Skip to main content

ECLI:NL:RBNNE:2026:2632

Gericht

Groningen

Datum

20 April 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Civiel recht; Insolventierecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Groningen

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; InsolventierechtType: uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

Rekestnummer: C/18/255587 FT RK 26.163

Zaaknummer C/18/20/175 R

beschikking van 20 april 2026

met betrekking tot het verzoek nagekomen bate in de schuldsaneringsregeling van:

[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] ,

hierna te noemen: [verzoeker] .

PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft bij vonnis van 22 juli 2020 de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van [verzoeker] , met benoeming van mr. C.H.J. van der Maas tot bewindvoerder (hierna: de bewindvoerder).

De schulden van [verzoeker] zijn op 8 juni 2023 geverifieerd.

Bij vonnis van 4 augustus 2023 heeft de rechtbank aan [verzoeker] de “schone lei” verleend, waarbij de rechtbank heeft vastgesteld dat tot de boedel behoort een vordering van [verzoeker] op haar voormalige partner (hierna te noemen: [naam] ). Door het verbindend worden van de uitdelingslijst is de schuldsaneringsregeling geëindigd op 8 september 2023.

Bij schrijven van 15 april 2026 heeft de bewindvoerder bericht dat ten tijde van het uitspreken van het vonnis van de rechtbank op 4 augustus 2023 de tot de boedel behorende vordering op [naam] pro resto € 38.640,00 bedroeg. Deze vordering is bij beschikking van de rechtbank Groningen, sector Civielrecht, van 2 februari 2010 vastgesteld. Door middel van een betalings-regeling zou jaarlijks € 3.000,00 worden afgelost.

Op enig moment is [naam] gestopt met betalen.

De bewindvoerder heeft de deurwaarder verzocht om de beschikking van 2 februari 2010 aan [naam] te betekenen. De bewindvoerder verwijst verder naar het vonnis van de rechtbank van 4 augustus 2023 waarin de rechtbank heeft bepaald dat de bewindvoerder kan overgaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst en dat de resterende vordering op [naam] daar niet bij betrokken hoeft te worden. Indien na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst alsnog betalingen op de vordering op [naam] worden gedaan kunnen deze als nagekomen bate in de zin van artikel 356, vierde lid, j⁰ 194 van de Faillissementswet (Fw) worden beschouwd.

De bewindvoerder heeft de rechtbank verzocht om te bevelen over te gaan tot vereffening en verdeling van de nagekomen bate.

De rechtbank overweegt als volgt.

Nu de schuldsaneringsregeling is geëindigd door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst dient met inachtneming van het bepaalde in artikel 356, vierde lid, j⁰ artikel 194 Fw en hetgeen daartoe in het vonnis van 4 augustus 2023 is overwogen, de bewindvoerder te worden bevolen over te gaan tot vereffening en verdeling van de nagekomen baten, op de grondslag van de op 8 september 2023 verbindend geworden uitdelingslijst.

BESLISSING

De rechtbank:

  • beveelt de bewindvoerder over te gaan tot de vereffening en verdeling van de nagekomen bate, te weten de resterende vordering op [naam] , zulks op de grondslag van de op 8 september 2023 verbindend geworden uitdelingslijst.

Deze beschikking is gegeven op 20 april 2026 door mr. C.H. Beuker, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

Weitere Entscheidungen