ECLI:NL:RBGEL:2026:5203
Zusammenfassung
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Uitspraak
Nijmegen
RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11837299 \ CV EXPL 25-2295
Vonnis van 19 juni 2026
in de zaak van
TIMING FLEX B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: Timing,
gemachtigde: A.E.B. de Hollander,
tegen
TEAMPLAST PRODUCTIONS B.V.,
gevestigd te Heteren,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Teamplast,
gemachtigde: mr. T. Straetemans.
1. De procedure
1.1.. Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 10 oktober 2025
de brief van 27 februari 2026 van de kant van Teamplast, met producties 9 en 10
de e-mails van 3 en 4 maart 2026 van de kant van Timing, met ongenummerde producties
de mondelinge behandeling van 10 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.. Timing is een uitzendonderneming en Teamplast produceert verpakkingen. Timing heeft eerder een of meerdere uitzendkrachten ter beschikking gesteld aan Teamplast.
2.2.. Bij e-mail van 31 oktober heeft Teamplast een voorstel gedaan voor de detachering van de heer [de uitzendkracht] (hierna: [de uitzendkracht] ) in de functie van ‘Teamleider in training’. In haar e-mail schrijft Teamplast onder meer het volgende:
“Aangezien de afkoop constructie met [medewerker 1] nu strand zou ik deze afspraak graag willen continueren bij [de uitzendkracht] .
Mijn voorstel:
Startdatum 20 november 2024 met een detachering via jullie t/m 31 januari 2025 met een factor 2.3 (afd. Productie)
Mochten we in januari nog steeds tevreden zijn met [de uitzendkracht] in deze positie zou ik graag dezelfde afkoop constructie willen hanteren zoals besproken in augustus omtrent de aanname van [medewerker 1] .”
2.3.. Op 6 november 2024 heeft Timing het volgende geschreven aan Teamplast:
“Ik heb nog even een vraag met betrekking tot het contract van [de uitzendkracht] .
Mogen wij hem voor de periode dat hij bij ons op contract is een bepaald aantal uren garantie aanbieden?
Bij functies zoals deze is gepast om bijv. 80 uur per 4 weken te geven. Dit houdt in dat hij minimaal 20u per week zou moeten werken.”
2.4.. Teamplast heeft op 7 november 2024 het volgende geschreven aan Timing:
“Die urengarantie mag je geven o.b.v. van een gemiddelde werkweek in 3-ploegendienst.
Hij werkt volgens onderstaand rooster en dat komt dan gemiddeld uit op 38,5 uur per week.”
2.5.. Op 29 januari 2025 heeft een (kennismakings)gesprek plaatsgevonden tussen mevrouw [medewerker Timing 1] (hierna: [medewerker Timing 1] ) en de heer [medewerker Timing 2] (hierna: [medewerker Timing 2] ) van Timing en mevrouw [medewerker Teamplast 1] (hierna: [medewerker Teamplast 1] ) en mevrouw [medewerker Teamplast 2] (hierna: [medewerker Teamplast 2] ) van Teamplast.
2.6.. In een opdrachtbevestiging van Timing aan Teamplast ten behoeve van [de uitzendkracht] , gedateerd 30 januari 2025, staat onder meer het volgende:
“Startdatum: 01-02-2025
Einddatum indien bekend: 09-11-2025
Aantal uur per week: 154u/4wkn
Functie: Junior teamleider
(…)
Deze opdrachtbevestiging vloeit voort uit de overeenkomst van opdracht/tariefstelling tussen Teamplast Productions B.V. en Timing Flex B.V. d.d. 30-01-2025. Op deze opdrachtbevestiging zijn de algemene voorwaarden van Timing Flex B.V. van toepassing.
(…)
Opdrachtgever dient alle in de uitzendovereenkomst opgenomen, alle gewerkte en, in geval van oproep, alle niet juist of niet tijdige gewijzigde of afgezegde uren tegen het geldende tarief te voldoen.”
2.7.. Teamplast heeft op 10 maart 2025 onder meer het volgende geschreven aan Timing:
“Naar aanleiding van ons telefonisch contact deze week en vorige week (met zowel [medewerker 2] als [medewerker 3] ) om jullie bij te praten over het verloop van het functioneren van [de uitzendkracht] willen wij via deze weg nogmaals bevestigen dat wij de samenwerking tussen [de uitzendkracht] en Teamplast hebben beëindigd.”
2.8.. Timing heeft op 17 maart 2025 onder meer het volgende geschreven aan Teamplast:
“Bij deze stuur ik je de contracten in de bijlage. In de opdrachtbevestiging vind je het overeengekomen aantal uren inclusief de overige afspraken.
Daarnaast kun je in de e-mail hieronder onze eerdere afspraak over de uren garantie terugvinden, waarmee jullie akkoord zijn gegaan. Deze uren garantie zal dan daarom ook gefactureerd worden.”
2.9.. Diezelfde dag heeft Teamplast daarop als volgt gereageerd:
“Deze urengarantie is afgegeven op het 1ste contract en heeft betrekking op de destijds besproken periode t/m februari 2025.
Deze garantie heb ik niet afgegeven op basis van de verlenging. Dit 2de contract heb ik ook niet gezien, nog ondertekend.”
3. Het geschil
3.1.. Timing vordert, na vermindering van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Teamplast veroordeelt om aan haar te betalen een bedrag van € 11.548,69 en de proceskosten.
3.2.. Timing legt aan haar vordering ten grondslag dat zij [de uitzendkracht] vanaf november 2024 ter beschikking heeft gesteld aan Teamplast, in de functie van Junior Teamleider en met een urenomvang van 154 uur per vier weken. Timing stelt dat partijen voor zowel de eerste overeenkomst – van november 2024 tot en met 31 januari 2025 – als de tweede overeenkomst – van 1 februari 2025 tot 9 november 2025 – een urengarantie zijn overeengekomen. Teamplast heeft op 10 maart 2025, zonder opgaaf van reden, meegedeeld dat zij geen gebruik meer wenste te maken van de inzet van [de uitzendkracht] . In verband met de urengarantie is zij echter gehouden om Timing tot 9 november 2025, tegen de overeengekomen omrekenfactor 2.3, de uren te betalen die Timing aan [de uitzendkracht] diende te voldoen. [de uitzendkracht] is uiteindelijk in mei 2025 uit dienst getreden bij Timing, zodat Teamplast de overeengekomen uren tot dat moment is verschuldigd, aldus Timing.
3.3.. Teamplast voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van Timing, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Timing in de proceskosten.
3.4.. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.. Timing beroept zich op de opdrachtbevestiging van 30 januari 2025, waarin de arbeidsomgang van 154 uur per vier weken is vermeld. Zij stelt dat de tweede overeenkomst is gesloten onder dezelfde voorwaarden als de eerste, althans dat er geen andersluidende afspraken zijn gemaakt. Verder stelt Timing zich op het standpunt dat op grond van artikel 3 van de algemene voorwaarden de opdracht voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt door het verstrijken van de overeengekomen tijd of doordat een vooraf vastgesteld objectief bepaalbare gebeurtenis zich voordoet.
4.2.. Teamplast erkent dat voor de eerste uitzendovereenkomst een urengarantie van 154 uur per 4 weken is overeengekomen, maar betwist dat ten aanzien van de tweede overeenkomst. Teamplast betwist dat zij de tweede opdrachtbevestiging op 30 januari 2025 heeft ontvangen en dat partijen de tweede overeenkomst op dezelfde voorwaarden als de eerste overeenkomst hebben gesloten.
4.3..
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Vaststaat dat Timing de opdrachtbevestiging van de tweede uitzendovereenkomst op 17 maart 2025 naar Teamplast heeft gestuurd. Volgens Timing is de opdrachtbevestiging ook al eerder verzonden. Op 30 januari 2025 om 16:02:04 zou deze zijn opgemaakt en automatisch verzonden naar het mailadres waar eerdere opdrachtbevestigingen naartoe zijn gestuurd. Nu Teamplast betwist dat zij de opdrachtbevestiging vóór 17 maart 2025 heeft ontvangen, had het op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv op de weg van Timing gelegen om bewijs te leveren van haar stelling dat de opdrachtbevestiging is verzonden op 30 januari 2025. Nu zij dat niet heeft gedaan, gaat de kantonrechter ervan uit dat Teamplast de opdrachtbevestiging pas op 17 maart 2025 heeft ontvangen.
4.4..
Ook ten aanzien van de gestelde afspraken over de tweede uitzendperiode van [de uitzendkracht] , rust op grond van artikel 150 Rv de stelplicht en de bewijslast op Timing.
Teamplast heeft gemotiveerd betwist dat partijen ook voor de tweede uitzendperiode een urengarantie zijn overeengekomen. Zij heeft haar verweer op dit punt onderbouwd aan de hand van verklaringen van [medewerker Teamplast 1] en [medewerker Teamplast 2] over het gesprek op 29 januari 2025 met [medewerker Timing 1] en [medewerker Timing 2] (respectievelijk producties 1 en 2 bij conclusie van antwoord).
In het licht van die gemotiveerde betwisting had het op de weg van Timing gelegen om de door haar gestelde afspraken nader te onderbouwen. Nu zij dat niet heeft gedaan, is de kantonrechter van oordeel dat niet is vast komen staan dat partijen ook voor de tweede uitzendperiode een urengarantie zijn overeengekomen.
4.5..
Ten aanzien van het beroep van Timing op artikel 3 van de algemene voorwaarden oordeelt de kantonrechter als volgt.
[medewerker Teamplast 1] en [medewerker Teamplast 2] zijn in hun verklaringen uitvoerig over hetgeen partijen hebben afgesproken tijdens het gesprek op 29 januari 2025 met betrekking tot de mogelijkheid van tussentijdse opzegging van de samenwerking met [de uitzendkracht] . Daartegenover staat de betwisting door Timing, die naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd is. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de verklaringen van Teamplast. Gelet op de specifieke afspraken die partijen hebben gemaakt tijdens het gesprek op 29 januari 2025 over voortijdige beëindiging van de overeenkomst, kan een beroep op artikel 3 van de algemene voorwaarden Timing niet baten.
4.6.. Gelet op het voorgaande wordt de vordering van Timing afgewezen.
4.7.. Timing is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Teamplast worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.008,00
4.8.. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.. wijst de vorderingen van Timing af,
5.2.. veroordeelt Timing in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.. veroordeelt Timing tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
858 / 560