ECLI:NL:RBDHA:2026:17448
Zusammenfassung
Civiel recht; Personen- en familierecht
Uitspraak
Den Haag
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2689
Zaaknummer: C/09/701622
Datum beschikking: 28 mei 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, hoofdverblijfplaats en informatieregelingBeschikking op het op 17 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.L.J. Kapteijn in Alphen aan den Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman in Leiderdorp.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift;
het bericht van 19 maart 2026 met bijlagen van de moeder;
het bericht van 29 april 2026 met bijlage van de moeder;
het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken;
het bericht van 6 mei 2026 met bijlagen van de vader;
het bericht van 8 mei 2026 met bijlagen van de moeder;
het bericht van 11 mei 2026 van de vader.
Op 11 mei 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder bijgestaan door haar advocaat;
de advocaat van de vader;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .
[minderjarige] staat blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven op het adres van de moeder.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te bepalen dat [minderjarige] de hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft;
te bepalen dat er een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal worden vastgesteld, waarbij [minderjarige] onder toezicht bij de vader zal zijn:
om de week van vrijdag 16:00 uur tot zaterdag na het avondeten, waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader zal brengen, waar de moeder, vader of zus vaderszijde ook aanwezig zal zijn en de vader of zijn familielid [minderjarige] op zaterdag na het avondeten weer bij de moeder terugbrengt;
gedurende één kerstdag en Sinterklaas;
met Oud en Nieuw in de oneven jaren, in de even jaren zal [minderjarige] bij de moeder zijn.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt bij wijze van zelfstandig verzoek:
- te bepalen dat er een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal worden vastgesteld, waarbij [minderjarige] bij de vader verblijft:
iedere dinsdag- en donderdagmiddag tot na het avondeten;
één weekend in de veertien dagen van vrijdag 16.00 uur tot zondag 19.00 uur, welk weekend samenvalt met het weekend dat de andere kinderen van de vader bij hem zijn;
- de volgende vakantieregeling wordt vastgesteld, waarbij [minderjarige] bij de vader is:
in de even jaren: de voorjaarsvakantie, de tweede week van de meivakantie, de laatste drie weken van de zomervakantie en de tweede week van de kerstvakantie;
in de oneven jaren: de eerste week van de meivakantie, de eerste drie weken van de zomervakantie, de herfstvakantie en de eerste week van de kerstvakantie,
waarbij de overdracht op vrijdag om 16.00 uur is;
- de moeder de vader minimaal één keer per maand per email dient te informeren over de ontwikkeling van [minderjarige] , en zodra van toepassing, over zijn ontwikkeling op school, in zijn vrije tijd, in zijn relaties met vrienden/vriendinnen alsmede over zijn lichamelijk en geestelijk welzijn.
Beoordeling
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Blijkens het bericht van de vader van 11 mei 2026 heeft de rechtbank vastgesteld dat de vader niet in staat was om op de zitting te verschijnen, omdat hij in detentie zit. De rechtbank acht het van belang dat de vader in de gelegenheid wordt gesteld om zijn standpunt ten aanzien van de zorgregeling naar voren te kunnen brengen. De rechtbank zal gelet op deze bijzondere omstandigheden de inhoudelijke behandeling van de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aanhouden tot een nader te bepalen zittingsdatum.
In afwachting van de inhoudelijke behandeling van de definitieve zorgregeling, zal de rechtbank een voorlopige zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vaststellen. De rechtbank acht het namelijk van belang dat er contact is tussen de vader en [minderjarige] . Op de zitting en uit de stukken is gebleken dat de moeder dat zich grote zorgen maakt over de veiligheid van [minderjarige] bij de vader. De moeder stelt daarnaast dat er een aantal incidenten hebben plaatsgevonden en dat de vader door middelengebruik gedurende een langere periode [minderjarige] niet heeft gezien. Mede gelet op de verschillende meldingen die bij Veilig Thuis binnen zijn gekomen, zoals volgt uit het rapport van Cardea, acht de rechtbank deze zorgen niet zonder meer ongegrond. In afwachting tot de inhoudelijke behandeling ten aanzien van de definitieve zorgregeling, zal de rechtbank daarom bepalen dat contact tussen de vader en [minderjarige] voorlopig zal plaatsvinden onder begeleiding van de moeder, vader of zus vaderszijde, conform het verzoek van de moeder.
Hoofdverblijfplaats
Wettelijk kader
In het eerste lid van artikel 1:253a BW is bepaald dat in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Op grond van sub b van het tweede lid van artikel 1:253a BW kan de rechtbank beslissen bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt dat zij sinds het uit elkaar gaan van de ouders, de hoofdzorg draagt over [minderjarige] en dat het dan ook belangrijk is dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. De vader gaat akkoord met het verzoek van de moeder tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder. De rechtbank zal conform de overeenstemming van de ouders beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet.
Informatieregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW, sub c van het tweede lid kan de rechtbank een regeling vaststellen inzake de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd.
Inhoudelijke beoordeling
De vader stelt dat het wenselijk is een duidelijk omschreven informatieregeling vast
te leggen. Op de zitting is gebleken dat de moeder heeft ingestemd met het verzoek van de vader om hem minimaal één keer per maand per email te informeren over de ontwikkeling van [minderjarige] , en zodra van toepassing, over zijn ontwikkeling op school, in zijn vrije tijd, in zijn relaties met vrienden/vriendinnen alsmede over zijn lichamelijk en geestelijk welzijn. De rechtbank zal conform de overeenstemming van de ouders beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat [minderjarige] voorlopigbij de vader zal zijn: om de week van vrijdag 16:00 uur tot zaterdag na het avondeten, waar de moeder, vader of zus vaderszijde ook aanwezig zal zijn en waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader zal brengen en de vader of zijn familielid [minderjarige] op zaterdag na het avondeten weer bij de moeder terugbrengt;
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,
de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
bepaalt dat de moeder de vader minimaal één keer per maand per email dient te informeren over de ontwikkeling van [minderjarige] , en zodra van toepassing, over zijn ontwikkeling op school, in zijn vrije tijd, in zijn relaties met vrienden/vriendinnen alsmede over zijn lichamelijk en geestelijk welzijn;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstakenaan toteen nader te bepalen zittingsdatum.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2026.