ECLI:NL:RBNNE:2026:2624
Zusammenfassung
Strafrecht; Materieel strafrecht
Uitspraak
Leeuwarden
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18.289851.25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 juli 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 juni 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.R. Logemann, advocaat te Leeuwarden.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Lübbers.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 oktober 2025 te Leeuwarden, in een woning, gelegen aan [adres] , aldaar, opzettelijk en met voorbedachten rade, [slachtoffer] , althans een persoon, van het leven heeft beroofd,immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen fors geweld uitgeoefend, te weten (onder meer) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of stampen en/of knijpen en/of drukken, in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of in/op/tegen de hals, althans het lichaam, van die [slachtoffer] , althans een persoon, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] , althans een persoon, is overleden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 oktober 2025 te Leeuwarden, in een woning, gelegen aan [adres] , aldaar opzettelijk, [slachtoffer] , althans een persoon, van het leven heeft beroofd,immers heeft verdachte met dat opzet, meermalen fors geweld uitgeoefend, te weten (onder meer) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of stampen en/of knijpen en/of drukken, in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of in/op/tegen de hals, althans het lichaam, van die [slachtoffer] , althans een persoon, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] , althans een persoon, is overleden;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 oktober 2025 te Leeuwarden, in een woning, gelegen aan [adres] , aldaar, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer] , althans een persoon, zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) diverse breuken van het aangezicht, inclusief het neusbeen, beide oogkassen, beide jukbeenderen en de rechterzijde van de bovenkaak en/of bloed onder het harde hersenvlies en/of bloed onder de zachte hersenvliezen en/of een gebroken tongbeen, schildkraakbeen en/of ringkraakbeen en/of meerdere letsels/huidverkleuringen in de hals en/of ander inwendig en/of uitwendig letsel, heeft toegebracht, door meermalen fors geweld uit te oefenen, te weten door (onder meer) te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of te stampen en/of te knijpen en/of te drukken, in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of in/op/tegen de hals, althans het lichaam, van die [slachtoffer] , althans een persoon, terwijl het door hem gepleegde geweld de dood van die [slachtoffer] , althans een persoon, als gevolg heeft gehad.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor de primair ten laste gelegde moord en veroordeling gevorderd voor de subsidiair ten laste gelegde doodslag.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde moord. Er kan een bewezenverklaring volgen van de subsidiair ten laste gelegde doodslag.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak moord
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde moord, nu niet kan worden vastgesteld dat er sprake was van voorbedachte rade. Zo verklaart verdachte dat hij enkel de stem en de beelden in zijn hoofd wilde stoppen, waarvan hij meende dat het slachtoffer die naar hem stuurde. Hij wilde het slachtoffer aanpakken, maar verklaart niet dat hij van plan was het slachtoffer te doden. Het is ook niet gebleken dat verdachte een voorwerp heeft meegenomen of heeft gebruikt bij het plegen van het geweld, wat zou kunnen duiden op een planmatige aanpak. Verder verklaart verdachte dat het geweld is gestopt omdat hij moe was. Hij is toen naar huis gegaan en op dat moment leefde het slachtoffer nog. Hij wist niet dat het slachtoffer dood was. Dat verdachte is gestopt met het plegen van geweld terwijl het slachtoffer nog leefde, is naar het oordeel van de rechtbank een contra-indicatie voor moord.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht de subsidiair ten laste gelegde doodslag wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026;
een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2025.10.30.068, d.d. 17 april 2026 opgemaakt door drs. P.M.I. van Driessche, op de door hem afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij op 27 oktober 2025 te Leeuwarden in een woning gelegen aan [adres] , opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,immers heeft verdachte met dat opzet, meermalen fors geweld uitgeoefend, te weten slaan en/of stompen en schoppen en/of trappen en/of stampen en/of drukken, in/op/tegen het hoofd en in/op/tegen de hals van die [slachtoffer] , ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Subsidiair Doodslag.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank heeft bij haar oordeel omtrent de strafbaarheid van verdachte acht geslagen op de twee Pro Justitia-rapporten, gedateerd 12 maart 2026 en 9 maart 2026, opgesteld door drs. A. Banaei Kashani, psychiater en dr. M. ten Berge, GZ-psycholoog.
Beide deskundigen stellen bij verdachte een psychische stoornis vast in de vorm van schizofrenie en een ernstige stoornis in het gebruik van amfetamine.
De psychiater beschrijft in het rapport dat verdachte ten tijde en in de aanloop tot het feit psychotisch was. Verdachte was de greep op de realiteit kwijt en heeft in blinde woede en onder invloed van forse psychotische ontregeling het slachtoffer om het leven gebracht. Ook al gebruikte verdachte amfetamine, wat de psychose wel heeft verergerd en onderhouden, primair is dit veroorzaakt door zijn schizofrenie. Omdat verdachte zodanig de grip op de realiteit kwijt was, kon van hem niet worden verwacht dat hij grip had op zijn gebruik. Geadviseerd wordt om verdachte het feit niet toe te rekenen omdat hij volledig heeft gehandeld vanuit zijn psychotische belevingen en hij daardoor geen controle heeft kunnen hebben over zijn gedrag en gedachten.
De psycholoog komt tot eenzelfde advies. Verdachte heeft gehandeld vanuit zijn sterk aanwezige, vanuit de schizofrenie voortkomende psychotische belevingen en overtuigingen. Het betreffen overtuigingen waarvan hij ook nu nog geen afstand ervaart.
De rechtbank kan zich met de adviezen van de deskundigen verenigen.
De rechtbank neemt de conclusies van deze deskundigen over, maakt deze tot de hare en oordeelt dat het bewezenverklaarde vanwege de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet aan hem kan worden toegerekend.
De rechtbank acht verdachte daarom niet strafbaar en zal hem ontslaan van alle rechtsvervolging.
Motivering van de maatregel
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte ter zake van de subsidiair ten laste gelegde doodslag de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van overheidswege zal worden
opgelegd. De duur van deze maatregel is ongemaximeerd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor oplegging van de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege.
Oordeel van de rechtbank toerekeningsvatbaarheid
Bij de bepaling van de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de Pro Justitia-rapportages van psychiater drs. A. Banaei Kashani d.d. 12 maart 2026 en van GZ-psycholoog dr. M. ten Berge d.d. 9 maart 2026, het reclasseringsrapport d.d. 27 mei 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft in een psychotische toestand het slachtoffer met fors geweld om het leven gebracht. Daarmee heeft hij het slachtoffer, die verdachte in het geheel niet kende, zijn kostbaarste bezit -zijn leven-ontnomen. En moeten de nabestaanden, met name zijn moeder, tante en nicht, zonder hem verder leven, wat voor hen een groot gemis is en veel verdriet veroorzaakt.
Het advies van de deskundigen
In de eerder vermelde Pro Justitia-rapportages adviseren de deskundigen om aan verdachte een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege op te leggen. Om het hoog ingeschatte recidiverisico te beperken is een intensieve en langdurige behandeling en begeleiding van verdachte in een kliniek noodzakelijk, gelet op de chronische, hardnekkige en ernstige problematiek waar hij mee kampt. Het ontbreekt verdachte volledig aan inzicht en tot op heden is het, ondanks (medicamenteuze) hulpverlening, niet gelukt om stabilisatie te bereiken en tot gedragsverandering te komen. De psychotische stoornis van verdachte dient optimaal behandeld te worden waarbij abstinentie van middelen noodzakelijk is. Daarbij is het belangrijk dat verdachte niet wordt overschat en wordt er geadviseerd om te waken voor schijnaanpassing. Verdachte kan bij een kort gesprek een adequate en stabiele indruk maken; pas bij doorvragen verzandt hij in uitspraken die duidelijk wijzen op psychotische ontregeling.
Stevige en duidelijke kaders zijn nodig om stabilisatie en gedragsverandering te bereiken en om een gedegen risicomanagement uit te voeren. Verdachte wordt, gezien zijn ontregelde psychotische toestandsbeeld en zijn verlies van de realiteit, niet in staat geacht om zich aan voorwaarden te houden, ook al zou hij dat willen.
Ondanks de depotmedicatie heeft verdachte nog steeds psychotische belevingen, is er een gebrek aan inzicht, ontbreekt er bij verdachte besef voor wat hij heeft gedaan, is er een hoog recidiverisico en heeft hij onvoldoende openheid gegeven tijdens de eerdere behandeling. Derhalve wordt niet geadviseerd om aan verdachte een TBS met voorwaarden op te leggen. Een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege is volgens hen het enige passende kader.
Oordeel van de rechtbank maatregel
De rechtbank stelt op grond van de hiervoor al genoemde psychiatrische en psychologische rapportages vast dat bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond. Het door verdachte begane feit is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Het gaat bovendien om een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer
personen. Verder eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging van die maatregel.
Gelet op het advies van de gedragsdeskundigen is de rechtbank van oordeel dat uitsluitend een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege een passende afdoening van deze zaak is. Deze maatregel zal de rechtbank dan ook opleggen aan verdachte. De maatregel wordt opgelegd wegens doodslag, een misdrijf dat is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam, zodat de TBS niet in duur is beperkt.
Benadeelde partij
[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 17.500,00 aan affectieschade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat deze vordering moet worden toegewezen. Het slachtoffer is als gevolg van het door verdachte gepleegde strafbare feit overleden. [benadeelde partij] heeft recht op vergoeding van affectieschade omdat zij de moeder van het slachtoffer is. Op grond van het Besluit vergoeding affectieschade bedraagt de toe te kennen schadevergoeding 17.500,00. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2025.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 37b en 287 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld, maar verdachte daarvoor niet strafbaar. Ontslaat verdachte ter zake van alle rechtsvervolging.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Gelast dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Wijst de vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe en veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij] te betalen:
het bedrag van 17.500,00 (zegge: zeventien duizend vijfhonderd euro);
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 oktober 2025 tot de dag van algehele voldoening;
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat te betalen een bedrag van 17.500,00 (zegge: zeventien duizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag betreft affectieschade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 112 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga en mr. H.C.L. Vreugdenhil, rechters, bijgestaan door mr. L.T.A. Fokkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.