Skip to main content

ECLI:NL:RBROT:2026:8174

Gericht

Dordrecht

Datum

1 June 2026

Sprache

nl

Zusammenfassung

Rechtsfrage

Civiel recht

Entscheidung / Tenor

Uitspraak

Dordrecht

Procedure: UitspraakDomain: Civiel rechtType: uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11933862 \ MB VERZ 25-1213

cjib-nummer: [nummer 1]

registratienummer: [nummer 2]

uitspraak: 1 juni 2026

uitspraak van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

betrokkene: [betrokkene]

woonplaats: [woonplaats]

gemachtigde: mr. B. de Jong

1. Het verloop van de procedure

Bij inleidende beschikking van 29 september 2023 is aan betrokkene een sanctie opgelegd van € 110,00. De beschikking is opgelegd voor “parkeren buiten parkeervak bij één van de borden E4 tot en met E13 van bijlage I van het RVV 1990”, begaan op dinsdag 19 september 2023 om 18:48 uur te Dordrecht aan het Admiraalsplein (feitcode R397J).

Tegen deze beschikking is betrokkene op 11 oktober 2023 bij de officier van justitie in beroep gekomen.

Op 7 februari 2024 is (de gemachtigde van) betrokkene fysiek gehoord.

De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 24 april 2025 aan betrokkene verzonden.

Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene op 14 mei 2025 beroep aangetekend bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de openbare zitting van 18 mei 2026, waar namens de officier van justitie een vertegenwoordiger van de CVOM en de gemachtigde van betrokkene zijn verschenen.

2. De beoordeling

Betrokkene is verplicht om zekerheid te stellen. Dat betekent dat de gehele sanctie (met een maximum van € 225,00) en de administratiekosten bij wijze van voorschot moeten worden betaald. Betrokkene heeft niet aan die verplichting voldaan. De gemachtigde heeft namens betrokkene in dat kader, zoals standaard in alle pro-forma beroepen van deze gemachtigde wordt gedaan, slechts aangevoerd dat hij niet kan betalen.

In de oproepingsbrief van 10 april 2026 heeft de kantonrechter verzocht om op de zitting stukken over te leggen waaruit de financiële draagkracht van betrokkene blijkt.

Ter zitting zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat betrokkene geen draagkracht heeft om zekerheid te stellen. Ter zitting heeft de kantonrechter aan de gemachtigde van betrokkene gevraagd waarom er geen stukken zijn overgelegd, terwijl toch in de oproepingsbrief staat dat deze stukken meegenomen moeten worden. De gemachtigde stelt dat zij om stukken heeft gevraagd, maar dat betrokkene deze niet heeft ingeleverd. Daarvan heeft zij ook geen bewijsstukken overgelegd en evenmin blijkt dat de gemachtigde vervolgens heeft gevraagd of er een reden is waarom deze stukken niet zijn overgelegd.

Van een professioneel gemachtigde mag worden verlangd dat deze ofwel tijdig expliciet gevraagde stukken overlegt of een goede reden opgeeft waarom deze stukken niet kunnen worden overgelegd. Dat heeft de gemachtigde niet gedaan, dus betrokkene zal niet-ontvankelijk worden verklaard omdat zonder een goede reden op te geven geen zekerheid is gesteld.

Nu het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, bestaat er geen aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Halk en uitgesproken ter openbare zitting.

67223

Wanneer de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer bedraagt dan € 110,00 of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard op grond van het niet tijdig stellen van zekerheid, staat ingevolge artikel 14 Wahv tegen deze uitspraak hoger beroep open binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift dient ingezonden te worden bij de kantonrechter (Postbus 7003, 3300 GC Dordrecht). Het is niet mogelijk om hoger beroep in te stellen per e-mail.

Datum toezending:

Weitere Entscheidungen