ECLI:NL:RBZWB:2026:6096
Zusammenfassung
Strafrecht
Uitspraak
Middelburg
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-359391-24
raadkamernummer : 26-002106
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [datum] 1998 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.M.J. Joris, advocaat te Breda (Ginnekenweg 88, 4818 JH Breda),
hierna te noemen: de verzoeker.
1. De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het op 23 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
€ 2.971,01, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
€ 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
het sepot van 21 oktober 2025;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. A.J.C.M. de Graaff, als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De raadsman heeft desgevraagd ter terechtzitting een toelichting gegeven met betrekking tot de tijdigheid van het verzoek. Het sepot dateert van 21 oktober 2025. Het verzoekschrift is ontvangen op 23 januari 2026. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de termijn van 3 maanden voor het indienen van een verzoekschrift aanvangt op het moment dat verzoeker kennis heeft genomen van het sepot. Verzoeker heeft het sepot via de post ontvangen en daar zijn 1 à 2 werkdagen mee gemoeid. Op zijn vroegst heeft verzoeker op 23 oktober 2025 kennisgenomen van het sepot, wat maakt dat het verzoek tijdig is ingediend.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat zaak is beëindigd op 21 oktober 2025. Op 21 oktober 2025 is er een OM-hoorzitting geweest en verzoeker en zijn raadsman zijn daarbij aanwezig geweest. Op die OM-hoorzitting is kenbaar gemaakt dat de zaak geseponeerd werd. Het verzoekschrift is te laat ingediend. De officier van justitie verzoekt het verzoekschrift niet-ontvankelijk te verklaren.
2. De beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Met betrekking tot de tijdigheid van het verzoek overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 529, tweede lid, Sv dient een verzoek tot schadevergoeding binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak te worden ingediend. De sepotbeslissing is gedateerd op 21 oktober 2025. Op diezelfde dag is er een OM-hoorzitting geweest waarbij verzoeker aanwezig was en de zaak is geseponeerd. Verzoeker moet daarom geacht worden op die dag bekend te zijn geworden met het sepot. Dit brengt mee dat de termijn van drie maanden voor het indienen van het verzoek een aanvang heeft genomen op 22 oktober 2025 en op 22 januari 2025 is geëindigd.
Het verzoek is op 23 januari 2026 op de griffie binnengekomen en de rechtbank ziet geen grond om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Daarom zal de verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
3. De beslissing
De rechtbank:
-verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beslissing is op 4 mei 2026 genomen door mr. L.W. Louwerse rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.