Skip to main content

ECLI:NL:RBDHA:2026:18658

Gericht

Utrecht

Datum

13 January 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Utrecht

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; VreemdelingenrechtType: uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.25460

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. H.M.M. van Dooren).

Procesverloop

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 juni 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, zaaknummer NL25.25459, op 23 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, D. Sahraf als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.25459, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

13 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Weitere Entscheidungen