ECLI:NL:RBMNE:2026:3281
Zusammenfassung
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Uitspraak
Utrecht
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6613
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. J.C. Walker),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 14 november 2025 beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van
8 oktober 2025.
Op 20 januari 2026 heeft verweerder een nieuw besluit genomen waarin hij het besluit van 8 oktober 2025 heeft gewijzigd.
Verzoekster heeft daarna op 4 februari 2026 het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster om de proceskosten te vergoeden.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.