Skip to main content

ECLI:NL:RBAMS:2026:6802

Gericht

Amsterdam

Datum

9 June 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Strafrecht; Strafprocesrecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Amsterdam

Procedure: UitspraakDomain: Strafrecht; StrafprocesrechtType: uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing van 8 juni 2026 op het onder rekestnummer C/13/789030 HA RK 26/210 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:

mr. G.J.M. Kruizinga, rechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1. De procedure

Bij de afdeling strafrecht van de Rechtbank te Amsterdam is een zaak aanhangig met parketnummer 13-073791-26 die is toegewezen aan de rechter.

2. Het verzoek

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat hij de verdachte in deze zaak ( [naam] , bijgestaan door mr. C.E.D. Koning) in het verleden als advocaat heeft bijgestaan.

3. De beoordeling

3.1.. Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.

3.2.. Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.

3.3.. De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen nu hij de verdachte eerder als advocaat heeft bijgestaan. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.

De rechtbank:

 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 13-073791-26 wordt voortgezet voor een andere rechter;

 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing wordt toegezonden aan:

 de gemachtigden van partijen; en

 de rechter.

Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. W.M. de Vries, leden, op 9 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Weitere Entscheidungen