Skip to main content

ECLI:NL:RBOVE:2026:3800

Gericht

Zwolle

Datum

23 June 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Civiel recht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Zwolle

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11781627 \ CV EXPL 25-2062

Vonnis van 23 juni 2026

in de zaak van

de stichting

WONINGSTICHTING RENTREE,

uit Deventer,

eisende partij,

hierna te noemen: Rentree,

gemachtigde: mr. M.P.H. van Wezel,

tegen

[bewindvoerder],handelend onder de naam [bedrijf],

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde],

uit [vestigingsplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: de Bewindvoerder,

gemachtigde: mr. A. aan het Rot.

1. Samenvatting

1.1. [gedaagde] huurt een woning van Rentree. Volgens Rentree onderhoudt [gedaagde] de woning niet. Daarom vraagt Rentree de kantonrechter om de huurovereenkomst te beëindigen (ontbinden).Rentree en de bewindvoerder hebben op de mondelinge behandeling afgesproken dat de zaak wordt aangehouden zodat Rentree de woning kan bezichtigen en er eventueel afspraken kunnen worden gemaakt met [gedaagde]. Mr. Aan het Rot heeft de kantonrechter vervolgens verzocht vonnis te wijzen. Of een huisbezoek heeft plaatsgevonden, zo nee, waarom niet en zo ja, wat de staat van de woning is, is de kantonrechter niet meegedeeld. Daarom wijst de kantonrechter een tussenvonnis waarin hij partijen verzoekt zich daarover uit te laten. Ook overweegt de kantonrechter alvast dat het verweer van de bewindvoerder dat Rentree niet-ontvankelijk is, niet slaagt.

2. De procedure

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties van 2 juli 2025;

de conclusie van antwoord met producties;

producties 5A tot en met 7E van de bewindvoerder;

de mondelinge behandeling van 23 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.2. Na de mondelinge behandeling is de zaak enige tijd aangehouden zodat

er een afspraak kan worden gemaakt voor een huisbezoek door Rentree bij [gedaagde] en om

eventueel (onderhouds)afspraken te maken.

2.3. Per e-mail van 22 mei 2026 heeft mr. Aan het Rot de griffie met kopie aan mr. Van

Wezel de kantonrechter verzocht om vonnis te wijzen. De griffie heeft van mr. Van Wezel

geen afzonderlijk bericht ontvangen.

3. De feiten

3.1. Sinds 25 november 2010 huurt [gedaagde] van Rentree de woning inclusief tuin aan de [adres] (hierna: het gehuurde).

3.2. Bij verstekvonnis van 6 juli 2021 is de huurovereenkomst ontbonden en de ontruiming van het gehuurde toegewezen door de rechtbank Overijssel vanwege een huurachterstand die [gedaagde] had laten ontstaan.

3.3. Rentree heeft de ontruiming niet doorgezet. [gedaagde] is in het gehuurde blijven wonen.

3.4. Op 25 augustus 2021 zijn alle goederen die (zullen) toebehoren aan [gedaagde], wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden door de rechtbank Overijssel onder bewind gesteld en is de bewindvoerder benoemd.

3.5. Op 1 februari 2024 hebben Rentree en [gedaagde] in verband met de staat van de woning en de tuin een ‘allonge huurovereenkomst in het kader van gedragsaanwijzing’ (hierna: de gedragsaanwijzing) gesloten. In de gedragsaanwijzing staat – kort gezegd – hoe [gedaagde] het gehuurde moet onderhouden.

3.6. Op 12 februari 2024 bericht de hulpverlener aan Rentree dat [gedaagde] hulp afhoudt. Hierna vindt er meermaals een multidisciplinaire overleg (hierna: MDO) plaats met verschillende hulpverleningsorganisaties en -instanties.

3.7. Op 21 november 2024 ontvangt Rentree het bericht dat de hulpverlener van [gedaagde] de begeleiding per direct stopt in verband met de onveilige situatie die de honden van [gedaagde] veroorzaken en het gebrek aan eerlijkheid, samenwerking en vertrouwen. Hierna worden geplande huisbezoeken meerdere keren door [gedaagde] afgezegd.

3.8. Op 15 mei 2025 vindt de laatste MDO plaats. In het verslag concluderen de ketenpartners dat de situatie onhoudbaar is en de grens is bereikt.

3.9. Op 28 mei 2025 stuurt Rentree [gedaagde] een brief. In de brief wijst Rentree erop dat [gedaagde] zich al langere tijd niet aan de gedragsaanwijzing. Daarom kondigt Rentree aan dat zij naar de rechter gaat om de huurovereenkomst te laten ontbinden met het gevolg dat [gedaagde] het gehuurde zal moeten verlaten.

4. Het geschil

Wat vordert Rentree en waarom?

4.1. Rentree vordert – samengevat en onder uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring – primair ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

Subsidiair vordert Rentree ontbinding van de huurovereenkomst onder de opschortende voorwaarde dat [gedaagde] zich niet houdt aan de verplichtingen ervoor te zorgen dat:

het gehuurde in goede staat wordt onderhouden, schoon en opgeruimd is en blijft,

de tuin in goede staat wordt onderhouden, schoon en opgeruimd is waarbij de tuin een nette en verzorgde indruk moet maken,

zij zich als een goed huurder zal gedragen, en

zij op afspraak medewerkers van Rentree ten minste twee keer per jaar tot de woning toelaat om het gehuurde te inspecteren.

In het geval dat de huurovereenkomst is ontbonden vanwege een van de opschortende voorwaarden, vordert Rentree ontruiming. Tot slot vordert Rentree veroordeling van de bewindvoerder tot betaling van de proceskosten.

4.2. Aan haar vorderingen legt Rentree ten grondslag dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst waardoor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gerechtvaardigd is.

Wat vindt de bewindvoerder daarvan?

4.3. De bewindvoerder voert verweer. Volgens hem moet de vorderingen tot (voorwaardelijke) ontbinding niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de huurovereenkomst al is ontbonden. Daardoor kan Rentree volgens de bewindvoerder ook geen rechten aan de gedragsaanwijzing, die verbonden is aan de huurovereenkomst, ontlenen. Verder voert de bewindvoerder aan dat [gedaagde] de gedragsaanwijzing heeft getekend zonder te kunnen overzien wat de gevolgen daarvan waren. Dat maakt de gedragsaanwijzing een nietige rechtshandeling dan wel een rechtshandeling die vernietigd moet worden, want volgens de bewindvoerder heeft Rentree misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden. [gedaagde] weerspreekt dat zij overlast (heeft) veroorzaakt en de bewindvoerder voert aan dat de tekortkomingen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming niet rechtvaardigen. Voor het geval de kantonrechter tot het oordeel zou komen dat ontbinding wel gerechtvaardigd is, verzoekt de bewindvoerder een termijn van maximaal één maand voor de ontruiming. Tot slot vraagt de bewindvoerder de kantonrechter om Rentree te veroordelen in de proceskosten. Mocht de bewindvoerder ongelijk krijgt, dan vraagt hij de kantonrechter om de proceskosten in verband het beschermingsbewind te compenseren.

4.4. De kantonrechter gaat hierna, voor zover dat nodig is voor zijn beslissing, verder in op de stellingen van beide partijen.

5. De beoordeling

Niet-ontvankelijkheid

5.1. Het meest verstrekkende verweer van de bewindvoerder is de niet-ontvankelijkheid van de vorderingen van Rentree omdat de huurovereenkomst op 6 juli 2021 al is ontbonden, daardoor niet meer bestaat en dus niet nogmaals kan worden ontbonden.

5.2. Dit verweer slaag niet. De kantonrechter stelt namelijk vast dat er geen uitvoering is gegeven aan het vonnis van 6 juli 2021. In plaats daarvan is bewind ingesteld en is de gedragsaanwijzing gesloten. Het gehuurde is ook niet ontruimd. [gedaagde] woont er met goedvinden van Rentree nog steeds en blijft ook (dezelfde) huur betalen. Dat brengt met zich dat de huurovereenkomst gelet op artikel 7:230 BW voor onbepaalde tijd is verlengd. Dat partijen een andere bedoeling hadden, is niet gesteld en de kantonrechter ook niet gebleken.

Is er sprake van een tekortkoming door [gedaagde]?

5.3. Volgens de wet kan een huurovereenkomst worden ontbonden als een van de partijen niet goed nakomt (tekortschiet), tenzij dat tekortschieten op grond van de bijzondere aard of geringe betekenis ontbinding van de overeenkomst niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 en 7:231 van het Burgerlijk Wetboek). Bij de beoordeling of ontbinding mogelijk is, moet rekening worden gehouden met alle aangevoerde omstandigheden van het geval. In een huursituatie valt daaronder het woonbelang van de huurder en het belang van de verhuurder. Die belangen moet de kantonrechter tegen elkaar afwegen.

5.4. De eerste vraag die de kantonrechter moet beantwoorden, is of [gedaagde] tekortgeschoten is. Volgens Rentree is dat het geval, omdat [gedaagde] het gehuurde slecht onderhoudt en haar honden geluids- en stankoverlast veroorzaken. Ter onderbouwing van haar standpunt over de staat van het gehuurde, heeft Rentree onder andere gewezen op een MDO verslag uit mei 2025 waarin de hulpverlener van [gedaagde] meedeelt dat het gehuurde er ‘verschillelijk uitziet’. Hierna zijn volgens Rentree geen berichten meer ontvangen over de staat van het gehuurde. Op de mondelinge behandeling heeft mevrouw [naam] (woonconsulent bij Rentree) toegelicht dat zij vijf maanden geleden voor het laatst in het gehuurde is geweest en over de staat van nu niets kan zeggen. Daartegenover staat dat de bewindvoerder foto’s heeft overgelegd van de woning en [gedaagde] op de mondelinge behandeling heeft uitgelegd dat het er nu netjes uitziet.

5.5. Naar aanleiding van het debat dat partijen hebben gevoerd, hebben zij op de mondelinge behandeling afgesproken dat Rentree op huisbezoek zal komen zodat zij de actuele staat van het gehuurde kan beoordelen en er eventueel (onderhouds)afspraken kunnen worden gemaakt met [gedaagde]. Vervolgens heeft mr. Aan het Rot de kantonrechter verzocht vonnis te wijzen. Over de staat van de woning heeft geen van partijen iets meegedeeld, terwijl de kantonrechter die informatie nodig heeft om te kunnen beoordelen of er op dit moment sprake is van een zodanige tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt en waardoor ontruiming op zijn plaats is.

5.6. De kantonrechter wil dan ook geïnformeerd worden over de huidige staat van het gehuurde. Hij zal partijen in de gelegenheid stellen zich daarover uiterlijk 21 juli 2026uit te laten. Indien er geen huisbezoek door Rentree heeft plaatsgevonden, dienen partijen zich uit te laten over de reden waarom dat niet is gebeurd. Als er wel een huisbezoek heeft plaatsgevonden, dienen zij zich gemotiveerd uit te laten over de huidige staat van het gehuurde.

5.7. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6. De beslissing

De kantonrechter

6.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 21 juli 2026voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder overweging 5.6., waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd;

6.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.

Weitere Entscheidungen