De stelling van de verdediging dat het proces-verbaal waarin dat is opgenomen slechts een globaal en samengevat proces-verbaal betreft en de mogelijkheid bestaat dat cruciale context of nuance verloren is gegaan, volgt het hof niet. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de inhoud van het proces-verbaal.
De poging tot verkrachting (feit 1)
Voor een strafbare poging tot verkrachting is vereist dat de dader handelingen heeft verricht die kennelijk tot doel hadden een begin te maken met het binnendringen van het lichaam. Daarnaast moeten die handelingen niet zodanig zijn dat zij ook bedoeld hadden kunnen zijn om andere misdrijven, zoals een aanranding, te plegen.
In dat verband blijkt uit het dossier dat verdachte op 31 augustus 2024 vanaf de middag (14:23 uur) met seks bezig is geweest en bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij die dag geil was.Bovendien blijkt uit voornoemde feiten en omstandigheden dat verdachte zowel op 16 augustus 2024 als op 25 augustus 2024 berichten heeft verstuurd over ‘Intro chems’ en dat hij op de bewuste dag, 31 augustus 2024, enkele uren daarvoor ook nog berichten heeft verstuurd waarin verdachte het er over heeft dat hij ‘vaak rape heeft gedaan, ook met kleintjes’. Net als de rechtbank stelt het hof vast dat ‘intro chems’ verdovende middelen zijn zoals speed en 3MMC, die gebruikt kunnen worden tijdens de seks.
In het laatste gesprek van die dag dat tot 16:01 uur heeft geduurd, is het ook gegaan over ‘rape’, hetgeen verdachte oppert, en over ‘een jochie hard aanpakken’ en stelt verdachte weer ‘Intro chems’ voor, waaruit het hof afleidt dat verdachte het heeft over verkrachting van een jongere onder invloed van drugs. Ongeveer driekwartier later (16:46 uur) heeft verdachte voor de eerste keer die dag een sekslijn gebeld en in dezelfde minuut waarin verdachte ook weer met dezelfde sekslijn heeft gebeld (17:29 uur), heeft hij de moeder van [slachtoffer] het eerste berichtje gestuurd of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje wil komen spelen.
Toen [slachtoffer] door moeder bij verdachte werd gebracht, heeft hij de deur van de caravan op slot gedaan. De stelling van de verdediging dat de enkele stelling van moeder daarvoor onvoldoende is, volgt het hof niet.
Moeder heeft immers vanaf het eerste contact met de verbalisanten verklaard dat de deur op slot zat, hetgeen ze in de aangifte namens [slachtoffer] heeft herhaald. Daartegenover staan de wisselende verklaringen van verdachte op dit punt.
Zo heeft verdachte in eerste instantie verklaard dat de deur helemaal niet op slot kon, terwijl hij op de zitting in eerste aanleg, op het voorhouden van de voorzitter dat verdachte verklaard heeft dat het chalet niet op slot kan, heeft geantwoord dat het chalet altijd open is, behalve als verdachte op het toilet zit of als hij weg is.Daaruit leidt het hof af dat de deur van de caravan kennelijk wel op slot kon en ook ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat de caravan wel op slot kon.
Daarnaast heeft het hof, zoals hiervoor overwogen, vastgesteld dat verdachte [slachtoffer] 2MMC heeft gegeven en heeft hij [slachtoffer] , die op dat moment met een ontbloot onderlichaam op bed zat in zijn slaapkamer, foto’s van haar blote billen gemaakt. Ook betrekt het hof daarbij dat [slachtoffer] na haar bezoek aan verdachte heeft aangegeven dat ze overal aan haar lichaam ‘auw’ heeft en daarbij ook wijst op haar geslachtsdeel en er mannelijk DNA is aangetroffen op haar voorhof.
Daar komt nog bij dat het gedrag van verdachte (naar anderen toe) opvallend te noemen is als uit moet worden gegaan van de verklaring van verdachte dat hij enkel de intentie had om [slachtoffer] een leuke tijd te bezorgen door haar bij hem te laten spelen.
Dat begint ermee dat verdachte [slachtoffer] met een smoesje over het samen spelen met een nichtje naar zijn caravan heeft gelokt. Daarnaast heeft hij tegen zijn echtgenoot gelogen over de reden waarom hij die middag later thuis zou komen en heeft verdachte geprobeerd het moment dat moeder [slachtoffer] weer kwam ophalen met een minuut of twintig te rekken. Tot slot heeft verdachte moeder geblokkeerd op Facebook toen zij hem vragen ging stellen over het nichtje van verdachte dat helemaal niet bestaat.
Het hof is van oordeel dat uit de gedragingen voorafgaand en het voornoemde handelen van verdachte een onmiskenbare seksuele intentie blijkt en dat die handelingen in samenhang met de uitlatingen over ‘rape’ van minderjarigen nadat hij hen ‘wel eens wat gaf’ naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] en niet op aanranding.
Dat voornemen heeft zich door een begin van uitvoering geopenbaard en stopte pas nadat de moeder van [slachtoffer] de deur van de caravan probeerde te openen.
Het hof komt dan ook tot een bewezenverklaring van poging tot verkrachting.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair
hij op of omstreeks31 augustus 2024 te [plaats] ,althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind
beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021,
een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten en deze poging verkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen doordwang, geweld en/of bedreiging
bij de moeder van [slachtoffer] de schijn heeft gewekt dat zijn, verdachtes, nichtje bij hem was en/ofaan de moeder van [slachtoffer] heeft gevraagd of [slachtoffer] bij hem met zijn nichtje in de chalet mocht komen spelen en/of[slachtoffer] (aldus) onder valse voorwendselen naar zijn chalet heeft gelokt, waar hij op dat moment alleen verbleef en/of
zijn chalet na binnenkomst van [slachtoffer] heeft afgesloten en/of
[slachtoffer] een pil/tablet/vloeistof bevattendeeen hoeveelheid 2MMC,althans een of meer verdovende en/of stimulerende en/of bedwelmende en/of bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)/middel(en),in elk geval(een)voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen)heeft toegediend en/of heeft laten innemen en/of
[slachtoffer] (gedeeltelijk)(naakt) op het bed heeftlaten zittengezet en/of naast [slachtoffer] op bed is gaan zittenen/of
tijd heeft geprobeerd te rekken toen die moeder van [slachtoffer] te kennen gaf haar dochter te komen ophalen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. subsidiair hij op of omstreeks31 augustus 2024 te [plaats] ,althans in Nederland
opzettelijk de gezondheid van een aan zijn zorg en/ofwaakzaamheid toevertrouwd kind, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2021) heeft benadeeld en/of[slachtoffer] heeft mishandeld door [slachtoffer]een pil/tablet/vloeistof bevattendeeen hoeveelheid 2MMC,
althans een of meer verdovende en/of stimulerende en/of bedwelmende en/of bewustzijnsbeïnvloedende stof(fen)/middel(en),in elk geval(een)voor de gezondheid van [slachtoffer] schadelijke stof(fen)toe te dienen en/of in te laten nemen;
3. hij in of omstreeksde periode van 11 augustus 2024 tot en met 31 augustus 2024 te [plaats] en/of [plaats] , althans (elders) in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/ofmet onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken, waaronder [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2021, heeftverspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/ofvervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/ofverworven en/ofin bezit heeft gehaden/of zich daartoe de toegang heeft verschaftte weten
afbeeldingen en/of
gegevensdragers bevattende afbeeldingen te weteneentelefoon (merk: Oppo) en/of
visuele weergave/gegevensdragerswaarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis door die persoon (afbeelding(en) 01 en/of 02 van de toonmap)en/of
het geslachtsdeel van die persoon met een penis en/of vinger/hand wordt aangeraakt en/of
het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een penis en/of hand/vinger wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen met een vinger/hand aanraakt(afbeelding(en) 03 en/of 04 van de toonmap)en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht (afbeelding(en) 05 en/of 07 van de toonmap)en/of dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden (afbeelding(en) 06 van de toonmap)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
poging tot verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang.
Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige en terwijl het misdrijf wordt gepleegd door toediening van voor het leven of de gezondheid schadelijke stoffen.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
een visuele weergave van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf en maatregel
Standpunt openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en de maatregel van tbs met dwangverpleging en de maatregel ex artikel 38z Sr als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte sinds 1 september 2024 in voorlopige hechtenis verblijft en zijn detentieperiode bijzonder zwaar is gelet op de verschillende ernstige medische klachten van verdachte. Ook heeft de raadsman gewezen op de omstandigheid dat de laatste veroordeling van verdachte voor een zedendelict uit 2014 dateert en op de rapporten die over verdachte zijn opgemaakt, waaruit het advies volgt om de feiten 1 en 2 verminderd aan verdachte toe te rekenen en aan hem tbs met voorwaarden op te leggen.
Het verzoek is om een op te leggen gevangenisstraf zoveel mogelijk te beperken omdat de nadruk moet liggen op behandeling in plaats van vergelding en om een tbs met voorwaarden op te leggen, zoals de deskundigen passend en haalbaar achten. Verdachte wil overal aan mee werken en een eerder opgelegd toezicht heeft hij ook positief afgesloten.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft bij zijn straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Ten eerste heeft hij contact gelegd met de moeder van een driejarig meisje, [slachtoffer] , en gevraagd of [slachtoffer] met zijn nichtje wilde komen spelen, terwijl verdachte helemaal geen nichtjes heeft. Toen moeder aangaf dat ze het zou vragen, heeft verdachte even later nogmaals gevraagd of ze wilde komen. In de tussentijd en ook voor zijn eerste verzoek heeft verdachte meermalen met een sekslijn gebeld en daarvoor gesprekken gevoerd waarbij gesproken werd over ‘rape’ en ‘hard neuken’ van minderjarigen die onder invloed waren van drugs. Toen [slachtoffer] door moeder is gebracht, heeft verdachte de caravan op slot gedaan en heeft hij [slachtoffer] gedrogeerd door haar 2MMC, een designerdrug die verdachte iets meer dan een week ervoor had besteld en afgeleverd heeft gekregen, te geven.
Dat is des te kwalijker nu verdachte zelf ervaring had met het innemen van deze drugs en daar de gevolgen van kende.
Verdachte is met [slachtoffer] naar de slaapkamer gegaan waar [slachtoffer] bed heeft gezeten. Verdachte heeft foto’s gemaakt van de blote billen van [slachtoffer] . Toen moeder er na ongeveer tien minuten een naar gevoel bij kreeg, heeft ze verdachte een bericht gestuurd dat ze [slachtoffer] zou komen halen en heeft verdachte nog geprobeerd om dat moment uit te stellen. Toen moeder [slachtoffer] had opgehaald, zag ze vrij snel dat het niet goed ging met haar. Vervolgens is de driejarige [slachtoffer] met spoed opgenomen in het ziekenhuis. [slachtoffer] had pijn, had bloed in haar mond omdat ze haar mond en tong kapot had gebeten en ze moest meermalen overgeven. Uit alles volgt dat het de intentie van verdachte was om [slachtoffer] te verkrachten en enkel en alleen omdat moeder het toch niet vertrouwde en zij [slachtoffer] snel weer heeft opgehaald, is het bij een poging tot verkrachting gebleven.
Daarnaast heeft verdachte zich met het drogeren van [slachtoffer] schuldig gemaakt aan mishandeling door haar een schadelijke stof toe te dienen terwijl zij op dat moment aan zijn zorg was toevertrouwd door moeder.
Het op slinkse wijze bespelen van de moeder van een meisje van drie jaar door haar te vragen of ze met zijn nichtje wilde komen spelen, zodat verdachte de tijd en gelegenheid had om via haar aan zijn gerief te komen, is zeer kwalijk.
Door zo te handelen heeft verdachte geen enkel respect getoond voor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en grof misbruik gemaakt van het feit dat zij drie jaar – en daarmee extra kwetsbaar – was.
Verdachte heeft met het plegen van deze strafbare feiten ook veel leed toegebracht. Niet alleen heeft [slachtoffer] de lichamelijke gevolgen van de haar toegediende drugs moeten ervaren, maar heeft ook haar moeder angst en paniek ervaren en het zichzelf kwalijk genomen dat zij [slachtoffer] naar verdachte toe heeft gebracht.
Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort delicten vaak langdurig te lijden hebben door trauma’s en de daardoor veroorzaakte emotionele schade. Uit de slachtofferverklaring van moeder blijkt dat zij het zichzelf nog steeds kwalijk neemt dat zij verdachte heeft vertrouwd, dat ze het beeld van [slachtoffer] die vecht tegen de drugs die verdachte haar gegeven heeft niet kwijtraakt en dat ze nog zoveel vragen heeft die niet door verdachte beantwoord worden.
Dit gedrag rekent het hof verdachte zwaar aan. Daar komt bij dat verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedragingen. Zo zijn zijn verklaringen wisselend en geeft hij zowel bij de rechtbank als het gerechtshof nauwelijks antwoord op inhoudelijke vragen omdat hij het niet meer zou weten.
Tot slot zijn bij verdachte op zijn telefoon twintig video’s met kinderporno aangetroffen en de foto’s van de billen van [slachtoffer] . In de video’s zijn vergaande seksuele handelingen te zien van soms zeer jonge kinderen en zelfs baby’s, die seksuele handelingen moeten verrichten en dulden. Het gaat hier om kinderpornografisch materiaal van de ergste categorie. Net als de rechtbank houdt het hof verdachte medeverantwoordelijk voor het genoemde seksuele misbruik van kinderen, omdat hij door het verwerven, het bezit en het vervaardigen heeft bijgedragen aan het in stand houden van de vraag hiernaar. Dit is bijzonder ernstig.
Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die hier het slachtoffer van zijn, psychologische schade oplopen die zij jaren later en soms zelfs hun hele leven nog met zich meedragen en dat beelden op internet niet zomaar verdwijnen, zodat het misbruik in feite onbeperkt doorgaat. Verdachte heeft zijn eigen seksueel genot boven het welzijn gesteld van de kinderen die op de aangetroffen materialen zijn weergegeven.
De persoon van de verdachte
Het hof heeft bij de strafoplegging ook gekeken naar het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 mei 2026, waaruit blijkt dat verdachte zowel in 2005 als 2014 is veroordeeld voor zedendelicten met een minderjarige. Dat weegt het hof in het nadeel van verdachte mee.
Daarnaast heeft het hof ten behoeve van de beantwoording van de vraag of de oplegging van een maatregel in deze zaak geïndiceerd is, gekeken naar de verschillende rapportages die over verdachte zijn opgemaakt.
Net als de rechtbank leidt het hof uit het rapport van 4 april 2025 dat is opgesteld door [naam 3] , psychiater/psychoanalyticus, het volgende af.
Bij verdachte is sprake van een parafiele stoornis, zwakbegaafdheid en een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast is sprake van onvoldoende sturingsvermogen bij verdachte, met name wanneer hij onder druk komt te staan door life events zoals het overlijden van een familielid. Verdachte ontkent de feiten maar heeft tijdens het psychiatrisch onderzoek aangegeven dat hij verdrietig was vanwege het overlijden van zijn zus, toen is gaan chatten om zijn verdriet een plek te geven, hij ‘iets stouts’ met het meisje van plan was, maar uit zichzelf zou zijn gestopt.
Net als de rechtbank heeft het hof bij de bespreking van het bewijs geconcludeerd dat dit laatste niet het geval is, omdat verdachte voortijdig door de moeder van het meisje werd gestoord.
De klinische inschatting van het recidiverisico komt uit op matig tot hoog. Zonder behandeling blijven de risicofactoren onveranderd. Een behandeling en begeleiding zijn
noodzakelijk om de kans op herhaling te verlagen.
Verdachte is in 2005 en in 2014 ook veroordeeld voor zedendelicten met kinderen. Na de
veroordeling in 2014 heeft hij een behandeling voor zedendelinquenten ondergaan. De
psychiater adviseert om de feiten ten aanzien van [slachtoffer] verminderd toe te rekenen en het
bezit van de kinderporno volledig aan verdachte toe te rekenen.
Ook het hof neemt deze conclusie ten aanzien van de toerekenbaarheid over en stelt vast dat tijdens het begaan van de feiten bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.
Uit het psychologisch onderzoek van GZ-psycholoog [naam 4] van 5 maart 2025 blijkt dat bij verdachte sprake is van zwakbegaafdheid en dat een parafiele stoornis niet met zekerheid gesteld noch uitgesloten kan worden. Nu verdachte een volledig ontkennende houding heeft, onthoudt de onderzoeker zich van advies over de mate van toerekenen.
Volgens de psycholoog is het recidiverisico bovengemiddeld. Bovendien blijkt dat als de ten laste gelegde feiten bewezen worden er sprake is van een beperkt effect van de eerdere zedenbehandeling.
Tot slot heeft het hof kennis genomen van het reclasseringsadvies van 26 augustus 2025 van Reclassering Nederland. Daarin staat vermeld dat betrokkene tweemaal eerder werd veroordeeld (2005 en 2014) vanwege een zedendelict en dat bij beide veroordelingen de slachtoffers minderjarige jongens waren. Betrokkene stond eenmaal eerder onder toezicht van de reclassering en doorliep in het kader van een voorwaardelijke veroordeling een ambulante behandeling bij [instelling] . De verklaringen van betrokkene over hetgeen hem ten laste gelegd wordt en gebeurtenissen in de periode die daaraan vooraf zijn gegaan, wisselen en worden bij confrontatie met dossierinformatie bijgesteld, ontkend of ontweken. Betrokkene lijkt zijn verhaal, na confrontatie, telkens aan te passen hetgeen voor verwarring zorgt en niet overeenkomt met hetgeen op is genomen in de pro Justitia rapporten.
De reclassering geeft aan dat de maatregel van tbs met voorwaarden technisch uitvoerbaar is. Ze zijn echter terughoudend dit te adviseren. De reclassering noemt het advies voorzichtig positief. Zij zien risico’s in het feit dat bij een veroordeling de eerder doorlopen behandeling klaarblijkelijk niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Verdachte laat bij confrontatie met dossierinformatie ontkennend, ontwijkend en bagatelliserend gedrag zien. Zij vragen zich bovendien af of betrokkene daadwerkelijk de impact van een tbs maatregel met voorwaarden en dagbehandeling inziet.
Op te leggen straf
Gelet op het voorgaande is enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend. Het hof heeft bij het vaststellen van de duur van de gevangenisstraf ten eerste rekening gehouden met de aard en ernst van de feiten, in het bijzonder dat het hier gaat om het drogeren van een driejarige met de intentie haar te verkrachten en het bezit van kinderpornografisch materiaal waarin hele jonge kinderen en baby’s te zien zijn.
Daarnaast heeft het hof gelet op de omstandigheid dat verdachte twee keer eerder voor zedendelicten is veroordeeld, de mate waarin de feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend en de impact die de feiten op het slachtoffer hebben gehad. Ook heeft het hof acht geslagen op de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Alles overwegende is het hof van oordeel dat de duur van de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf, die in hoger beroep ook weer is gevorderd, de ernst van de bewezen verklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking brengt. Het hof zal dan ook aan verdachte een langere gevangenisstraf opleggen dan de drie jaren die door de rechtbank zijn opgelegd.
Het hof legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Tbs met voorwaarden of tbs met dwangverpleging?
Voorts is het hof van oordeel dat oplegging van de maatregel van tbs noodzakelijk is.
Het hof stelt voorop dat aan vier voorwaarden moet zijn voldaan, wil aan een verdachte de maatregel van tbs kunnen worden opgelegd.
In de eerste plaats dient bij de verdachte ten tijde van het begaan van het strafbare feit sprake te zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Het betreffende feit dient in de tweede plaats een misdrijf te betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, dan wel behoren tot een der misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a eerste lid, onder 1° Sr) vermeld. In de derde plaats dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel te eisen. Ten slotte kan een dergelijke maatregel enkel worden opgelegd nadat de strafrechter zich een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies heeft doen overleggen van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht.
In de onderhavige zaak is aan deze voorwaarden voldaan en er is geen discussie over dat verdachte behandeld dient te worden binnen een tbs-kader en dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen oplegging van die maatregel eist.
De vraag die het hof dient te beantwoorden is welke vorm van tbs opgelegd dient te worden: tbs met verpleging van overheidswege, zoals de advocaat-generaal heeft gevorderd, of tbs met voorwaarden, zoals de verdediging heeft gevraagd.
De deskundigen hebben in hun rapporten opgenomen dat volstaan kan worden met oplegging van tbs met voorwaarden. Het hof volgt echter de deskundigen niet in voornoemde adviezen en acht het evenals de rechtbank en de advocaat-generaal noodzakelijk dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.
Ter onderbouwing van deze beslissing stelt het hof voorop dat uit de rapportages van zowel de psycholoog als de psychiater volgt dat de nadruk moet liggen op een intensieve en langdurige zedenbehandeling. Daar komt bij dat verdachte de bewezenverklaarde feiten ontkent, hij twee keer eerder voor zedendelicten is veroordeeld en daarbij eenmaal eerder een zedenbehandeling bij [instelling] heeft gevolgd. Het hof stelt, gelet op de onderhavige zaak, vast dat deze behandeling onvoldoende effect heeft gehad. Ook stelt het hof met de rechtbank vast dat uit de rapportages evenals op de zitting is gebleken dat verdachte niet beschikt over ziektebesef en ook niet begrijpt waarom hij een behandeling nodig heeft.
Daar komt nog bij dat de reclassering in het rapport aan heeft gegeven dat het advies van tbs met voorwaarden slechts voorzichtig positief is omdat de reclassering door de opstelling van verdachte het risico op onttrekken aan de voorwaarden niet in kan schatten.
Volgens de reclassering is het gelet op de eerdere veroordelingen van verdachte, de doorlopen behandeling en de houding van verdachte de vraag of een tbs met voorwaarden haalbaar is.
Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte een intensieve, klinische en langdurige behandeling nodig heeft en dat een stevig behandelkader in een beveiligde omgeving noodzakelijk is om grip op verdachte te krijgen. De duur van de behandeling van een tbs met voorwaarden is daarvoor te kort en ook het hof betrekt hierbij het hoge risico op schijnaanpassing.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat het terugdringen van voornoemd recidiverisico en de noodzakelijke bescherming van de maatschappij, niet anders kan plaatsvinden dan door middel van het opleggen van tbs met dwangverpleging. Deze maatregel biedt in het onderhavige geval de meeste waarborgen voor een optimale risicoreductie. Anders dan de verdediging heeft bepleit, kan niet worden volstaan met een minder hoog niveau van bescherming.
Het hof overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten de feiten 1 primair en 2 subsidiair. De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging kan daarom, gelet op artikel 38e Sr, een periode van vier jaren te boven gaan.
Maatregel langdurig toezicht ex artikel 38z Sr
Daarnaast is het hof van oordeel dat een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr noodzakelijk is. Naar het oordeel van het hof is de oplegging van de maatregel nodig in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen. Verdachte zal ter beschikking worden gesteld en worden veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Tot slot hebben zowel de deskundigen als de reclassering de oplegging van deze maatregel geadviseerd. Aan de formele vereisten is voldaan.
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de problematiek van verdachte met zich brengt dat langdurig toezicht nodig is om recidive te voorkomen of in ieder geval zoveel mogelijk in te perken. Het hof zal daarom, gelet op het bovenstaande, tot de oplegging van de maatregel met langdurig toezicht overgaan.
Vordering van de benadeelde partij [moeder slachtoffer]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 1.777,86, bestaande uit € 277,86 aan materiële schade en € 1.500,- aan immateriële schade en heeft daarnaast een bedrag van € 570,24 aan proceskosten gevorderd. De rechtbank heeft de vordering toegewezen tot een bedrag van € 102,96 en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.
Namens de benadeelde partij heeft mr. Bouw op de zitting in hoger beroep aangegeven dat het hof het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de gevorderde materiële schade kan volgen, te weten toewijzing van een bedrag van € 102,96. Daarnaast heeft mr. Bouw verzocht de benadeelde partij voor wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren nu deze schade onvoldoende is onderbouwd vanwege het ontbreken van een diagnose van geestelijk letsel.
Voor wat betreft de gevorderde proceskosten heeft mr. Bouw zich gerefereerd aan het oordeel van het hof, maar daarbij wel gewezen op de omstandigheid dat oma en stiefopa een groot deel van de tijd voor [slachtoffer] zorgen en een zeer betrokken rol hebben in de zorgtaken van haar. Oma heeft namens de moeder van [slachtoffer] de advocaat bezocht voor een bespreking van de zaak en de zittingen bij de rechtbank bijgewoond en zij heeft geen bijstand van een advocaat. Om die reden is het verzoek om de proceskosten die oma heeft gemaakt toe te wijzen.
Standpunt openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de materiële schade die gevraagd wordt toegewezen dient te worden zoals de rechtbank dat heeft gedaan en dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden.
Standpunt verdediging
Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de verdediging primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging de standpunten die in eerste aanleg naar voren heeft gebracht gehandhaafd en is het verzoek aan te sluiten bij de overwegingen van de rechtbank hieromtrent.
Oordeel van het hof
Voor wat betreft de gevorderde materiële schade stelt het hof voorop dat het hof duidelijk is gebleken dat de oma en stiefopa van [slachtoffer] net zo betrokken zijn bij het welzijn van [slachtoffer] als de moeder van [slachtoffer] , maar dat het hof gebonden is aan de wet voor wat betreft de mogelijkheden om de gevraagde schade van oma toe te kennen.
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat alleen de kosten die oma heeft gemaakt om [slachtoffer] naar het ziekenhuis te brengen voor vergoeding in aanmerking komen, te weten
€ 69,30. Daarnaast wijst het hof toe de gevorderde kosten die moeder heeft gemaakt op 31 augustus 2024 en 1 september 2024 voor het brengen van [slachtoffer] naar het ziekenhuis, te weten € 33,66. De benadeelde partij heeft immers rechtstreeks schade geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte.
Voor wat betreft de overige gevorderde materiële schade kan de benadeelde partij niet worden ontvangen. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren nu deze schadepost, zoals op de zitting door mr. Bouw zelf ook is aangevoerd, onvoldoende is onderbouwd. Ook dit deel van de vordering kan de benadeelde partij nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Voor wat betreft de proceskosten sluit het hof zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. De noodzakelijke reis- en verblijfkosten die de benadeelde partij heeft gemaakt komen op grond van de artikelen 238 en 239 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet in aanmerking voor vergoeding wanneer zij zich heeft laten bij staan door een gemachtigde
(Hoge Raad, 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:334). Ook de reiskosten om de advocaat van de benadeelde te bezoeken om de zaak te bespreken komen om die reden niet voor
vergoeding in aanmerking (Hoge Raad, 28 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:414). Aangevoerd is dat de kosten van oma en stief-opa voor het bezoeken van de terechtzittingen wel voor vergoeding in aanmerking zouden moeten komen omdat zij geen bijstand van een gemachtigde hadden. Aangezien opa en stief-opa geen benadeelde partij zijn in deze zaak, komen deze kosten ook niet voor vergoeding in aanmerking.
Het hof verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering van de proceskosten.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.000,00 ingediend bestaande uit immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 500,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Standpunt openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de onderbouwing van de vordering en de Rotterdamse schaal, zij zich kan voorstellen dat het hof de immaterieel toe te wijzen vordering enigszins matigt, maar niet in de mate zoals de rechtbank dat heeft gedaan. Volgens de advocaat-generaal zou een groter deel moeten worden toegewezen dan de rechtbank heeft gedaan.
Standpunt verdediging
Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de verdediging primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging de standpunten die in eerste aanleg naar voren heeft gebracht gehandhaafd en is het verzoek aan te sluiten bij de overwegingen van de rechtbank hieromtrent.
Oordeel van het hof
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte.
De bewezen verklaarde feiten betreffen een poging tot verkrachting en een mishandeling en vastgesteld kan worden dat als gevolg van het bewezenverklaarde handelen door verdachte bij de benadeelde partij naar objectieve maatstaven sprake is van lichamelijk letsel en van een aantasting in de persoon op andere wijze (geestelijk letsel). De aard en de ernst van deze feiten brengt mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat van een aantasting in de persoon kan worden gesproken. Nadere onderbouwing van het geestelijk letsel is dan ook niet vereist.
Voor wat betreft de hoogte van de immateriële schade heeft het hof gelet op schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen worden toegekend en de onderbouwing van de vordering en aansluiting gezocht bij de Rotterdamse schaal.
In deel A, Lichamelijk letsel, hoofdstuk 13 ‘Licht letsel’ wordt onder categorie ‘(c) Herstelperiode van ongeveer twee maanden’ en oppervlakkig en beperkt letsel een bedrag tot € 1.100,00 genoemd.
Nu de benadeelde partij als driejarige door het toedienen van de drugs door verdachte haar mond kapot heeft gebeten, pijn heeft gehad in verschillende delen van haar lichaam, ziek is geweest en met de ambulance is afgevoerd, is er naar het oordeel van het hof geen sprake van oppervlakkig en beperkt letsel, maar zodanig letsel dat reeds hierom de gevorderde schade naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld kan worden op het gevorderde bedrag van € 2.000,00. De vordering wordt daarom in het geheel toegewezen.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Wetsartikelen
De straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 37a, 37b, 38z, 45, 57, 240b, 250, 252, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van5 (vijf) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Vordering van de benadeelde partij [moeder slachtoffer]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [moeder slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 102,96 (honderdtwee euro en zesennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de proceskosten.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [moeder slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 102,96 (honderdtwee euro en zesennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 31 augustus 2024.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 31 augustus 2024.
Dit arrest is gewezen door mr. A.H. Garos, mr. R.D.J. Visschers en mr. D. Stikkelbroeck,
in aanwezigheid van de griffier mr. H.J. Rosmalen-Jansen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 6 juli 2026.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 6 juli 2026.
Tegenwoordig:
mr. J. Steenbrink, voorzitter,
mr. V.T.R.W. van Thiel , advocaat-generaal,
mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
De hierna onder de voetnoten 2 t/m 18, 20 t/m 22, 26, 28 t/m 31 en 36 genoemde bewijsmiddelen zijn als bijlagen gevoegd bij het stamproces-verbaal 08RANGER, nummer 2024407947, in de wettelijke vorm opgemaakt op 4 april 2025 door [brigadier] , brigadier.
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 25 t/m 28).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 251 t/m 252) en het WhatsApp-bericht als bijlage gevoegd (pagina 310).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 249 t/m 250).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 54 en 55).
Patiëntendossier [ziekenhuis] inzake [slachtoffer] , p. 126.
Het rapport van het NFI (pagina’s 175 t/m 181).
Het rapport van het NFI (pagina’s 104 t/m 108).
Het proces-verbaal van aangifte (pagina’s 39 t/m 44).
Het proces-verbaal voorlopige samenvatting studioverhoor (pagina’s 60 t/m 61).
Het proces-verbaal van aanhouding verdachte (pagina’s 595-597) en het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 598-600).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 509 t/m 510).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t/m 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 351 t/m 352).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t/m 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 441 t/m 447).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t/m 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 488 t/m 502).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t/m 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 470 t/m 487).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 342 t/m 343) en de WhatsApp-berichten als bijlagen gevoegd (pagina’s 344 t/m 351).
Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof van 22 juni 2026.
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 515 t/m 517).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 339 t/m 340).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina 341).
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Gelderland op 6 september 2024 (los opgenomen in het dossier).
Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof van 22 juni 2026.
Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 140, in de wettelijke vorm opgemaakt op 2 juni 2025 door [hoofdagent] , hoofdagent, met bijlage (los opgenomen in het dossier).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina 518).
Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 140, in de wettelijke vorm opgemaakt op 2 juni 2025 door [hoofdagent] , hoofdagent (los opgenomen in het dossier).
Het proces-verbaal van bevindingen (pagina’s 519 t/m 521).
Het proces-verbaal voorbereiding studioverhoor (pagina’s 58 en 59).
Het proces-verbaal voorlopige samenvatting studioverhoor (pagina’s 60 en 61).
Het proces-verbaal van verhoor verdachte (pagina 650).
Het proces-verbaal van bevindingen, nummer 140, in de wettelijke vorm opgemaakt op 2 juni 2025 door [hoofdagent] , hoofdagent (los opgenomen in het dossier).
Het proces-verbaal van verhoor verdachte, proces-verbaalnummer 148, in de wettelijke vorm opgemaakt op 29 juli 2025 door [hoofdagent] , hoofdagent (los opgenomen in het dossier).
Het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer in de rechtbank Gelderland van 3 oktober 2025.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof van 22 juni 2026.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte (pagina 637).