Skip to main content

ECLI:NL:RBAMS:2026:6613

Gericht

Amsterdam

Datum

30 June 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Civiel recht; Personen- en familierecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/782767 / FA RK 26-863

Beschikking van 30 juni 2026 betreffende voorziening in het gezag op de voet van artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen de moeder,

en

[de stiefvader] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen de stiefvader,

gezamenlijk bijgestaan door advocaat mr. A.M.E. Derks te Woerden.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

woon- of verblijfplaats onbekend,

hierna te noemen de vader.

1. De procedure

1.1..

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het gezamenlijk verzoek met bijlagen van de moeder en de stiefvader, ingekomen op 3 februari 2026.

1.2..

De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026.

Verschenen zijn: de moeder en de stiefvader, bijgestaan door hun advocaat, en de vader.

2. De feiten

2.1.. De moeder en de vader hebben een relatie met elkaar gehad, welke relatie is beëindigd.

2.2.. Uit deze relatie zijn geboren:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2017,

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020,

hierna soms ook te noemen de kinderen.

2.3..
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn erkend door de vader. De moeder is belast met de uitoefening van het gezag. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven sinds het uiteengaan van partijen bij de moeder.

2.4.. De moeder heeft, na de verbreking van de relatie met vader, in november 2021 een relatie gekregen met de stiefvader. Op 1 april 2022 is de stiefvader officieel bij de moeder en de kinderen ingetrokken.

2.5.. Op 18 september 2024 zijn de moeder en de stiefvader met elkaar getrouwd. Uit dit huwelijk is geboren: [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2024 in [geboorteplaats 1] . De moeder en de stiefvader zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over haar.

2.6.. Tussen de moeder en de vader is er geen contact meer. De laatste keer dat er contact was, was op 19 februari 2024 via Whatsapp. Vanaf 2023 is er geen omgang meer tussen de vader en de kinderen.

3. Het verzoek

3.1.. Het verzoek strekt ertoe, voor zover de wet toelaat uitvoerbaar bij voorraad, om de moeder en de stiefvader gezamenlijk met de uitoefening van het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te belasten op grond van artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek, en te bepalen dat de griffier dit laat aantekenen in het gezagsregister.

4. De standpunten

4.1..

De moeder en de stiefvader voeren aan dat zij aan de formele eisen voldoen om gezamenlijk met het gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] te worden belast. Zij dragen al langer dan een jaar de zorg voor de kinderen en de moeder is langer dan drie aaneengesloten jaren alleen met het gezag belast geweest. Er is sprake van een stabiele gezinssituatie waar [minderjarige 2] en [minderjarige 1] al jaren deel van uitmaken. In 2024 is hun halfzusje, [minderjarige 3] , geboren. De moeder en de stiefvader zijn dagelijks belast met de verzorging en opvoeding van de kinderen en vinden het in het belang van de kinderen dat de juridische situatie voor wat het gezag betreft, aansluit bij deze feitelijke situatie. Er zijn geen feiten of omstandigheden die maken dat er vrees is dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van de kinderen zouden worden verwaarloosd. De vader is in 2023 uit het leven van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] verdwenen en sindsdien speelt hij geen enkele rol meer in de verzorging en opvoeding van de kinderen. De moeder heeft altijd geprobeerd het contact tussen de kinderen en de vader te behouden. De vader heeft in de afgelopen jaren geen stappen ondernomen om tot contactherstel met de kinderen te komen en heeft niet gereageerd op contactverzoeken van de moeder. De moeder is niet bekend met het woonadres van de vader en in het BRP blijkt hij te zijn uitgeschreven op zijn laatst bekende woonadres. De moeder en de stiefvader zullen het contact tussen de kinderen en de vader bevorderen indien blijkt dat de vader hier ruimte voor heeft in zijn leven en dit ook in het belang van de kinderen kan worden geacht. De kinderen zien stiefvader als een eigen ouder en noemen hem ook ‘papa’. De moeder neemt de gezagsbeslissingen over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] al geruime tijd in gezamenlijk overleg met de stiefvader. De stiefvader behandelt [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op dezelfde wijze als [minderjarige 3] en draagt ook in financiële zin zorg voor hen. De moeder en de stiefvader vinden het ook van belang dat er qua juridische gezagssituatie geen onderscheid bestaat tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , ook met het oog als de moeder onverhoopt zou komen te overlijden.

Desgevraagd geeft de moeder aan dat zij bereid is te kijken of het mogelijk is om de vader informatie te verstrekken over de kinderen, mits dit in het belang van de kinderen is en in overleg met de hulpverlening die zij momenteel krijgen. Ook ten aanzien van het opstarten van omgang/contactherstel in de toekomst geeft de moeder aan dat dit alleen kan in overleg met de hulpverlening en uiterst zorgvuldig zal moeten gebeuren nu de kinderen niet opnieuw teleurgesteld moeten worden in hun vader.

4.2.. De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat hij het verzoek van de moeder en de stiefvader begrijpt en dat hij geen verweer zal voeren. De vader voert aan dat hij uit een lastige periode komt waarin hij zichzelf verloren had, zijn leven niet stabiel was en er sprake was van persoonlijke problematiek. Ook had hij geen eigen woonruimte. Hij heeft hulp gekregen om zijn leven weer op te bouwen en is inmiddels in wat rustiger vaarwater terecht gekomen. De vader geeft aan dat het laatste contact met de kinderen begin 2023 is geweest. De vader hoopt dat in de toekomst, als zijn situatie weer helemaal stabiel en rustig is, het contact tussen hem en de kinderen hersteld kan worden. Hij begrijpt dat dat zorgvuldig moet gebeuren en dat daarbij gekeken moet worden naar het belang van de kinderen.

5. De beoordeling

Wijziging gezag

5.1.. Het verzoek dient te worden beoordeeld aan de hand van het bepaalde in artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW).

5.2.. Ingevolge artikel 1:253t, eerste lid, van het BW kan de rechtbank, indien het gezag bij één ouder berust, op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. Ingevolge het tweede lid van dit artikel wordt, in het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder, het verzoek slechts toegewezen, indien:

a. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en

b. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.

Het derde lid van dit artikel bepaalt dat het verzoek wordt afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

5.3.. De rechtbank stelt op basis van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht vast dat de stiefvader samen met de moeder al ruim vier jaar voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zorgt en hen opvoedt. De stiefvader ziet [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als zijn kinderen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noemen hun vader ‘oude papa’ en zien de stiefvader als hun vader. Aan het vereiste dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de stiefvader in een nauwe persoonlijke betrekking tot elkaar staan en aan het vereiste dat de moeder en de stiefvader op de dag van het verzoek gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een jaar gezamenlijk voor hen hebben gezorgd, is dan ook voldaan. Ook is voldaan aan het vereiste van de driejaarstermijn van artikel 1:253t, tweede lid, onder b van het BW, gedurende welke termijn de moeder alleen met het gezag over de kinderen belast moet zijn geweest. De moeder oefent vanaf de geboorte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] namelijk alleen het ouderlijk gezag over hen uit.

5.4.. Verder is de rechtbank niet gebleken van feiten en/of omstandigheden waaruit zou kunnen blijken dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zouden worden verwaarloosd als bedoeld in artikel 1:253t, derde lid, van het BW. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben al vanaf begin 2023 geen enkel contact meer met de vader. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader aangegeven dat hij in de toekomst het contact met de kinderen wenst te herstellen als zijn situatie stabiel is en als de kinderen daar aan toe zijn. De vader begrijpt het verzoek van de moeder en de stiefvader en heeft het verzoek ook niet weersproken. De moeder en de stiefvader hebben aangegeven open te staan voor eventueel contactherstel/informatieverstrekking aan de vader in de toekomst, maar wensen dit in overleg te doen met de hulpverlening nu de kinderen kwetsbaar zijn en niet weer teleurgesteld moeten worden in hun vader. Verder blijkt dat de moeder, de stiefvader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun (half)zusje [minderjarige 3] een gezin vormen en dat het de bedoeling is dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij hen opgroeien, waarbij de moeder en de stiefvader de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen behartigen. De juridische situatie wordt door toewijzing van het verzoek ook in overeenstemming gebracht met de al jaren bestaande feitelijke situatie, waarbij de moeder beslissingen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] samen en in goed overleg met de stiefvader neemt.

5.5.. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder en de stiefvader als niet weersproken en in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toewijzen en hen gezamenlijk belasten met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

5.6.. De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a van het Besluit gezagsregisters bepalen dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Proceskosten

5.7.. Gelet op de aard van het geschil zal de rechtbank de proceskosten tussen partijen compenseren.

5.8.. Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank:

6.1.. bepaalt dat [de stiefvader] , geboren op [geboortedag 4] 1988 te [geboorteplaats 3] , gezamenlijk met de moeder met de uitoefening van het gezag wordt belast over de minderjarigen:

  • [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2017;

  • [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2020,

voor zover de bevoegdheid daartoe niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten;

6.2.. draagt de griffier op van deze beschikking een aantekening te maken in het gezagsregister;

6.3.. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. D.G. Bertsch, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I.P.M. Dijkstra-Bakker, griffier, op 30 juni 2026.

Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH). Het beroep moet worden ingesteld: - door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Weitere Entscheidungen