Skip to main content

ECLI:NL:RBOBR:2026:4794

Gericht

's-Hertogenbosch

Datum

29 April 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Civiel recht; Personen- en familierecht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

's-Hertogenbosch

Procedure: UitspraakDomain: Civiel recht; Personen- en familierechtType: uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: C/01/425155 / FA RK 26-1524

Datum uitspraak: 29 april 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat mr. A.A.W.A. Vissers uit 's-Hertogenbosch.

1. Het verloop van de procedure

1.1..

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026.

1.2.. De zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

[zorgverantwoordelijke 1] , zorgverantwoordelijke;

J [zorgverantwoordelijke 2] , zorgverantwoordelijke.

1.3.. De mentor is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. Zij heeft per e-mail haar zienswijze kenbaar gemaakt aan de rechtbank.

2. Wat vaststaat

2.1.. Voor betrokkene is een mentorschap ingesteld.

3. Het verzoek

3.1.. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4. De beoordeling

4.1.. De advocaat heeft tijdens de mondelinge behandeling de deugdelijkheid van de medische verklaring betwist, omdat de onafhankelijk psychiater niet met betrokkene heeft gesproken en ook onvoldoende heeft gedaan om betrokkene te spreken. De psychiater is samen met zorgmedewerkers van Novadic Kentron bij betrokkene aan de deur geweest. Betrokkene is echter zeer wantrouwig ten opzichte van Novadic Kentron en is om die reden niet in gesprek gegaan met de psychiater. De psychiater heeft daarna niet nogmaals een poging gedaan om betrokkene, buiten de aanwezigheid van de medewerkers van Novadic Kentron, te spreken. De advocaat heeft aangegeven dat betrokkene wel bereid zou zijn om in gesprek te gaan met de psychiater als er geen medewerkers van Novadic Kentron bij zijn.4.2.. De rechtbank ziet in deze gang van zaken een zorgvuldigheidsgebrek. Een persoonlijk gesprek tussen betrokkene en een psychiater is van belang om diverse redenen. Betrokkene moet met een medicus kunnen praten over wat er speelt in zijn leven, waarbij de psychiater hem in direct contact spreekt en observeert. Diezelfde medicus moet op basis van dat gesprek kunnen adviseren en een medische verklaring opstellen. Dat luistert extra nauw nu de machtiging zoals gevraagd niet gering is qua duur en omvang. Er zal dus een nieuwe onafhankelijke beoordeling moeten komen, waarbij het voorgaande in acht wordt genomen en geen medewerkers van Novadic Kentron betrokken zijn.

4.3.. De rechtbank ziet dan ook aanleiding de officier van justitie te verzoeken om een nieuwe medische verklaring te laten opmaken en over te leggen, waarbij betrokkene wordt onderzocht door een andere onafhankelijk psychiater en buiten de aanwezigheid van medewerkers van Novadic Kentron.

4.4.. De rechtbank zal de zaak, gelet op het voorgaande en gelet op het bepaalde in artikel 6:1, vijfde lid Wvggz, aanhouden en de officier van justitie verzoeken en in de gelegenheid stellen om uiterlijk op 6 mei 2026 een nieuwe medische verklaring bij de rechtbank in te dienen. De rechtbank zal vervolgens partijen in de gelegenheid stellen om binnen een week op die verklaring schriftelijk te reageren en hen verzoeken om daarbij aan te geven of de onderhavige zaak verder wel of niet schriftelijk kan worden afgehandeld.

4.5.. Gelet op het bepaalde in artikel 6:2, vierde lid, Wvggz wordt de beslistermijn tot 22 mei 2026 verlengd.

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1.. houdt de beslissing op het verzoek aan en verzoekt de officier van justitie om uiterlijk 6 mei 2026 een nieuwe medische verklaring over te leggen.

Deze beschikking is gegeven op 29 april 2026 door mr. M. de Vries, rechter, in aanwezigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Weitere Entscheidungen