Skip to main content

ECLI:NL:RBNNE:2025:5930

Gericht

Leeuwarden

Datum

26 November 2025

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Leeuwarden

Procedure: UitspraakDomain: Bestuursrecht; BestuursstrafrechtType: uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 264635342

zaaknummer: 11682592 BU VERZ 25-954

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van26 november 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 5 maart 2024, om 11:44 uur, op de Groningerstraat in Surhuisterveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2..

De kantonrechter heeft het beroep op 26 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie

mr. P. Veenstra.

1.3.. Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechterBeslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat hij geen mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden, maar zijn Justitiebadge. Hij heeft geblindeerde ramen en hij was aan het rommelen in zijn zakken, op zoek naar zijn badge. Deze badge heeft wel de vorm van een mobiele telefoon. De verbalisant vroeg aan hem wat voor telefoon hij had. Hij heeft zijn telefoon toen uit het opbergvakje gehaald, waar die lag op te laden. Gemachtigde voert aan dat betrokkene de verkeersovertreding consistent heeft ontkend. Betrokkene heeft dat ook direct bij de staandehouding gedaan. De verklaring van de verbalisant is niet compleet, omdat hij niet heeft verklaard hoe hij de verkeersovertreding heeft waargenomen. Het aanvullend proces-verbaal voegt ook niets toe aan de verklaring in het zaakoverzicht.

4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond verklaard moet worden. De verbalisant heeft verklaard dat hij alleen een boete oplegt als hij zeker is dat hij een verkeersovertreding heeft gezien. Daarnaast heeft betrokkene tijdens de staandehouding niet verklaard dat hij een badge uit zijn zak aan het halen was.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

5.1.. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen. Die verklaart dat hij zag dat betrokkene een mobiel elektronisch apparaat vasthad. Een badge is normaal niet zo groot dat die makkelijk verward kan worden met een mobiele telefoon. Daarnaast heeft betrokkene juist niet consistent aangevoerd dat hij een badge vasthad. Hij heeft dit namelijk in administratief beroep en bij de staandehouding niet aangevoerd, terwijl dat wel van hem verwacht mag worden als hij inderdaad een badge vasthad. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Weitere Entscheidungen