ECLI:NL:RBMNE:2026:3282
Zusammenfassung
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Uitspraak
Utrecht
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6669
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiser,
(gemachtigde: mr. J.Y. Sumer),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 10 september 2024.
Verweerder heeft, ondanks meerdere verzoeken daartoe, geen gedingstukken en verweerschriften ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die namens een ander beroep in beroep gaat moet, als de rechtbank daar om vraagt, een machtiging indienen waarin staat dat hij dat namens die ander mag doen. Dit staat in artikel 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen machtiging is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. In dit dossier heeft eiser een procesmachtiging aangeleverd bij het beroepschrift. Deze machtiging geeft aan dat mevrouw [A] Brandmeester Advocaten en Juristen BV machtigt om eiser te vertegenwoordigen bij het instellen, behandelen en intrekken van een bezwaarprocedure en/of (hoger) beroepsprocedure naar aanleiding van de beslissing van UWV van 31 juli 2024 met het recht van vervanging. Mevrouw [A] staat echter niet vermeld als bestuurder in het uittreksel van de Kamer van Koophandel. Daarom is zij onbevoegd tot het verlenen van de machtiging.
4. De rechtbank heeft op 4 december 2025 aan eiser verzocht een schriftelijke machtiging te versturen ondertekend door een bevoegde bestuurder en een uittreksel uit het handelsregister van eiser waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen. Brandmeester Advocaten en Juristen BV heeft een verzoek ingediend tot uitstel om de informatie aan te leveren. De rechtbank heeft dit verzoek geaccepteerd en uitstel verleend tot 14 januari 2026. Brandmeester Advocaten en Juristen BV heeft deze informatie niet aangeleverd.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.