Skip to main content

ECLI:NL:RBMNE:2026:3316

Gericht

Almere

Datum

11 June 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Bestuursrecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Almere

Procedure: UitspraakDomain: BestuursrechtType: uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Almere

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/3989
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),

en

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht, de Dienst

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de definitieve vaststelling van de compensatie kinderopvangtoeslag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens dat zij over toeslagjaren 2007 en 2008 niet als gedupeerde is aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het beroep ongegrond is. De reden daarvoor is dat de Dienst reguliere wijzigingen heeft verwerkt, waarmee de kinderopvangtoeslag definitief is berekend en vastgesteld en is stopgezet, zodat van vooringenomen handelen door de Dienst geen sprake is.

Procesverloop

1. Eiseres heeft zich op 3 juni 2021 bij de Dienst gemeld als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagenaffaire en heeft oorspronkelijk verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2003 tot en met 2008. Deze toeslagjaren zijn daarna in overleg met eiseres gewijzigd naar de jaren 2007 tot en met 2011. Met het besluit van 20 oktober 2022 (kenmerk UHT-DC I) is aan eiseres een compensatie over de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 toegekend, omdat de Dienst in die jaren fouten heeft gemaakt.

2. Met de besluiten van 20 oktober 2022 (kenmerken UHT DC-I A en UHT-DH5 A) heeft de Dienst het verzoek van eiseres om compensatie over de jaren 2007 en 2008 afgewezen, omdat de Dienst bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag geen fouten heeft gemaakt en ook niet te streng is geweest bij het uitvoeren van de regels. De Dienst heeft aan de besluiten het advies van de onafhankelijke Commissie van Wijzen ten grondslag gelegd.

3. Tegen de primaire besluiten heeft eiseres bezwaar gemaakt, omdat eiseres het niet eens is met de compensatieberekening en vindt dat zij ook gedupeerde is over de jaren 2007 en 2008.

4. Met het besluit van 21 mei 2025 (het bestreden besluit) is de Dienst tegemoetgekomen aan het bezwaar, voor zover gericht tegen de compensatieberekening, en heeft de Dienst de afwijzing van compensatie over de jaren 2007 en 2008 ongewijzigd in stand gelaten.

5. Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep ingesteld. De Dienst heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

6. De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de Dienst.

Beoordeling door de rechtbank

De hersteloperatie toeslagen

7. Vanwege de toeslagenaffaire zijn verschillende herstelregelingen tot stand gekomen om gedupeerde ouders te compenseren voor fouten die zijn gemaakt bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag. De compensatie en tegemoetkoming worden door de Dienst toegekend. Het herstelproces wordt uitgevoerd door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), namens de Dienst.

8. De procedure bij de herstelregelingen houdt in dat een gedupeerde ouder zich meldt bij de UHT. Na de aanmelding doet de UHT de eerste (lichte) toets. In deze eerste toets wordt beoordeeld of iemand recht heeft op de € 30.000,- van de zogenoemde Catshuisregeling. Daarbij wordt bekeken of iemand aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag voldoet en of diegene ooit onterecht kinderopvangtoeslag moest terugbetalen of dat de kinderopvangtoeslag onterecht is stopgezet.

9. Na deze eerste toets kan worden bekeken of iemand recht heeft op een vergoeding op basis van een integrale beoordeling. Een toegekende vergoeding op basis van de Catshuisregeling hoeft daarbij in ieder geval niet te worden terugbetaald. Als ouders vinden dat hun schade met de uitkomst van de integrale beoordeling niet volledig is vergoed, dan kunnen zij nog een verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade doen.

Het toetsingskader

10. Op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen kent de Dienst op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst of doordat de toepassing van wettelijke regelingen heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als gevolg van de hardheid waarmee het wettelijke systeem werd toegepast.De compensatie wordt niet toegekend indien de door de aanvrager van een kinderopvangtoeslag geleden schade is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan hem toerekenbaar zijn.

11. Een aantal aspecten kunnen duiden op institutionele vooringenomenheid, waaronder: 1) collectieve stopzetting zonder een voorafgaande individuele beoordeling die dit rechtvaardigde, 2) het breed uitvragen van bewijsstukken over een of meerdere jaren, 3) zero-tolerance-onderzoek naar fouten, 4) het niet nader uitvragen van informatie bij gebleken tekortkomingen in de door de ouder verstrekte bewijsstukken en 5) het afwijzen of reduceren van de aanspraak op kinderopvangtoeslag bij de minste of geringste onregelmatigheid in de door de ouder verstrekte bewijsstukken. Ieder aspect afzonderlijk hoeft niet noodzakelijkerwijs te duiden op institutionele vooringenomenheid, maar het ontbreken van een van deze aspecten wijst niet direct op de afwezigheid daarvan. Er kunnen ook nog aanvullende aanwijzingen zijn van institutionele vooringenomenheid.

12. Een voorwaarde voor de toekenning van compensatie is dat de gedupeerde schade heeft geleden. Het kan hierbij zowel om materiële als om immateriële schade gaan. Als de institutionele vooringenomenheid heeft geleid tot een terugvordering van kinderopvangtoeslag of tot stopzetting van de voorschotverlening van kinderopvangtoeslag, wordt aangenomen dat sprake is geweest van schade.

Reikwijdte van het beroep

13. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. Het beroep is alleen gericht tegen de vaststelling dat eiseres geen gedupeerde is over de jaren 2007 en 2008, waardoor de rechtbank alleen deze toeslagjaren beoordeelt.

Toeslagjaren 2007 en 2008

14. De kinderopvangtoeslag is in 2007 automatisch gecontinueerd met een voorschotbeschikking van € 16.632,-. Op 1 juni 2007 is het voorschot verlaagd naar € 6.930,- als gevolg van de stopzetting van de kinderopvangtoeslag door eiseres. Op 9 juni 2007 vroeg eiseres opnieuw kinderopvangtoeslag aan, waarna op 30 juni 2007 een voorschot van € 21.122,- aan eiseres is toegekend. Met het besluit van 29 januari 2010 is de kinderopvangtoeslag voor 2007 definitief berekend en vastgesteld op € 0, omdat uit het ingevulde antwoordformulier volgens de Dienst volgt dat eiseres in 2007 geen kinderopvang heeft afgenomen. Eiseres moest daardoor een bedrag van € 21.122,- terugbetalen aan de Dienst.

15. In 2008 werd de kinderopvangtoeslag automatisch gecontinueerd met een voorschotbeschikking van € 24.248,-. Omdat eiseres telefonisch zou hebben verzocht om stopzetting van de kinderopvangtoeslag, is de kinderopvangtoeslag op 25 maart 2010 door de Dienst stopgezet. Op 9 april 2010 is een nihil-beschikking afgegeven en op 1 augustus 2011 is de kinderopvangtoeslag definitief op nihil beschikt.

De standpunten van eiseres

16. Eiseres voert aan dat de Dienst vooringenomen heeft gehandeld, omdat eiseres het antwoordformulier over toeslagjaar 2007 niet heeft ingevuld en de Dienst wegens het ontbreken van een handtekening van eiseres op het antwoordformulier nadere uitvraag had moeten doen om zeker te stellen dat het antwoordformulier van eiseres afkomstig was. Op de zitting heeft eiseres ook aangevoerd dat het antwoordformulier is gestuurd naar haar oude adres in [plaats 2] , terwijl eiseres omstreeks 2009, toen het antwoordformulier werd verzonden, al in [plaats 3] woonde. Voor toeslagjaar 2008 bestrijdt eiseres dat zij heeft verzocht om stopzetting van de kinderopvangtoeslag. In 2008 werkte eiseres als alleenstaande ouder en volgde zij een opleiding, waardoor haar kinderen naar de kinderopvang gingen en zij recht had op kinderopvangtoeslag.

De standpunten van de Dienst

17. De Dienst stelt zich op het standpunt dat hij niet vooringenomen heeft gehandeld, omdat hij bij de definitieve berekening en vaststelling van de kinderopvangtoeslag heeft mogen uitgaan van de gegevens op het antwoordformulier. Dat eiseres het antwoordformulier niet heeft ondertekend maakt dit niet anders. Als eiseres het niet eens was met de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag, dan had zij volgens de Dienst tegen de beschikking van 29 januari 2010 bezwaar moeten maken.

18. Voor toeslagjaar 2008 stelt de Dienst zich op het standpunt dat de stopzetting van de kinderopvangtoeslag op verzoek van eiseres heeft plaatsgevonden. Als gevolg van het ontbreken van loonstroken en facturen is de Dienst niet gebleken dat eiseres in 2008 heeft gewerkt en kinderopvang heeft afgenomen. Bovendien is de hersteloperatie volgens de Dienst uitdrukkelijk niet bedoeld om het recht op kinderopvangtoeslag opnieuw vast te stellen.

Het oordeel van de rechtbank

19. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de Dienst de aanvraag van eiseres om compensatie over 2007 en 2008 afwijzen, omdat de Dienst terecht heeft vastgesteld dat geen sprake is geweest van vooringenomen handelen. Dat legt zij hierna uit.

Toeslagjaar 2007

20. Zoals door de Dienst ter zitting is toegelicht, volgt uit het systeem van de toeslagen dat de Dienst eerst een voorschot verstrekt en daarna pas de definitieve tegemoetkoming vaststelt. Inherent aan dat systeem is dat een controle altijd achteraf plaatsvindt.Aan het einde van het toeslagjaar ontvangt een aanvrager van kinderopvangtoeslag een definitieve berekening van de kinderopvangtoeslag en die berekening kan een terugvordering of nabetaling met zich meebrengen.In het geval van eiseres heeft de Dienst een antwoordformulier verstuurd om de kinderopvangtoeslag over 2007 definitief vast te stellen. Dat antwoordformulier is naar het huisadres van eiseres verzonden, omdat de Dienst mocht uitgaan van de adresgegevens in de Basisregistratie Personen. Doordat vervolgens op het antwoordformulier is ingevuld dat er 0 opvanguren zijn afgenomen, is de kinderopvangtoeslag definitief berekend en vastgesteld op € 0. De rechtbank overweegt dat er geen rechtsregel is die voorschrijft dat de Dienst slechts gevolg mag geven aan een antwoordformulier van een aanvrager om kinderopvangtoeslag als deze door de aanvrager is ondertekend. De beroepsgrond dat in 2007 vooringenomen is gehandeld doordat de Dienst heeft nagelaten om nadere uitvraag te doen slaagt niet.

21. De rechtbank vindt hierbij van belang dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 29 januari 2010, waarin het recht op kinderopvangtoeslag over 2007 definitief is berekend en op € 0 is vastgesteld. Dit terwijl eiseres ter zitting heeft bevestigd dat zij die brief op haar (correcte) adres in [plaats 3] heeft ontvangen. Eiseres heeft op de zitting aangevoerd dat zij (telefonisch) hulp heeft gezocht bij de Belastingdienst, maar dat zij zich niet geholpen voelde. De rechtbank heeft echter geen aanknopingspunten in het dossier gevonden waaruit blijkt dat eiseres naar aanleiding van het besluit van 29 januari 2010 contact met de Belastingdienst heeft opgenomen, en eiseres heeft ook zelf geen nadere onderbouwing gegeven. Het is dan ook niet gebleken dat het aan de Dienst te wijten is dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt.

Toeslagjaar 2008

22. Ook ten aanzien van het toeslagjaar 2008 heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om te veronderstellen dat de kinderopvangtoeslag niet op verzoek van eiseres is stopgezet. Uit de door de Dienst overgelegde uitdraai van het RKT-bestand, volgt dat de Dienst de kinderopvangtoeslag op 25 maart 2010 na een verzoek van eiseres heeft stopgezet. Andere bewijsstukken heeft de Dienst in het systeem niet aangetroffen. De rechtbank kan de Dienst dan ook volgen in het standpunt dat de beschikking van 9 april 2010, waarin de kinderopvangtoeslag op nihil is beschikt, een reguliere correctie betreft binnen de systematiek van de kinderopvangtoeslag en van vooringenomen handelen door de Dienst geen sprake is. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet is gebleken dat eiseres contact met de Belastingdienst heeft opgenomen over de beschikking van 9 april 2010 of daartegen bezwaar heeft gemaakt. Dat had wel op haar weg gelegen als zij het niet eens was met die beschikking. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

23. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de Dienst het verzoek om compensatie over 2007 en 2008 terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 2.1, eerste lid, van de Wht.

Artikel 2.1, tweede lid, van de Wht.

Kamerstukken II2021/22, 36 151, nr. 3, p. 70-71.

Uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 30 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3087, rechtsoverweging 10.

Uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 23 december 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:7857, rechtsoverweging 7.3.

Uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1055, rechtsoverweging 14.

Dit is het systeem dat de Belastingdienst tot 2012 gebruikte om kinderopvangtoeslag te berekenen en vast te stellen.

Weitere Entscheidungen