Skip to main content

ECLI:NL:RBGEL:2026:5354

Gericht

Arnhem

Datum

29 June 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Strafrecht; Materieel strafrecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Arnhem

Procedure: UitspraakDomain: Strafrecht; Materieel strafrechtType: uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05-276671-24, 05-344017-24, 05-344649-24 (gev. ttz)

Datum uitspraak : 29 juni 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] ,

raadsvrouw: mr. J. Leyten, advocaat in Amsterdam-Duivendrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting op

8 juni 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

onder parketnummer 05-276671-24:

1. hij in of omstreeks de periode 28 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 te Arnhem, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 231,02 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. hij in of omstreeks de periode van 28 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten

het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

het opzettelijk vervaardigen

van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen

voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door

231,02 gram, althans een (grote) hoeveelheid, cocaïne,

een telefoon, waarop gesprekken en notities zijn aangetroffen waaruit blijkt dat er sprake is van handel in drugs en/of

een autosleutel, behorende tot een auto waarin een grote hoeveelheid cocaïne lag opgeslagen,

voorhanden te hebben;

onder parketnummer 05-344017-24:

1. hij op of omstreeks 2 juli 2024 te Zevenaar opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,09 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

  1. hij op of omstreeks 2 juli 2024 te Zevenaar een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een BB gun, airsoft- en/of luchtdrukwapen, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, te weten een pistool van het merk Glock en/of Walther, voorhanden heeft gehad;

en onder parketnummer 05-344649-24:hij op of omstreeks 8 juli 2024 te Duiven opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 3,41 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05-276671-24:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde onder feit 2 en onder feit 1 voor zover dat ziet op het aanwezig hebben. Verdachte moet partieel worden vrijgesproken van de andere varianten die onder feit 1 genoemd zijn.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat er sprake is van vormverzuimen ex artikel 359a Sv, waardoor al het bewijs dient te worden uitgesloten. Daarmee ontbreekt vervolgens voldoende wettig en overtuigend bewijs waardoor verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde onder zowel feit 1 als feit 2. Subsidiair voert de verdediging aan dat verdachte ten aanzien van feit 1 dient te worden vrijgesproken van het ‘dealen’ in de ten laste gelegde periode. Ten aanzien van het aanwezig hebben van de harddrugs uit de Audi is eveneens sprake van een vormverzuim ten aanzien van de doorzoeking van de Audi.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsuitsluitingsverweer

De raadsvrouw heeft bepleit dat er sprake is van vormverzuimen ex artikel 359a Sv, waardoor al het bewijs dient te worden uitgesloten. Ten aanzien van de vordering gericht tot verdachte en strekkende tot uitlevering van alle verdovende middelen is niet geverbaliseerd waaruit een redelijke verdenking of redelijk vermoeden is ontstaan en bij het uitoefenen van de bevoegdheid tot inbeslagneming is eveneens niet geverbaliseerd waaruit blijkt dat verdachte kon worden aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit, zoals strafbaar gesteld in de Opiumwet. Deze vormverzuimen kunnen volgens de verdediging enkel leiden tot bewijsuitsluiting.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat zowel de vordering tot uitlevering als de inbeslagneming op 28 augustus 2024, gelet op alle bevindingen van de politie, rechtmatig zijn geweest. De officier van justitie stelt zich dan ook op het standpunt dat het verweer van de verdediging moet worden verworpen.

Conclusie

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de vordering gericht tot verdachte tot uitlevering van verdovende middelen rechtmatig was. Daarvoor moet ingevolge artikel 9 van de Opiumwet worden beoordeeld of de verbalisanten redelijkerwijs het vermoeden konden hebben dat verdachte – kort gezegd – in het bezit was van verdovende middelen. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] beschrijven in hun proces-verbaal van bevindingen dat zij verdachte kennen als een jongere waar zij zich zorgen om maken en die vaak in verband wordt gebracht met verdovende middelen. [verbalisant 2] had hem onlangs zelf nog aangehouden voor het bezit hiervan. Verbalisanten keerden hun voertuig en positioneerden het dienstvoertuig achter het betrokken voertuig. Zij zagen dat er vanaf de achterbank iemand uitstapte en wegliep. Verbalisant [verbalisant 2] besloot deze man staande te houden. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat de bestuurder van het voertuig verder reed en gaf hem een stopteken. [verbalisant 1] stelde de identiteit van verdachte vast, waarna [verbalisant 2] aansloot bij de controle. Verdachte verklaarde dat hij vermoedde dat ze een speekseltest bij hem zouden gaan afnemen. Verbalisanten gaven aan dat zij vooral benieuwd waren of hij in het bezit was van verdovende middelen. Verdachte zei dat hij niet in het bezit was van verdovende middelen en zei dat ze de hele auto mochten doorzoeken. Hij gaf aan dat alle kappen van het voertuig toch al los zaten, dus dat ze overal mochten kijken. Verdachte stapte vervolgens uit, zonder dat dit van hem werd gevraagd. Toen verdachte uitstapte zagen verbalisanten meteen ter hoogte van zijn geslachtsdeel een duidelijk onnatuurlijke verdikking. Zij hebben verdachte toen hiermee geconfronteerd.

De rechtbank acht al deze omstandigheden in hun onderlinge verband en samenhang bezien voldoende voor de verbalisanten om redelijkerwijs tot het vermoeden te hebben kunnen komen dat er verdovende middelen bij verdachte aanwezig waren. De vordering tot uitlevering door verbalisanten was daarmee rechtmatig.

Nadat de verbalisanten de uitlevering van alle verdovende middelen aanwezig in het voertuig en op hem hadden gevorderd stopte verdachte snel zijn handen in zijn zakken, pakte de verdikking vast en bewoog deze rond in zijn ondergoed en hij riep dat hij niets in zijn ondergoed had. Verbalisanten vorderden nogmaals de uitlevering en legden hem, afzonderlijk van elkaar, uit dat hij een extra strafbaar feit zou plegen op het moment dat hij niet zou voldoen aan een bevel tot uitlevering. Ze zagen dat verdachte zijn handen voor zijn ogen sloeg en riep dat ze hem niet moesten aanraken. Vervolgens zei hij dat hij verdovende middelen in zijn auto had. Hiermee waren er voldoende redenen om tot fouillering over te gaan. Verdachte is vervolgens aan een opiumfouillering onderworpen en er zijn verdovende middelen aangetroffen.

Onderweg naar het politiebureau gaf verdachte aan dat hij nog een Audi-autosleutel in zijn bezit had en dat het belangrijk was dat deze Audi-sleutel in zijn eigen voertuig zou achterblijven. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] maakten een ronde door de wijk met de Audi-sleutel om te zien of de voertuigen die zij passeerden open gingen. Verbalisant [verbalisant 2] kent verdachte vanuit zijn rol als jeugdagent en heeft diens voertuig op 15 augustus 2024 achter de woning van [naam] en [naam] zien staan. Hij weet dat zij in het bezit zijn van een rode Audi. Verbalisanten zijn hierop in de omgeving van de woning van [naam] en [naam] gaan kijken. Op [adres] in Arnhem troffen zij de rode Audi A3 aan, waarvan de knipperlichten begonnen te knipperen en de auto ontgrendelde bij gebruik van de Audi-autosleutel. Hieruit maakten de verbalisanten op dat de sleutel bij deze Audi behoorde. De auto stond op ongeveer 100 meter van de woning van [naam] en [naam] geparkeerd. Verbalisanten herkenden het kenteken van de Audi en weten dat deze gebruikt wordt door [naam] en [naam] . Zij hebben hen meermaals in dit voertuig gecontroleerd. In het politiesysteem bevond zich een mutatie dat in 2023 een gebruiker van dit voertuig voor drugsbezit is aangehouden. Bovendien stond er een mutatie dat een jeugdige tegenover een jeugdagent beide [naam] had genoemd als personen die jeugdigen ronselen voor drugshandel. Verbalisanten hadden het sterke vermoeden dat er mogelijk verboden voorwerpen in de Audi zouden liggen. Het voertuig is vervolgens doorzocht.

Naar het oordeel van de rechtbank levert dit, mede gelet op al de eerder beschreven omstandigheden die hiermee in samenhang moeten worden bezien, voldoende verdenking op dat er verdovende middelen in de auto aanwezig waren, een verdenking dus van aan misdrijf als omschreven in artikel 67 eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De op artikel 96b Sv gegronde doorzoeking was daarmee eveneens rechtmatig.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. De onderzoeksresultaten op basis van de bij verdachte en in de auto aangetroffen goederen kunnen dan ook worden gebruikt voor het bewijs.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank overweegt dat niet ter discussie staat dat verdachte in de periode van 28 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 in Arnhem 231,02 gram cocaïne heeft vervoerd.Op meerdere in de rode Audi aangetroffen goederen zat het DNA van verdachte, waaronder op de gripzakjes.

Verdachte reed op 28 augustus 2024 op de Laan van Presikhaaf in een blauwe Citroën C1, voorzien van kenteken [kenteken] . Verbalisanten zagen dat er vanaf de achterbank iemand uitstapte en wegliep en dat het voertuig weer verder reed. Verbalisant [verbalisant 1] gaf verdachte een stopteken en verdachte voldeed hieraan. Toen verdachte de auto uitstapte zagen verbalisanten ter hoogte van zijn geslachtsdeel een duidelijk onnatuurlijke verdikking. Verdachte werd onderworpen aan een fouillering en de verdikking bleek een sok met daarin meerdere zakjes met wit poeder en een aantal ponypacks te zijn. Bij verdachte zijn uiteindelijk 9 gripzakjes met wit poeder, 19 ponypacks en 1 Apple telefoon in beslag genomen.

Tijdens de rit naar het politiebureau gaf verdachte een nieuw lijkende Audiautosleutel aan verbalisant met de vraag of hij die sleutel in de auto van verdachte zou willen leggen. Verdachte gaf aan dat het de sleutel was van een auto met een Spaans kenteken.

Verbalisanten zijn vervolgens op zoek gegaan naar die Audi en troffen in de buurt van de woning van [naam] en [naam] een rode Audi aan die open ging met de Audi-sleutel die verdachte bij zich had. Verbalisanten herkenden onmiddellijk het kenteken van de Audi, zij hadden het voertuig al meermaals gecontroleerd en in het politiesysteem staan meerdere mutaties dat het voertuig vermoedelijk bij [naam] en [naam] in gebruik is. Het voertuig is doorzocht en in de kofferbak is een grote bigshopper van de Action aangetroffen met daarin een kartonnen doos met wat gripzakjes. In deze doos lagen dezelfde soort wikkels als die verbalisanten bij verdachte hebben aangetroffen.

De Audi staat op naam van [getuige 1] , maar zij heeft de Audi nooit in haar bezit gehad. Iemand anders heeft de Audi op 16 september 2023 opgehaald bij het autobedrijf. Op dat moment zat getuige [getuige 1] gedetineerd in België, samen met verdachte.

De telefoon die onder verdachte in beslag is genomen is uitgelezen, er is enkel gezocht in de telefoon in de periode 28 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024. De naam ‘ [verdachte] ’ is gekoppeld aan het Instagram account op de telefoon. Op Snapchat wordt gebruik gemaakt van het account ‘ [account - naam] ’ (= owner). Er zijn chats gevoerd met meerdere personen, de verbalisant heeft de chats samengevat.

[account - naam] = verdachte [verdachte]

Uit een chat blijkt dat op 26 augustus 2024 " [account - naam] " een video verstuurt.

Op de zogenoemde selfie video is een persoon te zien welke door de verbalisant wordt herkend als verdachte [verdachte] .

[account] - [contact] = [naam] , geboren [geboortedag] -1995

Uit de chat die gevoerd wordt op 28 augustus 2024 tussen owner en " [account] "

die als contact " [contact] ” met telefoonnummer + [telefoonnummer] is ingevoerd blijkt dat

owner vraagt aan [contact] "Je rijd vandaag toch". Dit wordt bevestigd door [naam] en

owner vraagt haar of zij 1 SOS wil pakken van daar. Ook dit wordt bevestigd door

[naam] . Uit de chat blijkt dat [naam] aan owner vraagt of er al klanten zijn en zij

vervolgens wordt aangestuurd door owner en op locaties drugs aflevert.

Ook blijkt uit de chat dat owner zelf ook rondrijdt.

Uit de politiesystemen blijkt vervolgens dat het nummer + [telefoonnummer] in gebruik is bij [naam]

geboren [geboortedag] -1995.

[account] - [contact]

Uit de chat die gevoerd wordt op 28 augustus 2024 tussen owner en " [account] " die

als contact " [contact] " is ingevoerd blijkt dat [contact] van owner wil weten wat

een driver betaald krijgt. Owner geeft aan dat maandag tot en met donderdag en zondag er 150 betaald wordt en vrijdag en zaterdag 250. Ook geeft owner aan dat als ze boven

2500 komen er dan 50 euro extra wordt betaald. Ook blijkt uit de chat dat ze een

driver zoeken en ze " [naam] " willen regelen als driver. Owner vraagt vervolgens aan

[contact] of hij een (l) SOS voor hem wil meenemen en brengen naar [adres] in

Zevenaar. [contact] geeft aan dat hij haar dan even moet appen en zij hem gaat

voegen via Snap. Deze chat wordt gevoerd om 11:53 uur. Uit de chat met [contact] en

owner blijkt dat hun chat om 11:53 uur start en owner vraagt of zij een(l) SOS kan

pakken. Ook blijkt uit de chat dat [naam] net in Zevenaar is geweest. Hieruit kan

blijken dat met " [naam] " [naam] wordt bedoeld.

[account] - [contact] en [account] - [contact] en [account] - [contact]

Uit de groepschat die gevoerd wordt op 25 augustus 2024 blijkt dat owner aangeeft

100 nodig te hebben. [contact] geeft aan dat hij 200 heeft, maar owner wil 100 want hij heeft

nog een beetje. [contact] wil weten hoe laat er een driver komt en owner geeft aan dat de

driver eraan komt en met en blauwe Citroen Cl is. Uit de chat blijkt dat er 100 is

afgegeven door [contact] aan de driver die owner heeft gestuurd.

Ook blijkt uit de chat dat [contact] aan owner aangeeft dat ze nieuwe afspraken

hebben en owner elke week 200g miauw van hun krijgt en wanneer owner weer nieuwe 200

van hun pakt hij de oude betaalt. Owner gaat akkoord en [contact] geeft aan dat

owner dus vandaag eigenlijk 200g miauw wat al open stond moest betalen en weer nieuwe

200 moet pakken. [contact] komt tussendoor en geeft aan "geen stress want hij (verwijst

vermoedelijk naar owner)wist dit niet". Owner wil nog weten wat de kosten van de

oude zijn en [contact] geeft aan "460 min 115". Er moet dus nog 345 betaald worden want

115 was al betaald aan [contact] . Owner gaat akkoord met 345 en [contact] zegt dan

nog "Dus zorg dat je 345 van miauw geld aan de kant zet vandaag". Owner gaat wederom

akkoord en [contact] geeft nog aan dat hij het naar hem ( [contact] ) moet brengen

zodra hij het heeft. Owner geeft aan dat het geregeld wordt. [contact] zegt nog tegen

owner dat hij moet appen als hij het op kan komen halen of brengen naar [naam] kan ook.

Uit de politiesystemen, 2024312299-1 blijkt dat met [naam] vermoedelijk wordt bedoeld

[naam] , geboren [geboortedag] -2002.

[account] - [contact]

Uit de chat die gevoerd wordt op 28 augustus 2024 blijkt dat [contact] de poes gewoon

voortaan met owner regelt. Ze spreken af dat ze telkens voor 2 ons gaan. Owner gaat

akkoord maar wil wel dat het in 2 delen gaat, ene dag een ons en dan andere dag weer

een ons. Owner wil vervolgens weten wat er nog open staat en [contact] geeft aan dat er

nog twee ons open staat. Owner wil weten wat de kosten zijn en [contact] geeft aan dat

hij [naam] gaat appen en vervolgens stuurt [contact] een screenshot van een notitie. De

notitie luidt " [naam] 460 poes 115 betaald .230".

Hieruit zou ook kunnen blijken dat met " [naam] " [naam] wordt bedoeld. Ook blijkt duidelijk dat het gaat om de handel in harddrugs aangezien er wederom wordt gesproken over "poes", hoeveelheden en kosten.

De naam die gekoppeld is aan het WhatsApp account op de telefoon betreft " [naam]

"(=owner).

[contact] ( [telefoonnummer] ) en [contact] ( [telefoonnummer] ) = [naam] , geboren [geboortedag] -2004

Uit de groepschat blijkt dat " [contact] " [naam] is. " [contact] ” stuurt op 14 augustus 2024 een

screenshot waarop de naam [naam] en het telefoonnummer [telefoonnummer] vermeld staan. Het gaat om een bestelling bij iWok & Co.

Uit de politiesystemen blijkt ook dat het telefoonnummer [telefoonnummer] gekoppeld is aan

[naam] , geboren [geboortedag] -2004.

Uit de chat tussen [contact] , [contact] en owner blijkt dat er ook sprake is van handel in

harddrugs. Owner geeft op 15 augustus 2024 aan dat hij 18 poes heeft gemaakt, [contact] vraagt

"en sos". Owner geeft aan dat hij moet vouwen, [contact] vraagt ook nog "hvl sos is er

gemaakt", waarop owner aangeeft zo even te gaan tellen. Later geeft owner aan dat hij

166 gemaakt heeft. Hieruit kan blijken dat owner 166 zogenoemde ponypacks met cocaïne heeft gemaakt.

[contact] ( [telefoonnummer] )

Uit de chat die gevoerd wordt op 28 augustus 2024 tussen owner en [contact]

blijkt dat het ook gaat om handel in harddrugs. [contact] stuurt een bericht door

aan owner van een klant die vraagt "3 kl [adres] (ken je me keertje matsen

voor 50?)". [contact] geeft aan "Mats maar voor 50" waarop owner aangeeft "Eerst

Hilversum dan". Vervolgens gaat het erom dat owner aangeeft dat zij (verwijst

vermoedelijk naar [naam] ) eigenlijk driver is, maar hijzelf ook kan rijden maar

eigenlijk spullen moet maken. [contact] vraagt zich af waarom owner spullen moet

maken omdat er nog 50 plus is. Owner geeft aan dat hij vooruit wil werken.

De chat eindigt met dat [contact] vraagt hoeveel sos owner haar (vermoedelijk

wederom [naam] ) zo gaat geven. Owner geeft aan "20 SOS en 10 poes". Dit stuurt

owner om 12:52 uur.

Gezien het feit dat verdachte kort na dit laatste bericht wordt aangehouden met

respectievelijk 9 gripzakjes en 19 ponypacks op zak lijkt het wederom bevestigd te

worden dat verdachte [verdachte] daadwerkelijk de gebruiker van de telefoon is.

[contact] ( [telefoonnummer] ) = mogelijk [naam] , geboren [geboortedag] -2003

Uit de chat die gevoerd wordt op 26 en 27 augustus 2024 tussen owner en [contact] blijkt

dat [contact] wordt aangestuurd door owner om drugs rond te rijden. Uit de chat blijkt dat

er adressen en hoeveelheden drugs worden doorgegeven door owner en door [contact] wordt

daadwerkelijk bevestigd dat hij de drugs heeft geleverd. [contact] geeft aan dat hij meer

wil verdienen omdat hij het voor het risico niet waard vindt.

Uit de politiesystemen blijkt het nummer [telefoonnummer] in gebruik te zijn bij [naam]

, geboren [geboortedag] -2003.

[contact] ( [telefoonnummer] )

Uit de chat die gevoerd wordt tussen 28 juli 2024 en 1 augustus 2024 tussen owner

en [contact] blijkt dat [contact] wil weten hoeveel owner nu heeft. Owner geeft

aan "82 packies heb ik zelf, Piraat heeft en driver heeft". [contact] vraagt dan

"alles ligt in auto toch". Dit wordt bevestigd door owner. Vervolgens stuurt owner

nog "Alle tellies liggen in jou KAMER met ALLEmaal GELUID UIT dus zet ze ook AAN

aub??". Vervolgens vraagt [contact] nog "Van wie is die oranje pringeld van beneden

en waar is de rest van t geld hoeveel tikkie heb je". Owner geeft aan nog wat cash

bij zich te hebben en geeft aan dat er nog 850 onder het matras ligt. [contact] wil

weten hoeveel tikkies want hij denkt dat het sowieso heel veel fikkies moeten zijn.

Owner stuurt vervolgens een lijst met 29 leveringen/betalingen door. Ook geeft owner

door dat hij "225 tikkie" heeft en Piraat "175". Ook geeft owner aan "275" cash te

hebben.

Uit de chat blijkt ook dat [contact] instructie geeft aan owner hoe hij de telling

moet doen. Owner heeft namelijk niet helemaal scherp hoeveel de drivers hebben

verdiend en hoeveel zij nog aan drugs in voorraad hebben.

Owner stuurt nog een afbeelding door. Dit gaat om een betaling van 60 euro op

rekening van [verdachte] , [rekeningnummer] .

Ook hieruit kan afgeleid worden, dat de telefoon in gebruik is bij verdachte [verdachte] .

Verder blijkt uit de chat op 29 juli 2024 dat [contact] wil weten of het druk is.

Owner geeft aan dat ze van klant naar klant gaan en ze echt een goede dag hebben en

klanten vinden dat ze echt top spul hebben. Owner vraagt zich af of hij ( [contact] )

iets veranderd heeft. [contact] wil weten hoeveel het gisteren was. Owner geeft aan

"1185". [contact] vraagt aan owner of hij alle lijsten nog heeft in zijn notities.

Ook geeft [contact] aan dat als het thuisbezorgd is owner er een ( [contact] ) achter moet

zetten.

Uit de chat blijkt ook dat er wordt aangegeven door [contact] dat owner in

twee dagen zo'n 3500 gedraaid heeft. Owner geeft aan dat het iets meer was, maar met

onkosten ongeveer 3,5. [contact] zegt hierop "Terwijl uit de sos die ik had gemaakt

moet 4200 minimaal uitkomen en dan bereken ik ook nog 20? per packie" en "En je hebt

ook nog kk veel miauw verkocht". Owner zegt "Nee heb alleen 3 miauw bijv vandaag en

die 30 g behalve gister was een goede dag van rond de 20 tot 30 poes man bro".

Uit deze chat blijkt dat verdachte [verdachte] flinke omzet draait met de verkoop van

harddrugs.

[contact] ( [telefoonnummer] )

Uit de chat die gevoerd wordt op 16 augustus 2024 tussen owner en [contact] blijkt dat

[contact] ook wordt aangestuurd door owner om op allerlei locaties drugs af te geven. [contact]

wil weten wat een hele is en wat een halve is. Owner geeft aan dat heel 50 is en half

25, maar dat ze enkel halve hebben. Ook stuurt owner "Elke Packies is 1 stuk en ik

stuur jou door hoeveel stuks je moet afgeven die berekening doe ik snap je" en "Oke

wat je nog meer moet doen is app mij altijd 5 min van te voren als je bij een klant

aankomt dan stuur ik hem alvast dat die klaar moet staan soms moet je het ook in de

brievenbus zetten dan zet ik erbij in welke brievenbus duidelijk" en "App me met ik

ben er en het is gelukt oke?" en "En als je naar een adres gaat een tijd doorgeven

altijd dan kan ik rekening houden met klanten".

Uit de chat kan blijken dat [contact] een nieuwe driver is gezien de instructies die hij

krijgt van owner. Vervolgens blijkt uit de chat dat [contact] veel drugsleveringen doet.

Dan vraagt owner "Hoevee geld heb je en spullen nog over?" [contact] geeft aan dat hij 285

euro heeft, 13 sos en 4 miauw.

[contact] ( [telefoonnummer] )

Uit de chat die gevoerd wordt op 4 augustus 2024 tussen owner en [contact] blijkt dat

het gesprek wordt gevoerd tussen broer en zus. Uit de gemeentelijke basisadministratie blijkt dat de zus van verdachte [verdachte] " [contact] " heet. Ook stuurt [contact] op verzoek van owner de uitslag van het bloedonderzoek van owner door. De uitslag blijkt geadresseerd te zijn aan verdachte [verdachte] . Wederom wordt dus bevestigd dat de telefoon in gebruik is bij verdachte [verdachte] .

In de telefoon van verdachte zijn drugsgerelateerde notities aangetroffen die gemaakt zijn tussen 29 juli 2024 en 29 augustus 2024. Er worden adressen, locaties, hoeveelheden, soorten drugs en bedragen genoemd. Ook is genoteerd op welke manier werd betaald. Een aantal van die notities ziet er als volgt uit:

In notitie 21 die is gemaakt op 12 augustus 2024 staat genoteerd "[adres] 2 v30 voor parkeren en appen als je er bent hij komt naar de auto( [contact] )".

In notitie 20 die is gemaakt op 13 augustus 2024 staat genoteerd "[adres] 3 v50

staat daar met een hoogwerker en heeft een zwarte busje".

In notitie 17 die is gemaakt op 14 augustus 2024 staat genoteerd "[adres]

[naam] brievenbus 3 v pof brievenbus zetten".

Uit notitie 15 die is aangemaakt op 16 augustus 2024 blijkt dat de titel genaamd is

"SOS voorraad". In deze notitie staan de aantallen 81, 166, 30 en 78 vermeld met

daaronder te tekst "355 totaal". Hieruit kan blijken dat er een voorraad is van 355

verpakkingen cocaïne.

Verdachte heeft verklaard dat hij de rode Audi een paar keer had geleend om mooie vrouwen op te halen. Hij wist dat zijn vingerafdrukken op de drugs zaten die achterin die auto lagen. De dingen die in de auto lagen heeft verdachte erin gelegd. Verdachte maakte ‘packies’ met cocaïne, de rest kreeg hij gewoon binnen. In de omgeving wilde niemand meer rijden, dus uiteindelijk heeft verdachte ook zelf gereden. Hij werd gepusht. Zijn gebruikersnaam op snapchat was ‘ [account - naam] ’ en op Instagram was zijn gebruikersnaam ‘ [verdachte] ’. Hij heeft niet alle gesprekken zelf gevoerd. De notities heeft hij wel zelf geschreven. Hij moest het wel doen, omdat hij geld nodig had om dingen te betalen.

Conclusie

De rechtbank leidt uit de gesprekken in de telefoon van verdachte af dat het in de gesprekken onmiskenbaar over harddrugs gaat. Dit vindt bevestiging in de verklaring van verdachte. Uit voornoemde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte een significante rol bij de handel in drugs heeft gehad. Hij heeft zowel ‘packies’ cocaïne gemaakt als gefungeerd als driver. Ook blijkt uit de gesprekken dat hij opdrachten kreeg, maar ook zelf opdrachten gaf aan anderen, waaronder drivers. Uit de notities blijkt daarnaast dat het om grote hoeveelheden ging.

De rechtbank komt, gelet op al het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, tot het oordeel dat verdachte in de periode van 28 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 heeft gedeald in Arnhem en omgeving. Daarnaast heeft hij zichzelf gelegenheid en middelen verschaft tot het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van onder andere cocaïne en heeft hij voorbereidingshandelingen gepleegd samenhangend met de handel in drugs. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde.

Medeplegen

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ook samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde. Hij heeft ten slotte opdrachten gekregen van anderen, maar ook opdrachten gegeven aan onder andere drivers.

Ten aanzien van parketnummer 05-344017-24:

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 1-2 (aanvullend procesdossier);

  • het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 15-19;

  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 juni 2026.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 1-2 (aanvullend procesdossier);

  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 1 (aanvullend procesdossier wapen);

  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 juni 2026.

Ten aanzien van parketnummer 05-344649-24:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 8-10;

  • het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 13-14;

  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 juni 2026.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

onder parketnummer 05-276671-24:

1. hij in of omstreeksde periode 28 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 te Arnhem, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeftverwerkt en/ofverkocht en/ofafgeleverd en/ofverstrekt en/ofvervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 231,02 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. hij in of omstreeksde periode van 28 juli 2024 tot en met 28 augustus 2024 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/ofte bevorderen, te weten

het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,verkopen, afleveren, verstrekken en/ofvervoeren, en/of

het opzettelijk vervaardigen

van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/ofuit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/ofom daartoe gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen te verschaffen,

zich en/ofeen ander gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/ofandere betaalmiddelen

voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/ofzijn mededader(s), wist(en)of ernstige reden had(den)om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door

231,02 gram, althans een (grote) hoeveelheid, cocaïne,

een telefoon, waarop gesprekken en notities zijn aangetroffen waaruit blijkt dat er sprake is van handel in drugs en/of

een autosleutel, behorende tot een auto waarin een grote hoeveelheid cocaïne lag opgeslagen,

voorhanden te hebben;

onder parketnummer 05-344017-24:

1. hij op of omstreeks2 juli 2024 te Zevenaar opzettelijk heeftgeteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/ofvervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,09 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. hij op of omstreeks2 juli 2024 te Zevenaar een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/ofdat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een BB gun, airsoft- en/of luchtdrukwapen, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een bestaand vuurwapen, te weten een pistool van het merk Glock en/of Walther, voorhanden heeft gehad;

en onder parketnummer 05-344649-24:hij opof omstreeks8 juli 2024 te Duiven opzettelijk heeftgeteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/ofverkocht en/ofafgeleverd en/ofverstrekt en/ofvervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 3,41 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

05-276671-24 feit 1 en 05-344017-24 feit 1 en 05-344649-24:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

05-276671-24 feit 2:

medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door zichzelf en een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

05-344017-24 feit 2

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 109 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren waarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht zoals geadviseerd wordt opgelegd. Dit met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast vordert de officier van justitie dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van 150 uren werkstraf subsidiair 75 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen, gelet op het reclasseringsadvies van 27 maart 2026 en gelet op de reeds in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd. Daarnaast is verzocht om geen geldboete op te leggen in verband met de schuldenproblematiek. Voorts verzoekt de verdediging om de overschrijding van de redelijke termijn in strafmatigende zin mee te laten wegen alsmede het feit dat verdachte lange tijd met succes in een strak schorsingskader heeft gelopen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het onder meer in samenwerking met anderen (her)verpakken en dealen van cocaïne en aan het vervoeren van cocaïne die, gezien de hoeveelheid en de wijze waarop de drugs waren verpakt, voor het dealen op straat waren bestemd. Uit de gegevens die zijn verkregen uit de bij verdachte in beslag genomen telefoons blijkt dat verdachte aan een groot aantal afnemers gedurende langere tijd harddrugs heeft verkocht. Daarmee vervulde verdachte overduidelijk een belangrijke rol in de handel in harddrugs. Bij zijn aanhouding op 2 juli 2024 had verdachte bovendien een wapen bij zich.

Handel in harddrugs dient krachtig bestreden te worden, nu het gebruik daarvan gevaar oplevert voor de gezondheid van de gebruikers en kan leiden tot verslaving. Het gebruik van en de handel in drugs leiden bovendien direct en indirect tot vele vormen van criminaliteit en zijn zo een bron van overlast voor de samenleving. Verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen. Verdachte heeft daarbij alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin, zonder stil te staan bij de nadelige consequenties van zijn gedrag voor anderen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte van 8 mei 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsrapport van 27 maart 2026.

De reclassering ziet de leefgebieden dagbesteding, financiën, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding als delictgerelateerde factoren. De belangrijkste criminogene factor is dat verdachte al vanaf jonge leeftijd in aanraking is gekomen met een crimineel netwerk, waardoor hij zich destijds negatief heeft laten beïnvloeden. Hij heeft al eerder getracht om afstand te nemen van dit netwerk, maar dat was lastig omdat er sprake was van straatschulden. Desalniettemin heeft verdachte de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waarbij hij tevens afstand heeft genomen van het eerder genoemde criminele netwerk. Verdachte heeft ADD (attention deficit disorder) en hij heeft een traumatische jeugd gehad die van invloed is geweest op zijn ontwikkeling. De reclassering vindt de houding van verdachte ook beschermend, omdat hij de afgelopen periode een positieve ontwikkeling heeft doorlopen en bereid blijft om mee te werken aan een traject bij de reclassering. Ook het leefgebied dagbesteding wordt als beschermende factor gezien, omdat verdachte een vaste baan heeft waar hij structuur en voldoening uit haalt en waarmee hij genoeg verdient om zich niet meer te laten verleiden door het negatieve netwerk om delictgedrag te vertonen. Verdachte ambieert een gezonde levensstijl en is inmiddels abstinent van middelen. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert volwassenenstrafrecht toe te passen. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een meldplicht, ambulante behandeling, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding en beheersing van middelengebruik. De reclassering adviseert om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat verdachte dan zijn werk kan verliezen, waardoor de kans op recidive zal toenemen. De rechtbank houdt rekening met deze adviezen van de reclassering.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Voor het met enige regelmaat dealen van harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende één tot drie maanden is het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en voor het vervoeren van 200 tot 500 gram harddrugs is het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

Naar het oordeel van de rechtbank is voor de bewezenverklaarde feiten een gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank houdt in zoverre rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het advies van de reclassering dat zij een deel hiervan voorwaardelijk op zal leggen en dat de duur van het onvoorwaardelijk strafdeel gelijk zal worden gesteld aan het voorarrest van verdachte, zodat hij niet terug hoeft naar de gevangenis. De rechtbank zal daarnaast een taakstraf opleggen aan verdachte.

Alles overziend acht de rechtbank – in overeenstemming met de eis van de officier van justitie – passend en geboden een gevangenisstraf van 150 dagen met aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 109 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijke deel van de straf zal de rechtbank de voorwaarden verbinden zoals door de reclassering is geadviseerd. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte opleggen een taakstraf van 150 uur, subsidiair 75 dagen hechtenis.

De rechtbank heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

  • 9, 14 a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

  • 2, 10 en 10a van de Opiumwet;

  • 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van150 dagen;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 109 dagen,niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van deproeftijd van twee jarenniet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering IrisZorg op het adres Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem, telefoonnummer: 088-6061311. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Kairos of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op (psychische problematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden en/of andere problematiek). Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft bij Zorgtrium of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf is gestart op 16 maart 2026. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van verdovende middelen, genoemd in lijst I harddrugs (cocaïne) in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

geeft opdracht aan de Reclassering IrisZorg om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstrafvan150 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Wesstra (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. Y.H.M. Marijs rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Brouwer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juni 2026.

Mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. C.F. Brouwer zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024402591, gesloten op 15 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 262-275, rapport NFiDENT, p. 276-278, de verklaring van verdachte ter terechtzitting d . d . 8 juni 2026.

Proces-verbaal van bevindingen, p. 26-27, NFI rapport DNA-onderzoek, p. 121-124, proces-verbaal vooronderzoek lab, p. 2-11 (aanvullend PV), proces-verbaal conclusie onderzoek dactyloscopische sporen, p. 12-13, de verklaring van verdachte ter terechtzitting d . d . 8 juni 2026.

Proces-verbaal van bevindingen, p. 16-17.

Proces-verbaal van bevindingen, p. 20.

Proces-verbaal van bevindingen, p. 26-28.

Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 37-41.

Proces-verbaal van bevindingen, p. 45, proces-verbaal van bevindingen, p. 89-92 (met bijlagen).

Proces-verbaal van bevindingen, p. 47-48 (met bijlagen, p. 50- 84).

De verklaring van verdachte ter terechtzitting d . d . 8 juni 2026.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] van de politie Eenheid Oost-Nederland, vvc IJsselwaarden/Rivierenland-Oost opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024306039 gesloten op 31 oktober 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 5] van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024316184, gesloten op 19 juli 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Weitere Entscheidungen