ECLI:NL:RBROT:2026:7032
Zusammenfassung
Bestuursrecht
Uitspraak
Rotterdam
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/4414
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2026 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaatsnaam], verzoeker
(gemachtigde: mr. Z. Badrane),
en
de burgemeester van Goeree-Overflakkee
(gemachtigde: mr. R. van Achteren).
Samenvatting
De burgemeester wil verzoekers woning sluiten vanwege het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs, versnijdingsmiddel, drugsgerelateerde spullen en een groot geldbedrag. Ook heeft de politie meldingen ontvangen over de handel in drugs vanuit verzoekers woning. Verzoeker heeft in het verleden al een last onder dwangsom opgelegd gekregen omdat hij ’s nachts een handelshoeveelheid harddrugs in zijn auto had. De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester nu een zwaardere maatregel mocht opleggen. Verder zijn de gevolgen van de sluiting niet onevenwichtig. Verzoeker woont in een koopwoning, waardoor hij na de sluiting in beginsel zal kunnen terugkeren naar de woning. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 7 mei 2026 heeft de burgemeester verzoekers woning gesloten voor zes maanden vanwege een overtreding van de Opiumwet.Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er gebeurd?
4. Verzoeker woont op het adres [adres]. Hij is ook de eigenaar van deze woning.
5. De politie heeft medio maart 2026 twee meldingen ontvangen dat verzoeker (mogelijk) zou dealen. De politie heeft op 20 maart 2026 gepost, waarbij is gezien dat verzoeker met een schoudertas naar een bepaald adres gaat. De politie heeft met een machtiging verzoekers woning geforceerd en bij het binnentreden zagen ze een ponypack met opdruk. Verzoeker is vervolgens door de politie vanaf het andere adres meegenomen naar zijn woning. De politie heeft de volgende zaken in verzoekers woning aangetroffen: 39,1 gram cocaïne (waarvan 24,4 gram verpakt in 16 ponypacks; 15 van de ponypacks zijn aangetroffen in eerdergenoemde schoudertas), 4,4 gram hennep, 224,7 gram inositol (versnijdingsmiddel), een grammenweegschaal, een kom en vijzel, en een pak met ponypack vouwblaadjes. Verder zat er € 550,- aan briefgeld in de schoudertas en had verzoeker € 2.720,- aan contant geld in zijn broekzak. Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van 23 maart 2026.
Waar gaat het in deze zaak om?
6. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten om verzoekers woning te sluiten voor zes maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij in zijn woning mag blijven wonen totdat er beslist is op zijn bezwaarschrift. De burgemeester heeft toegezegd dat de woning open blijft tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
7. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er een spoedeisend belang?
8. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
9. De voorzieningenrechter vindt dat het spoedeisend belang voldoende aannemelijk is. Als er geen voorlopige voorziening wordt getroffen, heeft verzoeker immers de komende zes maanden geen toegang tot zijn woning.
Beoordelingskader
10. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
11. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Goeree-Overflakkee tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Goeree-Overflakkee 2019. In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in beginsel overgaat tot sluiting van een woning. Volgens dit beleid wordt een woning voor zes maanden gesloten als er een handelshoeveelheid harddrugs wordt aangetroffen.
Bevoegdheid, geschiktheid en noodzaak
12. De politie heeft in verzoekers woning in ieder geval 14,7 gram harddrugs aangetroffen. Dit is een handelshoeveelheid. Daarnaast had verzoeker nog 15 ponypacks met harddrugs bij zich in zijn schoudertas. Dat de harddrugs voor eigen gebruik was, volgt de voorzieningenrechter niet. De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat verzoeker heeft gehandeld in harddrugs in of vanuit zijn woning. Er is een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen (er was geen sprake van een geringe overschrijding van de handelshoeveelheid), de drugs waren verpakt in meerdere ponypacks, er zijn drugsgerelateerde spullen aangetroffen (versnijdingsmiddel, grammenweegschaal, een kom, een vijzel en een pak met ponypacks) en er zijn twee meldingen over de handel in drugs door verzoeker vanuit zijn woning. Daarnaast was verzoeker in het bezit van een groot geldbedrag. Verzoeker zou dit geld hebben gekregen van zijn ouders (als bijdrage in de vaste lasten), door de verkoop van zijn auto aan zijn moeder en door de verkoop van enkele persoonlijke (luxe) goederen, maar verzoeker heeft dit niet met verifieerbare bewijsstukken onderbouwd. Dit alles maakt dat de burgemeester in beginsel bevoegd was om de woning te sluiten.
13. Voor de voorzieningenrechter staat verder buiten kijf dat het voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat beter zou zijn als verzoekers woning voor langere tijd zou worden gesloten; sluiting van de woning is met andere woorden een geschikt middel om dat doel te bereiken. De voorzieningenrechter ziet bovendien niet in dat in dit geval dat doel zonder meer met een minder ingrijpend middel, zoals een waarschuwing of een last onder dwangsom, zou kunnen worden bereikt. De burgemeester heeft in 2023 al een last onder dwangsom aan verzoeker opgelegd, omdat hij ’s nachts een handelshoeveelheid cocaïne bij zich had in de auto (21 ponypacks) en € 800,-. De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester nu een zwaardere maatregel mocht opleggen. Het betreft bovendien een ernstig geval, waarbij de sluiting er onder meer op is gericht om de bekendheid van de woning in het criminele circuit te doorbreken, herhaling te voorkomen en de loop op de woning eruit te halen om zo het woon- en leefklimaat in de wijk te herstellen. Sluiting van de woning kan dus noodzakelijk worden geacht.
Evenwichtigheid
14. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor verzoeker nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken.
15. Verzoeker voert aan dat de sluiting van zijn woning niet evenwichtig is. Hij zal door de sluiting dakloos worden. Hij kampt met een drugsverslaving en zal door dakloosheid in een neerwaartse spiraal terechtkomen. Verzoeker heeft na de inval in zijn woning gelijk hulp gezocht en is al enige tijd clean. Hij is sinds kort gaan werken in het bedrijf van zijn broer. Volgens verzoeker zou een woningsluiting deze positieve verandering doorkruisen.
16. De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting in dit geval niet onevenwichtig. Verzoeker kan een verwijt worden gemaakt van de aangetroffen harddrugs in zijn woning. Daarnaast heeft verzoeker een koopwoning, waardoor hij – anders dan mensen die een sociale huurwoning huren – na de sluiting in beginsel niet geconfronteerd zal worden met verdergaande maatregelen waardoor hij zijn woning definitief dreigt te verliezen. Op dit moment in ieder geval niet gebleken dat de sluiting gevolgen heeft voor de hypotheek. Gelet op de grote hoeveelheid harddrugs heeft de burgemeester de belangen bij sluiting van de woning zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van verzoeker bij het voortgezet gebruik van de woning.
17. De sluiting van de woning is een inmenging als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM. De bevoegdheid van de burgemeester tot het gelasten van de sluiting van de woning is neergelegd in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet en daarom bij de wet voorzien. De sluiting dient daarnaast een legitiem doel, namelijk het herstel van de openbare orde. Zoals onder 11 al is geoordeeld, mocht de burgemeester de sluiting van de woning noodzakelijk achten en heeft hij niet hoeven volstaan met een lichtere maatregel. De sluiting van de woning is daarom ook niet in strijd met artikel 8 van het EVRM.
Conclusie en gevolgen
18. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester verzoekers woning mag sluiten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026.
De griffier is verhinderd de uitspraak
te tekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.